Feature —

Kustwaarts

Sophie van Ginneken

Met Kustwaarts vestigt architectuurcentrum Arcam de aandacht op een mooi en veelzijdig stukje Randstad: de strook tussen Amsterdam en de Noordzee. De manifestatie brengt de waarde van de opeenvolgende landschappen, cultureel erfgoed, stad en industrie in beeld. Daarbij worden ook toekomstige ontwikkelingen getoond, maar wat is eigenlijk hun effect op deze kustdriehoek?

De manifestatie Kustwaarts – een tentoonstelling, een kaart en een serie debatten die deze week plaatsvinden – maakt duidelijk dat het gebied tussen IJmuiden, Amsterdam en Zandvoort bijzonder is. Een gebied dat intrigeert ‘vanwege de spannende contrasten tussen stoere havens en prachtige natuur- en recreatiegebieden en de grote variatie in de reeks opeenvolgende ‘velden’ tussen Amsterdam en de zee’. Dat het intrigeert, is zeker. Tot de vele bijzondere elementen behoren de langgerekte duinruggen, het lint van bosrijke dorpen erlangs, forten van de Stelling van Amsterdam, de historische binnensteden van Amsterdam en Haarlem, restanten van de middeleeuwse IJ- en zeedijken. Hiertegenover staat het economisch belang van de regio met de aanwezigheid van hoofdstad, haven en industrie. Omdat deze economische zwaartepunten de komende jaren flink zullen uitbreiden, staat het landelijke gebied onder druk.

Een blik op de plattegrond die zich in de tentoonstelling bevindt, maakt duidelijk dat de meeste ontwikkelingen plaatsvinden langs de randen: aan de oevers van het Noordzeekanaal en langs de spoorlijn tussen Amsterdam en Haarlem. Het gaat om  projecten als Sugar City (Halfweg), de revitalisering van industrie- en havengebieden, de aanleg dwars door de polder van de A5 tussen Hoofddorp en Zwanendorp, en een nieuwe zeesluis. Naast deze ‘zichtbare’ ontwikkelingen zijn er natuurlijk ook de onzichtbare. Dat zijn de nog onbekende ontwikkelingen die in de toekomst zullen volgen uit de algemene tendens tot verdergaande verstedelijking en die verder beslag zullen leggen op het gebied.

De tentoonstelling kiest voor een heldere opzet. De kustdriehoek tussen IJmuiden, Amsterdam en Zandvoort is gereduceerd tot zijn belangrijkste kenmerken: zee – kust – binnenduinrand – stedelijk lint – groene buffer – haven en de stad Amsterdam. Door de natuurlijke dragers te benoemen is de structuur ervan inzichtelijk gemaakt en direct te begrijpen. Van elke drager worden ontstaansgeschiedenis, bezienswaardigheden en toekomstplannen getoond. Met deze opzet is gekozen voor helderheid en hoofdlijnen. In die zin lijkt het op een toeristische tour: de onderdelen worden beschreven maar de samenhang daartussen blijft onduidelijk. Een ander (onvermijdelijk) nadeel van zo’n opzet is dat het op onderdelen oppervlakkig blijft. Het gebied is immers te groot om alles te laten zien. Daardoor zijn ook de daadwerkelijke effecten van de snelle verstedelijking op het geheel niet helemaal duidelijk. Ook plannen die juist wel een visie formuleren op het geheel, of althans op een flink deel daarvan, komen niet uit de verf. Zoals de uitkomsten van de ideeënprijsvraag Droom.NH, die de Provincie Noord Holland eind 2008 uitschreef ten behoeve van het aankomende structuurplan voor het jaar 2040. Hoe zulke visies passen in het geheel en wat hun verband is met al die andere projecten, blijft vaag. Dit leidt overigens direct naar de vraag: ís er eigenlijk wel een verband? Waarschijnlijk niet, en dat is op zich ook al een nuttige uitkomst van zo’n inventarisatie. Een sneak preview op het aankomende structuurplan wordt ook al getoond, maar is als een enkel plaatje met wat lijnen en pijlen volstrekt onbegrijpelijk.

Het beste product van Kustwaarts is een fraaie kaart, die te koop is bij de kassa. Deze is in tegenstelling tot gewone kaarten geen schematische weergave van de werkelijkheid, maar een heel precies uitgewerkte tekening, uitgewerkt op bouwblok-, duin- en boomniveau. Hierop zijn met sterren de belangrijkste ontwikkelingen in de nabije toekomst geprojecteerd. Op die manier geeft de kaart een perfect overzicht van zowel de bestaande situatie als van de toekomstige ontwikkelingen, waardoor de wisselwerking daartussen meteen zichtbaar is; wellicht is de kaart een beter instrument dan een regulier structuurplan.

De tentoonstelling is natuurlijk gemaakt om het grote publiek, alsmede de betrokken partijen, op het hart te drukken dat er sprake is van bedreigd natuurschoon. Toch wordt de indruk gewekt dat het gebied – onder toeziend oog van de provincie Noord-Holland – het allemaal onder controle heeft, hoeveel er ook staat te gebeuren. Terwijl dat hoogstonwaarschijnlijk is. Als het waar is dat de Randstad, wil het meedoen met echte metropolen, de komende jaren rondom Amsterdam het vervoersnetwerk flink moet uitbreiden, dat industrie zich zal vestigen langs de oevers van het Noordzeekanaal, Amsterdam en de haven moeten uitbreiden, en ook  de toeristische sector in Amsterdam en Zandvoort flink moet worden versterkt, dan staat dit gebied niet zomaar onder druk maar heel erg onder druk. En wat te denken van Schiphol, dat nu net buiten de Arcam kaart valt? Zal een kaart met daarop cirkels, vlekken en pijlen voldoende zijn om het allemaal in goede banen te leiden? Je hoeft maar te kijken naar de andere grote steden van de Randstad om te zien dat het allemaal heel snel kan dichtslibben. Als bewoner van de Amsterdamse binnenstad ervaar ik het als een feest om in slechts een kwartier fietsen middenin het polderlandschap te kunnen staan. En dat het landschap ook meteen begint zodra je de stad uit bent. Zal dat over pakweg 30 jaar nog steeds zo zijn? Mogelijk bieden de debatten die deze week gehouden worden meer duidelijkheid.