Feature —

Modell Bauhaus

Vincent Kompier

Er is niet één Bauhaus. Dat is de belangrijkste conclusie die getrokken kan worden na een bezoek aan de tentoonstelling Modell Bauhaus die nog tot 4 oktober te zien is in de Martin-Gropius-Bau in Berlijn.

Direct bij het betreden van de tentoonstelling hangt hij daar: het Glashochhausproject Wabe aan de Berlijnse Friedrichstrasse van Ludwig Mies van der Rohe uit 1922. De afbeelding laat nauwgezet zien waar het bij Bauhaus over gaat: licht, lucht, vrijheid en vernieuwing tegenover zwaarte, schuld en donkerheid. Het ontwerp van Mies van der Rohe heeft een enorme kracht. Te zien is een foto van de bestaande Friedrichstrasse met daaroverheen het getekende ontwerp van de toren. Het contrast tussen de nieuwe, bijna zwevende toren en de zwaarte en donkerheid van de oude, vooroorlogse bebouwing kan niet groter zijn. Het is een schitterende illustratie waar geen hedendaagse Photoshopprent tegenop kan. Ook de tentoongestelde maquette van de Wabe-toren is een wonder van lichtheid. Je proeft en voelt als bezoeker de behoefte aan vernieuwing, aan de Nieuwe Mensch. Het Wabe-project is een tintelend begin van een immense tentoonstelling over Bauhaus.

Oprichting
De Bauhaustentoonstelling in Berlijn is bijzonder, niet alleen vanwege de meer dan 1000 objecten die worden getoond, maar ook omdat de drie instellingen die zich met het Bauhauserfgoed bezighouden- het Bauhaus uit Dessau, de Klassik Stiftung Weimar en het Museum of Modern Art uit New York – voor het eerst samenwerken. De tentoonstelling is te zien in de Martin-Gropius-Bau in Berlijn, inderdaad de oudoom-van, en toont de ontwikkeling van Bauhaus door de tijd. Vanwege deze chronologische opzet valt op hoe sterk de invloed van de verschillende directeuren op de kunstopleiding is geweest.

Achtergrond
De opleiding, die in zijn avant-gardische vorm eigenlijk maar veertien jaar heeft bestaan, is wereldwijd van grote invloed geweest op architectuur en vormgeving. Het curriculum was een sterke reactie op de grote veranderingen die zich in die tijd (1919-1933) in de wereld voordeden. Mechanisatie, rationalisatie, opkomst van communisme en consumentisme; de omstandigheden en de behoefte aan iets nieuws en verfrissend waren talloos. Dat Weimar als vestigingsplaats voor deze bijzondere opleiding werd gekozen en niet Berlijn is verklaarbaar, in Berlijn heerste destijds een grote chaos, het was er politiek en economisch instabiel. Het rustige Weimar bleek een ideale basis voor vernieuwing.
Het verhaal van de tijd wordt in de tentoonstelling deels verteld door het tentoongestelde materiaal: meubels, tekeningen, typografie, lampen, wandkleden, maquettes en sculpturen. Maar echt informatief is de tijdlijn die de tentoonstelling begeleidt. Haarscherp wordt duidelijk binnen welke context Bauhaus is ontstaan en functioneerde in een periode met vele politieke, sociale, economische en culturele veranderingen. Van de eerste burgerluchtpostvlucht tussen Parijs en Berlijn in 1919, de oprichting van de NSDAP in 1920, tot aan de extreem hoge kosten voor één liter melk in Duitsland ten tijde van de inflatie: 280 miljard mark. Het moeten bizarre tijden zijn geweest.

Directeuren
Sterk bepalend voor de richting van het Bauhausonderwijs waren de directeuren. In 1919 werd Walter Gropius aangesteld als directeur van het toen nog Großherzoglich-Sächsischen Hochschule für Bildende Kunst. Hij hernoemde de opleiding tot Staatliches Bauhaus in Weimar; kortweg: Bauhaus. Gropius heeft de ontwerpdisciplines architectuur en stedenbouw binnen de opleiding sterk tot ontwikkeling gebracht. Zijn hoofddoel was om ‘de kunst onder de vleugels van architectuur’ te laten bloeien. Het Bauhaus-manifest uit 1919 stelt dat het ultieme doel van alle creatieve activiteit en energie het gebouw is.
Samen met docent Johannes Itten stelde Gropius het basisjaar in, een jaar waar studenten allerlei disciplines en technieken leerden. Een dergelijk basisjaar was destijds heel vernieuwend en is nu op bijna alle kunstopleidingen eerder regel dan uitzondering. Bijzonder aan het onderwijs was dat zij werd gegeven door een enorme hoeveelheid veelal buitenlandse gastdocenten, dit gaf de opleiding een sterk internationaal karakter. Daarnaast waren ambacht, techniek, maar ook spiritualiteit belangrijke elementen in de opleiding.
In 1923 wordt de Hongaar Lászlo Moholy-Nagy benoemd als opvolger van Van Ittten. Met de komst van Moholy-Nagy komt er in het curriculum een grotere nadruk te liggen op fotografie en typografie. Zijn Licht-Raum-Modulator uit 1922 is op de tentoonstelling te zien en is nog steeds een spektakel voor het oog.
Gropius organiseert in 1923 een Internationale Architektur Ausstellung waar de hele internationale architectuuravant-garde bij elkaar komt. De tentoonstelling resulteert in een publicatie – de eerste in de schitterend vormgegeven Bauhausbücher-serie – Internationale Architektur. In 1925 verhuist de gehele opleiding van Weimar naar Dessau, waar het politieke, culturele en economische klimaat op dat moment toleranter is dan het door conservatisme geplaagde Weimar. Gropius ontwerpt zelf het gebouw voor de opleiding.

