Nieuws —

RCE/KAdE

Erik Stekelenburg

De Spaanse architect Juan Navarro Baldeweg gaf Amersfoort een nieuwe ‘stadswal’, net buiten de historische. Het is het onderkomen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en kunsthal Kunst aan de Eem (KAdE) en werd in 2001 door het toenmalige kabinet benoemd tot een van de tien Grote Projecten.

De opgave was het ontwerpen van een gebouw voor twee Rijksdiensten die gingen fuseren: de Rijksdiensten voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) en Monumentenzorg (RDMZ). In juni werd het gebouw voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed feestelijk geopend door de koningin. De andere naamgever aan het gebouw, KAdE, het expositiecentrum van Museum Amersfoort, neemt een ondergeschikte plaats in, drie verdiepingen rechtsonder.

Het project was een van de tien Grote Projecten waarmee het Rijk een voorbeeld wilde stellen voor goed opdrachtgeverschap door onder meer ontwerpers vroegtijdig in het proces te betrekken, een integrale aanpak, goede regie en het betrekken van het publiek in het proces. Begin 2001 verleende de verantwoordelijk minister Van der Ploeg op voordracht van Rijksbouwmeester Jo Coenen de Spaanse architect/kunstenaar Juan Navarro Baldeweg en de Nederlandse counterarchitect Wim Woensdregt (A+D+P architecten) de opdracht. Vervolgens gaf de minister de Rijksgebouwendienst opdracht tot realisatie.

Inbedding
RCE/KAdE is gesitueerd aan het spoor dat Midden-Nederland met het oosten verbindt. Het spoor vroeg om een akoestische en fysieke barri̬re. Baldeweg verbond hieraan een derde Рvisuele Рscheiding door de buitenzijde tot en met de tweede verdieping te bekleden met keramische kleitegels.
De architect maakte de spoorzijde achterkant en plaatste hier de kantoren van de Rijksdienst. De voorzijde van het gebouw, op het zuidoosten en gericht op het stadscentrum, voorzag Baldeweg van een enorme glasgevel. Met knikken en 'pijpenkrullen' brak hij het langgerekte vlak. Hij kantelde de gevel achterover om de hoogte te verzachten. Door reflectie van de lucht zou het hellende glasvlak nog verder wegvallen. Echter bij een sombere hemel drukt het extra somber op de omgeving.
De dubbele gevel gaat oververhitting van het gebouw tegen. De roosters van de glazenwasserbalkons in de 2m brede spouw weren de zon en vangen warmte op. Als het te heet wordt voert de spouw de warme lucht als een schoorsteen direct af. Onder normale weersomstandigheden verloopt de afvoer van warme lucht via warmtewisselaars. Overwarmte gaat net als koude via pompen in een onderaardse opslag. Voor een derde van de tijd is de dubbelehuid-gevel een natuurlijke klimaatregelaar, de spouwlucht wordt dan via luiken naar binnen getrokken.

Verhullen en onthullen
De publiek toegankelijke bibliotheek en daaraan grenzende kantoorgedeeltes profiteren maximaal van de glazen stolp die van de eerste verdiepingsvloer tot het dak loopt. Machtige spanten articuleren de geknikte kap en strijden om voorrang in aandacht met de sterke lijnen van de balkons.

Bij de presentatie van zijn eerste schetsontwerp illustreerde Baldeweg zijn visie met het schilderij 'Gezicht op Haarlem met de bleekvelden' van Jacob van Ruysdael. Een wolkenlucht verhult en onthult daar delen van het landschap. In Amersfoort gebeurt dat met het 'interieurlandschap' onder de glaskap. Bij reflectie verhullen de vlakke glaspanelen aan de buitenkant de inkijk die de pijpenkrullen nog wel bieden. De verwijzing naar de knikken in de kap van een boerenhoeve is ondubbelzinnig.
De buitenkant van de dichte horizontale stroken speelt ook met onthulling en verhulling. De stapeling van glas en folies in deze 'shadow boxes' suggereert diepte. De stroken articuleren de verdiepingsvloeren die grenzen aan het atrium van de bibliotheek. Baldeweg keepte de met kleitegels beklede zijgevels naar eigen zeggen in als armopeningen in een cape.

Terugtocht
De in 2008 aangestelde stadsarchitect Noud de Vreeze noemt het gebouw een desastreuze barrière tussen het oude en nieuwe stadscentrum. Baldeweg beschreef het met het oog op het vestingkarakter als 'het finale antwoord op de Tachtigjarige Oorlog'. Dat was vredig bedoeld, maar in de uitvoering levert de Spaanse passie daadwerkelijk slag met het Nederlands plat. Bij het concept van de tot de 3e verdieping gesloten achterkant bijvoorbeeld, past indirect licht, licht van boven en verder hoogstens van de voorzijde. De gebruiker wilde echter treinen zien. Ramen aan het spoor op de begane grond tasten nu de sacrale lichtval in zijn kern aan.

Buiten wilde Baldeweg de rode stroken in de linkergevel, achter de glazen voorzetgevel een vervolg geven met een sprekende zilverkleur. Dat was geadviseerd, getekend, bemonsterd, geoffreerd en kwam zo in het bestek. Bij de uitvoering konden de partijen hun eigen oplossing ineens niet meer maken. In plaats van de aannemers te houden aan hun afspraken vroeg de RGD de architect genoegen te nemen met een sterk gereduceerd shadow box pakket met een grauwe pyrolytische coating. De rode stroken worden nu opgevolgd door fletsgrijze banen. Precies omgekeerd aan Baldewegs visie voeren nu de transparante glasstroken de boventoon. De RGD deed het in haar lijfblad Smaak af als 'of je de architect zijn snoepjes afpakt'. Volgens het Rijk leende dit project zich van alle Grote Projecten het best als praktijkvoorbeeld van cultureel opdrachtgeverschap, voorbeeldig op het gebied van stedenbouw, architectuur en kunst. Maar op het punt van architectuur heeft het Rijk gefaald. Deze keer niet in de vorm van budgetoverschrijding maar van 'architectuuronderschrijding'. Dankzij het krachtige gebaar van Baldeweg valt er toch nog wat te genieten.