Feature —

“Dubo nog steeds niet sexy”

Marc van Broekhuijsen

De kennis is er al jaren, op langere termijn kost het geen extra geld, de ambities zijn hoog, en toch komt Duurzaam Bouwen nog te weinig van de grond. In het openingsdebat van de Nationale Dubodag 2009 poneerde Geert Verlind, de dagvoorzitter, de stelling dat Dubo blijkbaar nog steeds niet “sexy” is. De deelnemers aan dit debat: Jan Terlouw (voorzitter Platform Energietransitie in de Gebouwde Omgeving – PeGo), Hans van der Vlist (secretaris-generaal Ministerie van VROM) en Hans Boerée (Directeur Energie & Klimaat Senternovem) beaamden dit.

v.l.n.r. Rob Boerée (directeur Energie & Klimaat Senternovem), Jan Terlouw (PeGO), Hans van der Vlist (secretaris-generaal Ministerie van VROM), dagvoorzitter Geert Verlind foto
v.l.n.r. Rob Boerée (directeur Energie & Klimaat Senternovem), Jan Terlouw (PeGO), Hans van der Vlist (secretaris-generaal Ministerie van VROM), dagvoorzitter Geert Verlind foto

Dubo is dus nog steeds niet sexy. Duurzaam bouwen wordt op dit moment geassocieerd ofwel met hightech snufjes die ervoor zorgen dat geen raam meer open mag zonder 'het systeem' te ontregelen, ofwel met uit gerecycled materiaal zelfgebouwde woningen. Het ombuigen van deze negatieve emoties is volgens diverse sprekers belangrijker dan alle baanbrekende ecotechnische uitvindingen. Hoe kan dit worden bereikt? Gedurende de hele dag werden verschillende suggesties gedaan.

Kwaliteit
Een eerste obstakel voor algemene acceptatie van dubo is de onduidelijke organisatie van ons bouwproces. Veelvuldig kwam de metafoor van de autoindustrie voorbij. Bij het kopen van een auto is het normaal dat één bedrijf alle informatie beschikbaar heeft, alles kan voorrekenen en zich bekommerd om het product, de auto tot ver in de gebruiksfase. Bij gebouwen werkt dit anders. Een gebouw wordt ontworpen, ontwikkeld, uitgevoerd en verkocht door steeds verschillende partijen. Door deze versnippering ontstaan overdrachtsproblemen, gebrek aan betrokkenheid met het gebruik en uiteindelijk minder kwaliteit.
Opvallend was dat door meerdere sprekers er een beroep werd gedaan op de architect. Zij vroegen aan architecten hun verantwoordelijkheid te nemen en zich gedurende het bouw- en gebruiksproces meer om Dubo te bekommeren. De voorzitter van de BNA, Jeroen van Schooten, leek blij te zijn met deze opmerkingen en gaf aan dat architecten beetje bij beetje terrein terugwinnen op de adviseurs die de afgelopen decennia knaagden aan des bouwmeesters stoelpoten.

Prijs
Een aspect waar iedereen gevoelig voor is, is de prijs. Het moet normaal worden dat duurzaam vastgoed loont, meer waardevast en goedkoper is in het gebruik. Jan Terlouw stelde terecht dat bij verkoopinformatie van een gebouw de dubo-prestaties nog teveel achterwege blijven. Hans van der Vlist van VROM ziet een koppeling van financieel belonen van de goeden als een reëel overheidsinstrument. De Toyota Prius is een voorbeeld van succesvol stimuleren met subsidie. Maar, geeft Van der Vlist aan, waar beloont wordt, moet ook worden belast. De rijksbalans is tenslotte ook een gesloten kringloop.
De ontwikkelaars en beleggers kunnen gebruikers en consumenten voorrekenen wat de opbrengsten in de gebruiksfase zijn onder de gevleugelde leenterm ‘Total costs of ownership’. Van Schooten juichte ook deze tendens toe. Het samentrekken van investering en exploitatie geeft architecten de mogelijkheid met hogere gebouwkosten te werken; het maken van kwaliteit gaat lonen.
Om bovenstaande te bereiken is het belangrijk dat er een einde komt aan de duurzaamheidswedloop van de diverse labels als Breeam, Leed, Greencalc, Energielabel en GPR. Labels met hun onderling niet te vergelijken scores en ondoorgrondelijke criteria blijken een ergernis. De overheid zal daarop wellicht moeten ingrijpen om tot een duidelijke, vrij toegankelijke standaard te komen: een APK voor gebouwen.

