Feature —

Nieuw Singapore

Joep Janssen

Zuidoost Azië heeft een belangrijke rol in het Europees kolonialisme gespeeld. Sinds het begin van de zestiende eeuw tot het midden van de twintigste eeuw werd de regio gedomineerd door Spanje, Frankrijk, Engeland en Nederland. Zo werd Ho Chi Minhstad (het voormalige Saigon) in Vietnam als handelsplaats opgezet door de Fransen en was Singapore de Engelse kroonkolonie. De verschillen in ontwikkeling zijn groot. Singapore is al decennialang een wereldstad, maar Ho Chi Minhstad ontwikkelt zich pas recentelijk in rap tempo van een agrarische tot een industriële samenleving. Joep Janssen doet onderzoek naar New Towns in beide steden.

Op maandag 15 juni vlieg ik vanuit Ho Chi Minhstad naar Singapore, de bakermat van de new towns in Zuidoost Azië. De Engelsen exporteerden het concept naar de kolonie. Na de onafhankelijkheid in 1963 startte de Singaporese overheid een inmiddels legendarisch publiek woningbouwprogramma, om goede huisvesting te organiseren voor haar multiculturele bevolking. Onder leiding van de Housing Development Board zijn verschillende new towns gebouwd. Deze zijn zelfvoorzienend en een goede balans tussen huisvesting, recreatie en werkgelegenheid moest ervoor zorgen dat elke afzonderlijke new town economisch tot bloei kon komen. De geplande steden werden sterk beïnvloed door het geloof in een maakbare samenleving. Kenmerkend zijn de top-down benadering en een dwangmatige controle op socio-economische ontwikkelingen.

Een mooi voorbeeld is Ang Mo Kio, dat werd opgeleverd in 1973, met 200.000 inwoners. Eenderde deel van de grond wordt in beslag genomen door de 54.000 woningen die er werden gebouwd, een derde deel is water of groen, een zesde deel is infrastructuur en een zesde deel wordt gebruikt voor commerciële of industriële doeleinden. Dit streng gereguleerde model komt ook tot uitdrukking in de regels die de overheid hanteert om gesegregeerde enclaves te voorkomen. Zo wordt de new town bewoond volgens een voorafbepaalde verhouding tussen de verschillende etnische achtergronden. Hierdoor is elke new town een nauwkeurige afspiegeling van de rijke immigranten geschiedenis.

In Nederland werd dit ideaal nagestreefd in de planning van de Wieringermeerpolder en de Noordoostpolder tijdens het interbellum en vlak na de Tweede Wereldoorlog. Gezinnen van allerlei gezindten werden vooraf geselecteerd en onderworpen aan allerlei testen. De percentages katholieken, protestanten, middenklassers, arbeidersklassen werden op elkaar afgestemd en drukten zich ook uit in de publieke ruimte in de vorm van kerken en gemeenschapshuizen. Planologie zorgde voor de ruimtelijke orde en sociografie voor de sociaalmaatschappelijke orde.

De publieke ruimte wordt ingezet om het gedrag van mensen te beïnvloeden. In Singapore is de staatscontrole visueel (en symbolisch) aanwezig in de vorm van overkappingen. De inwoners zijn in het publieke domein altijd beschermd tegen zon en regen. En op de plek waar alle overkappingen samenkomen, wordt de new town aangesloten op het efficiënte openbaar vervoersnetwerk van de stad. Enkel op deze knooppunten ervaar ik een dynamische publieke ruimte. Hoewel ook hier de verbodsborden zichtbaar zijn, wordt het straatbeeld gedomineerd door een mengelmoes van eetkraampjes, markten en straatventers. Deze activiteiten vinden plaats in de nabijheid van een moderne shoppingmall, waardoor ze elkaar versterken. Zo wordt de publieke ruimte in de new towns plaatselijk en gecontroleerd toegeëigend door de bewoners, wat in mijn ogen heeft geleid tot identiteitsloze complexen.

Singapore geldt als lichtend voorbeeld voor veel landen in Zuidoost-Azië. In haar kielzog maakten landen als Indonesië, Maleisië en Thailand in de jaren tachtig in snel tempo economische en politieke veranderingen door. Deze vernieuwingen liepen gelijk op met een snel toenemende verstedelijking. Om deze groei te controleren werd steeds vaker gebruik gemaakt van het new town-model. De nieuwe steden werden gepresenteerd als een uitgelezen kans om opgenomen te worden in een wereldwijd netwerk van economische hoofdsteden. De globalisering heeft ervoor gezorgd dat steeds vaker buitenlandse investeerders bij de plannen worden betrokken. Daarbij wordt in alle landen eenzelfde regelgeving toegepast en zijn de stedenbouwkundige plannen steeds meer inwisselbaar.

Het gevaar is dat de globale concepten en masterplannen de plaatselijke geschiedenis, geografie en culturele tradities volkomen negeren. Dit leidt er toe dat sommige new towns ver af staan van de werkelijke behoeften van de bevolking. Een nieuwe generatie new towns krijgt de mogelijkheid om de balans tussen globale concepten en lokale context te herstellen. Zij moeten aantonen dat de lokale economie, omgeving en sociale patronen weerstand kunnen bieden aan het internationale kapitaal. Het publieke domein speelt daarbij een belangrijke rol. In Vietnam, het land waar de communistische ideologie van Ho Chi Minh nog niet uit het straatbeeld is verdwenen, bevindt de ontwikkeling van geprivatiseerde new towns zich in een embryonale fase. Vietnam spiegelt zich graag aan het succes van Singapore. Het verbaast dan ook niet dat een ansichtkaart van de skyline van Singapore als referentie wordt gebruikt voor de ontwikkeling van Vietnamese new towns.

Drie dagen later vlieg ik terug naar Saigon en vanuit het vliegtuigraampje zie ik de skyline van de stad. Ik kijk naar de ansichtkaart van Singapore en even later hoor ik het getoeter van de Honda Dream. Ik ben weer thuis.