In 1927 wordt de Zwitser Hannes Meyer directeur van de afdeling architectuur, als vervanger van Gropius. Meyer introduceert de wetenschappelijke benadering in de stedenbouw en planning. Gebouwen dienen bovenal functioneel te zijn, vorm en artistiek gedoe worden op de tweede plaats gezet. Het bouwprogramma moet met wetenschappelijke precisie worden vastgesteld. Meyers centrale idee is Volksbedarf staat Luxusbedarf, ofwel: de behoefte van de gewone man gaat vóór op de luxebehoefte. Met als achterliggende gedachte het volk door middel van vormgeving te verheffen. Maar Hannes Meyer wordt al snel te links en te vooruitstrevend bevonden en wordt in 1930 om politieke redenen ontslagen. Zijn opvolger is Ludwig Mies van der Rohe, die als lijfspreuk heeft: “het gaat niet om het wat, maar om het hoe”.

Op het dak van het Bauhaus in Dessau. Van links naar rechts: Josef Albers, Hinnerk Scheper, Georg Muche, László Moholy-Nagy, Herbert Bayer, Joost Schmidt, Walter Gropius, Marcel Breuer, Wassily Kandinsky, Paul Klee, Lyonel Feininger, Gunta Stölzl, Oskar Schlemmer - Bauhaus-Archiv Berlin/ Musée National d'Art Moderne/Centre Pompidou
Op het dak van het Bauhaus in Dessau. Van links naar rechts: Josef Albers, Hinnerk Scheper, Georg Muche, László Moholy-Nagy, Herbert Bayer, Joost Schmidt, Walter Gropius, Marcel Breuer, Wassily Kandinsky, Paul Klee, Lyonel Feininger, Gunta Stölzl, Oskar Schlemmer – Bauhaus-Archiv Berlin/ Musée National d’Art Moderne/Centre Pompidou

Menging van disciplines
Op de tentoonstelling is goed te zien hoe de verschillende disciplines elkaar wederzijds hebben beïnvloed. Het tentoongestelde wiegje van Peter Heler uit 1922 is eigenlijk niets meer dan een driedimensionaal geworden Bauhausschilderij. De schilder Kandinsky gaf de cursus ‘analytisch tekenen’; Lázslo Moholy-Nagy onderzocht in 1923 door middel van kleur de relatie tussen statisch, balans en dynamiek. De kruisbestuiving beperkte zich niet tussen de disciplines alleen, maar was ook internationaal: de Russische Revolutie leidde tot een sterke opleving van de behoefte aan vernieuwing binnen de kunst en architectuur; In Nederland kwam rond 1920 de De Stijl-beweging op. Op de tentoonstelling worden de raakvlakken met deze en andere stromingen duidelijk geïllustreerd.
In Dessau begint Bauhaus ook samen te werken met de industrie. Het ideaal van modern vormgegeven producten die industrieel geproduceerd kunnen worden, wordt dan voor het eerst in praktijk gebracht.

Het einde van Bauhaus
Maar ook in Dessau houdt Bauhaus het niet lang vol. In 1932 wordt de opleiding onder sterke druk van de Nazi’s gesloten. Mies van der Rohe probeert nog een doorstart te maken in Berlijn door van Bauhaus een privé-opleiding te maken, maar de Nazi’s moeten daar niets van hebben: te modern, te internationaal en te weinig Germaans. In april 1933 sluit ook deze opleiding haar deuren. Met het uitgeven van een verklaring in juli 1933 is de afloop van Bauhaus als opleiding een feit.
Maar de speling van het lot is interessant. Waren de Nazi’s sterk gekant tegen het aanstellen van buitenlandse (gast-)docenten en wilden zij zo snel mogelijk af van het in hun ogen linkse en veel te vooruitstrevende opleiding, juist de sluiting van de school heeft ervoor gezorgd dat Bauhaus zich over de hele wereld verspreidde: Gropius en Mies van der Rohe vertrokken naar Amerika, Hannes Meyer ging naar de Sovjet- Unie. Bauhaus heeft overwonnen.

De grote teleurstelling komt bij het bezoek aan de onvermijdelijke tentoonstellingswinkel. Daar blijkt de wens van Meyer  – Volksbedarf staat Luxusbedarff – niet te zijn gerealiseerd. Want anno 2009 is Bauhaus in plaats van veel en goed voor het volk tot weinig en duur voor de elite geworden, geheel in tegenstelling tot de ideologie.