foto
foto

Verduurzamen
Volgens de algemene consensus op de Dubo-dag is massaproductie voor het terugbrengen van de bouwkosten van duurzame bouwwerken noodzakelijk. Alleen dan schakelen producenten snel om en worden CO2 reducties en besparingen op materie en energie gerealiseerd. Het is zowel het pleidooi van Jan Terlouw: “We moeten bouwen, bouwen en bouwen” als ook – niet echt verrassend – Elco Brinkman: “laat de aannemers meters maken”.
Enigszins ontgoochelend was de opmerking van Jeroen Troost (BAM Utiliteitsbouw) dat de Nederlandse nieuwbouwproductie per jaar slechts 1% uitmaakt van de totale gebouwvoorraad. Alle inspirerende nieuwbouwvoorbeeldprojecten ten spijt, duurzaamheid moet worden waargemaakt in de bestaande voorraad. Om de huidige klimaatambities te realiseren is het noodzakelijk om enkele honderdduizenden bestaande woningen per jaar te verduurzamen.

De markt dient de kosten voor deze verduurzamingsoperatie op te brengen. De overheid zal vanwege de recessie haar huidige duurzaamheidsbudget van één miljard euro gaan afbouwen naar nul (dat heet kostenneutraal milieubeleid). Dat is minder dramatisch dan dat het lijkt, want de enkele jaarwinst van Shell is alleen al een veelvoud hoger. Het geld en de potentie zit vooral in de markt.
Wat kan dan wel van de overheid verwacht worden? Hans van der Vlist, secretaris-generaal van VROM merkte fijntjes op dat het de overheid is die de top tien van duurzame gebouwen domineert en het is de overheid die vaart maakt met duurzaam inkopen van eigen middelen.
Voor de overheid is vooral een grote rol weggelegd in het initiëren van communicatiecampagnes. De Toyota Prius heeft laten zien wat een marketingcampagne, aangevuld met een subsidieconstructie teweeg kan brengen: van idealistenwagen naar lease-lieveling. Voor eenzelfde uitdaging staat duurzaam bouwen: van ecohut naar droomhuis.

En verder
Er was nog meer nieuws op de Nationale Dubodag.
Almere bekende ruiterlijk moeite te hebben met het vertalen van de eigen Almere Principals (C2C) in Almere Hout Noord, maar stelt dat een hoge ambitie toch helpt.

Adviesbureau Deerns voorspelt een verschuiving van aandacht van energie naar de rol van materie, van op maat gesneden duurzaamheidsprojecten naar generieke standaardgebouwen en van een verschuiving van duurzame gebouwen naar duurzame gebieden.

Ewald van Hal, directeur van Stichting Verenigde Keramische Organisaties presenteerde als een ervaren standwerker het nieuwste onderzoek waaruit blijkt dat bakstenen en andere keramische producten uit een volledig vernieuwbare bron in Nederland gewonnen kunnen worden. Onze kleilagen groeien namelijk met 1 centimeter per jaar en dat is nog niet alles, kleiwinning leidt mede tot nieuwe natuurgebieden met het hoogste overheidslabel: Natura 2000, zo hield hij zijn gehoor voor.

De Haagse Hogeschool ziet haar nieuwe vastgoed, ontworpen door Royal Haskoning (gebouw) en DWA (installaties) niet als een noodzakelijke onkostenpost, maar als een strategisch beleidsinstrument waarmee studenten geworven worden. Ze hebben met die insteek een gebouw laten maken met “Knightrider” kwaliteiten: een bijna zelfdenkend gebouw dat luistert naar gebruikers.

En tot slot de BAM. Deze multinational transformeert zich op droogkomische wijze met hun eigen Green Up Tool van aannemer van bouwwerken naar aangever van duurzame oplossingen.

De Nationale Dubodag 2009 leerde ons vooral dat de rol van emotie nog wordt onderkend. De combinatie van goede architectuur en duurzaamheid wordt te weinig gemaakt. Geert Verlind verwoordde het treffend: ” Ik koop eventueel een bamboepak omdat het er heel goed uitziet, niet omdat het van bamboe is”.