Nieuws —

Wouter Vanstiphout gaat de politiek in.

Redactie

Tijdens een debatavond van de Internationale Architectuurbiënnale in het NAi hebben de faculteit Bouwkunde van de TU Delft en het ministerie van VROM samen de eerste hoogleraar Ontwerp en Politiek gepresenteerd. Wouter Vanstiphout, in 1991 afgestudeerd in Kunst- en Architectuurgeschiedenis en Archeologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, in 1994 mede-oprichter van het onderzoekscollectief Crimson Architectural Historians, en enige jaren geleden gepromoveerd op het werk van JH van den Broek, gaat de leerstoel als eerste innemen.

Uit her persbericht van de TU Delft:
“Het Nederlandse Kabinet wil de positie van het ontwerp in ruimtelijke ordeningsvraagstukken in Nederland versterken”, meldt een persbericht van de TU.  “Zij onderstreepte dit onlangs nog in de Architectuurnota. Het (architectonisch) ontwerp raakt zo steeds meer maatschappelijk ingebed: het ontwerpproces vindt in toenemende mate plaats in een politiek-bestuurlijke omgeving of context. Het ontwerp is zo al lang niet meer waardevrij: het beïnvloedt en wordt beïnvloed door de politieke geschiedenis en hedendaagse politiek. Hierin ziet het Ministerie van VROM – in samenwerking met de Faculteit Bouwkunde – noodzaak om een leerstoel die zich specifiek op de rol van het ontwerp in de politieke context richt, in het leven te roepen.

Voor de Akademie der Bildende Künste in Wenen ontwikkelde Vanstiphout het nieuwe curriculum geschiedenis en theorie van architectuur waarin de maatschappelijke inbedding van architectuur en stedenbouw centraal staat. Als kersverse hoogleraar Politiek en Ontwerp zal hij zich wederom gaan focussen op deze maatschappelijke inbedding van architectuur en stedenbouw en dan met name de politiek-bestuurlijke inbedding.

De leerstoel wordt medegefinancierd door het Ministerie van VROM. Het Ministerie van VROM financiert al een praktijkleerstoel ‘Wetenschappelijke toepassingen in de Ruimtelijke Ordening’ aan de Universiteit van Utrecht. De leerstoelen in Utrecht en Delft zullen elkaar inhoudelijk aanvullen en waar relevant versterken en moeten bijdragen aan het inzicht in de politieke lading van het hedendaagse ontwerp.”