Recensie —

Feed me!

Marina van den Bergen

Foodprint is de titel van een manifestatie die de komende twee jaar door Stroom Den Haag wordt georganiseerd. De titel laat niets te raden over: de manifestatie gaat over de impact van voedselproductie op ons dagelijks leven, in het bijzonder de relatie tussen voedsel en de inrichting van de stad, waarbij het vooral lijkt te gaan om bewustwording.

Na het klimaat is voedsel the next big issue. Het is bijna onmogelijk om een dagblad of opinietijdschrift open te slaan, zonder een artikel tegen te komen over voedselproductie. Een willekeurige greep: ‘Dieren willen best op tweede verdieping liggen’ (NRC Handelsblad 30 juli),over dierenwelzijn in megastallen; ‘Is er genoeg eten? De nieuwe voedselcrisis’ (National Geographic juni 2009),een reportage met de verontrustende boodschap dat de vraag naar voedsel de productie zal overstijgt; ‘Kwekers vrezen octrooi op zaden’ (NRC Handelsblad 15 augustus),  biotechmultinationals beschermen hun zaden via octrooien waardoor het voor telers en boeren niet meer mogelijk is om zaden te veredelen of om zaad te winnen voor een volgende oogst; ‘Een courgette voor arme kinderen’ (NRC Handelsblad 18 augustus), een interview met chefkok van een gaarkeuken in Washington die werkt met producten van lokale boeren.

De diversiteit aan onderwerpen en invalshoeken die het thema voedsel kenmerkt en die spreekt uit bovenstaande opsomming, was ook terug te vinden op het drukbezochte symposium Voedsel voor de stad waarmee de manifestatie Foodprint op 26 juni opende. Met vijf blokken van vier parallelle sessies werd de allesomvattendheid van het thema meer dan benadrukt. De lezingen die ik bijwoonde gingen vooral over voedselzekerheid (is er genoeg eten voor iedereen?) en de carbon footprint van voedselproductie (de impact die de productie heeft op het milieu en met name op de klimaatverandering). Om de groeiende wereldbevolking van goedkoop voedsel te voorzien is de productie vergaand geïndustrialiseerd, zoals te zien is in de documentaire Our Daily Bread die ook op de tentoonstelling draait. In deze film worden de meest fantastische machines getoond die gebruikt worden om voedsel te oogsten en klaar te maken voor ver- of bewerking. Zo is er een apparaat om olijven te oogsten, deze schut kortstondig en hevig aan de boom, waarna een stofzuiger de gevallen olijven opzuigt, en – mijn favoriet – een machine waarmee zalmen uit een kweekvijver worden gezogen, worden gedood – hoe dat precies gebeurd wordt niet getoond – om vervolgens door een bijzonder ingenieus apparaat te gaan die de vis opsnijdt en de ingewanden eruit zuigt.
Deze industrialisatie van de voedselproductie zorgt ervoor dat de kwaliteit van ieder product nagenoeg constant is en men tamelijk nauwkeurig kan berekenen hoeveel energie er nodig is om in Nederland in een kas een aardbei te laten groeien en hoeveel water er nodig is om een reep chocolade te produceren. Dergelijke cijfers zorgen bijna altijd voor (onaangename) verrassingen en missen daardoor nooit hun effect, en dus werden de congresgangers tijdens de vele voordrachten overweldigd door cijfers, statistieken en infografics. De sprekers zelf vormden een bonte stoet: van evangelisten – AH is slecht, verbouw uw eigen rucola – tot idealisten die zich vertwijfelt afvroegen of  het vanuit het footprintperspectief nog wel verantwoord is om sinaasappelsap te drinken, tot actievoerende wetenschappers die pleiten voor het behoudt van de visserij in een toekomstig natuurgebied. Deze diversiteit had zijn charme maar zorgde ook voor een gebrek aan focus.

Wat heeft dit alles te maken met architectuur en beeldende kunst, de terreinen waar Stroom zich normaal gesproken mee bezig houdt? Het is ontegenzeggelijk een trend, culturele instellingen in binnen- en buitenland hebben het thema voedsel omarmd; het NAi Maastricht organiseerde in 2007 de tentoonstelling De Eetbare Stad; vorig jaar was tijdens de architectuurbiënnale in Venetië voor het Amerikaanse paviljoen een moestuin aangelegd; en Stroom toonde al in 2001 Pigcity, het ontwerpend onderzoek dat MVRDV in opdracht van het ministerie van LNV deed naar megastallen op de Maasvlakte. Het antwoord op de vraag, werd gegeven door filosoof Maarten Doorman. Hij vertelde dat ons wereldbeeld nog steeds wordt bepaald door denkbeelden die hun opwachting deden in de romantiek: een verlangen naar zuiverheid, naar harmonie, naar echtheid. Ook ons beeld over voedsel wordt gevormd door romantische clichés. (Denk bijvoorbeeld aan de reclame voor Bertolli kant-en-klare tomatensaus waarin de suggestie wordt gewekt dat Italiaanse oudere vrouwen eigenhandig tomaten hebben zitten snijden en in pannen hebben staan roeren ten behoeve van de saus in het potje.) Hierdoor is er een spanning tussen de werkelijkheid en de echtheid.

kinderen kleuren de kleurplaat van Christien Meindertsma in (foto: Stroom Den Haag)
kinderen kleuren de kleurplaat van Christien Meindertsma in (foto: Stroom Den Haag)

Volgens Doorman zijn het bij uitstek kunstenaars en ontwerpers die een brug kunnen slaan tussen het verlangen van de consument naar authenticiteit en de realiteit van de voedseltechnologie. Voorbeelden hiervan zijn te vinden op de tentoonstelling Foodprint: Christien Meidertsma beplakte een wand met een kleurplaat van een hedendaagse varkenshouder;  MVRDV toont een update van hun varkensflat die ze nu midden in Den Haag situeren, zodat mensen kunnen zien waar hun saucijsjes vandaan komen; en Joep van Lieshout geeft op de hem karakteristieke wijze met Foodmaster een deeloplossing voor het wereldvoedselprobleem door mensenvlees te voeren aan varkens. Stuk voor stuk interessante werken, maar net als het symposium is de tentoonstelling caleidoscopisch. De moeilijke taak waarvoor de samenstellers van de tentoonstelling stonden – keuzes maken uit een overweldigende diversiteit en hoeveelheid aan materiaal – wordt zichtbaar in de tijdslijn die onderdeel is van de expositie. Dergelijke lijstjes zijn in zekere mate arbitrair en deze tijdslijn is daar geen uitzondering op. Zo wordt Sicco Mansholt, bekend om zijn inzet voor de modernisering van de Nederlandse landbouw en later Europese landbouw door onder meer schaalvergroting en gegarandeerde minimumprijzen, in de tijdslijn alleen genoemd in verband met de boterberg die in de jaren zestig ontstond. En de Amerikaanse plantenveredelaar Norman Borlaug, wiens kortstrorassen van tarwe in de jaren zestig in India voor de Groene Revolutie zorgde, waarvoor hij in 1970 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, ontbreekt in het overzicht. Het zijn details, maar doordat de tentoonstelling alles lijkt te willen aanstippen ontbreekt soms de gewenste diepgang.
‘Weg met de nepromantiek, leve het herstel van de betekenis’, aldus een van de sprekers op het symposium. Foodprint is een eerste stap in die richting.