Nieuws —

Fondsprijzen voor Herman Zeinstra en Hans van Dijk

bron Fonds BKVB

Beeldend kunstenaar Willem Oorebeek, ontwerper/initiator Willem Velthoven en architect Herman Zeinstra ontvangen de oeuvreprijzen 2009 van het Fonds BKVB. Tegelijkertijd is bekend dat architectuurcriticus Hans van Dijk de Prijs voor de kunstkritiek ontvangt en dat aan curator Suzanne Oxenaar de Benno Premselaprijs wordt uitgereikt.

Oeuvreprijs bouwkunst: Herman Zeinstra
Architect Herman Zeinstra (1937) richtte eind jaren ‘60 zijn eigen bureau op en trok de aandacht met een aantal eigenzinnige stadsvernieuwingsprojecten in de binnenstad van Amsterdam. Later was hij mede-oprichter van Atelier Zeinstra van der Pol, dat twee jaar geleden overging in DOK architecten. Zeinstra heeft een gevarieerde reeks ontwerpen op zijn naam staan, met onder meer het crematorium van Haarlem en de Borneodriehoek in Amsterdam.

Uit het juryrapport:
“Het oeuvre van Herman Zeinstra blijft voortdurend in ontwikkeling, omdat hij bij elke opgave weer vanaf het nulpunt begint in zijn streven naar de meest heldere oplossing. Ook zijn eerste ontwerpen uit de jaren ’70 hebben niets aan actualiteit verloren.”  

Prijs voor de kunstkritiek: Hans van Dijk
Architectuurcriticus Hans van Dijk (1948) volgde tot eind jaren ’70 een studie bouwkunde aan de Technische Universiteit Delft, waar hij tevens actief was als redacteur van B-Nieuws. Vanaf 1981 was hij jarenlang hoofdredacteur van Wonen TABK, het architectuurtijdschrift dat later als maandblad verder ging onder de naam Archis. In 1988 stond hij aan de wieg van het toonaangevende Jaarboek Architectuur in Nederland, waar hij ruim tien jaar lang als redacteur aan verbonden bleef. In deze periode was hij tevens enkele jaren stafmedewerker bij het Nederlands Architectuurinstituut. Vanaf 1999 schreef hij als freelance criticus voor o.a. A+U, Bauwelt, Architektur Aktuell en Architecture Today. Tegenwoordig geeft Van Dijk als universitair docent architectuurgeschiedenis aan de TU Delft, waar hij tevens promovendus is.

Uit het juryrapport:
“Bij herlezing blijkt dat de teksten van Hans van Dijk de tand des tijds glorieus hebben doorstaan. In heldere toon weet hij theorie en praktijk van de architectuur, nadrukkelijk geplaatst in hun historische context, op intelligente wijze met elkaar te verbinden. Daarbij heeft hij aandacht voor zowel de rol van de architect, de principes van het ontwerp, als de materialiteit van het gebouw."