Nieuws —

Bij nader inzien: De ‘Mariamoskee’ van Pécs, Hongarije

Annemieke Hendriks

Het Zuid-Hongaarse Pécs’ is Europa’s Culturele hoofdstad 2010 en presenteert zich als ‘grenzeloze stad’. Als één gebouw hiervoor symbool staat, is het de centrale parochiekerk. De katholieken bidden in een moskee. Ze hadden het massieve bouwwerk na de overwinning op de Turken zo vaak omgebouwd dat er maar één manier was uit de ruimtelijke chaos te komen: de moskee weer te voorschijn te toveren. Sinds een halve eeuw zweeft Jezus er boven een spreuk over Mohammed en christelijke heiligen boven islamitische ezelrugpoorten.

Tamás Vándor zit op een stenen walletje bij de moskee op het centrale plein van Pécs en kijkt om zich heen. De gepensioneerde psycholoog blikt op stadspaleizen uit de Habsburgse tijd, zoals het gymnasium dat hij in de jaren veertig bezocht. Hij kijkt over het plein naar beneden, waar het standbeeld staat van een Hongaarse legeraanvoerder die tegen de Turken streed. Deze Ottomanenbedwinger kijkt wederom neer op de mensen rond het plein, dat voor even een bouwput is. Maar naar de moskee moet zelfs hij opkijken.(1)
In dit architectonische monument, de grootste ruimtelijke herinnering aan Hongarijes honderdvijftig Turkse jaren, die in 1543 begonnen, gingen zijn ouders elke week bidden. Katholiek, welteverstaan. Tamás ging zelden mee, want ook toen was hij al een religieuze twijfelaar. Het interieur van het godshuis, waar Maria en andere christelijke ikonen vanuit hun roodwitgestreepte Turkse ezelrugnissen – als Hongaar noemt hij die ‘karperrugnissen’ – op het godvruchtige volk blikken, is hem echter altijd goed bevallen. Deze plek heeft iets anarchistisch. Dat past, vindt hij, wonderwel bij zijn geboortestad.
De gigantische groene moskeekoepel vormt samen met de torens van de kathedraal, de schoorstenen van de Zsolnay-keramiekfabriek en een enkele Plattenbau-flat de skyline van Pécs, vanaf de berg in haar noorden gezien. Tamás Vándor zit in de schaduw van een vijgenboom. Hij observeert de toeristen op weg naar de moskee en wacht op zijn dochter.

Welke andere Midden- of Zuid-Europese stad zou op het idee komen om zijn centrale parochiekerk haar oorspronkelijke islamitische aanzien terug te geven? Pécs deed het midden vorige eeuw, zowel van binnen als van buiten. Wat precies de achterliggende motieven waren is Andrea Vándor, de dochter van Tamás, aan het onderzoeken voor haar etnografische museum. In 2010 zal ze een tentoonstelling presenteren over een twintigtal plekken in de stad, die ze samen beschouwt als de ‘mentale landkaart’ van Pécs, haar oriëntaals-mediterraan-sovjet-Habsburgs ogende stad. Daarin is bijvoorbeeld een hoofdrol weggelegd voor de grote internationale rommelmarkt en ook de moskee van Pasja Kasim, oftewel de oriëntaalse parochiekerk op het Széchenyiplein, ontbreekt niet.

Andrea Vándor weet al dat de moskeekerk door de vele verbouwingen van de afgelopen eeuwen een bijeengeraapt zootje ruimtes was geworden: te klein en onpraktisch. Maar dan nog: In haar stad spreek men doorgaans over ‘de bevrijding van het Turkse juk’ en dan herstelt men vrijwillig het symbool van dat juk?
Door de oorlog kwamen de reconstructieplannen stil te liggen; de kerktoren was al wel neergehaald. Maar tijdens dat wonderlijke Hongaarse goulashcommunisme konden ze weer worden opgepakt. In 1965 was de huidige moskeekerk klaar. Het christelijk-barokke dak is weer een moskeekoepel, de hele achterkant met zijn gepuntdakte portaaltjes heeft plaatsgemaakt voor een grotere halfronde, verrassend modernistische ogende aanbouw, die via de originele open ezelrugpoorten met de vierkante moskee is verbonden. Het altaar staat op de scheiding van beide ruimtes. De nieuwe bijbelse wandtaferelen zweven boven de ezelruggen, dus in een onvervalst Turks decor. Ook de vele oorspronkelijke moskeeramen zijn blootgelegd.

Vanuit haar hooggelegen tuin kijkt Andrea Vándor uit op een statige groene koepel met een halve maan erop en het christelijke kruis daar weer bovenop. Ze vindt het een prachtig baken van Pécs. Tenslotte hadden de Turkse veroveraars op hun beurt Allah een halve eeuw lang aanbeden in de gotische Bartholomeuskerk die op dezelfde plek stond, voordat ze haar sloopten en uit de stenen hun moskee bouwden – nu met de voorkant naar Mekka gericht in plaats van oostwaarts.
En die geschiedenis heeft zich hoogstwaarschijnlijk recentelijk herhaald, meent ze. Ze speurt nog naar de onomstotelijke bewijzen voor de verhalen dat islamitische vluchtelingen van de Balkanoorlogen begin jaren negentig in deze ‘Mariamoskee’ kwamen bidden. Maar het lijkt haar logisch: Bij de nis naast de toegangsdeur bevindt zich immers het mirhab (heiligdom) met de Koranspreuken. Die teksten zijn opnieuw zichtbaar gemaakt. Ze gaan net zo goed over een enkele god, weet ze. Het konden bijbelteksten zijn.

De tentoonstelling van Andrea Vándor en haar museum wordt gepresenteerd tijdens het komende Europese Culturele Hoofdstadjaar.  Pécs deelt deze status met Essen/Roergebied en Istanboel en voelt zich, midden tussen de beide giganten, zeer wel. Een groep Pécser kunstenaars won de slag om 2010 van alle Hongaarse concurrenten dankzij een campagne waarin hun tweeduizend jaar oude stad als intermediair tussen Europa’s beschavingen wordt gepresenteerd: de Romeinse, de vroegchristelijke – met graven op de Unesco Werelderfgoedlijst – het Habsburgse Rijk, de Duitse cultuur (met name van de Donauschwaben; de stad heet dankzij hen ook ‘Fünfkirchen’), de Balkan- en Turkse culturen.
Het kleine Pécs lag, met zijn 170.000 inwoners aan de buitengrens van de Europese Unie, altijd in de schaduw van Boedapest. Maar nu kan de stad zich profileren als brug in de regio. Er lopen programmalijntjes voor 2010 en daarna naar de zo nabije staten Kroatië, Servië, Bosnië en Italië.

Een promotietekst van de Culturele Hoofdstad Pécs 2010 rept van de ‘duizend jaar oude keien’ op de straten. Ze lagen er, tussen communistisch beton en post-Wende-asfalt, inderdaad. Maar sinds een paar maanden is de stad volledig op de schop. Ook het plein rond de Mariamoskee wordt heringericht. Onder de bestrating komen allerlei tastbare herinneringen aan laat-Romeinse, vroeg-christelijke en andere beschavingen aan het oppervlak. Pal voor de moskeekerk zouden onlangs zelfs sporen van een huis van graaf Vlad Tepes oftewel Dracula zijn gevonden. Voor zover de ontdekte oeroude muren en voorwerpen niet in een postmodern glazen korset zichtbaar worden gemaakt, worden ze liefdevol toegedekt, voor later.