Feature —

De Klare Bron in Leuven

Gideon Boie

In Leuven realiseerde het in Londen en Rotterdam gevestigde architectenbureau MaccreanorLavington een nieuwbouw voor basisschool De Klare Bron. In lijn met de pedagogische doelstellingen van de school prikkelt het gebouw de fantasie van de kinderen en zet het aan tot interactie. Het ontwerpproces – georganiseerd binnen de Open Oproep van de Vlaams Bouwmeester – wordt evenwel gekenmerkt door meer bedenkelijke waarden.

De basisschool De Klare Bron in de Leuvense buitenwijk Heverlee is het nieuwe paradepaardje van de zogenaamde ‘inhaaloperatie scholenbouw’ die de Vlaamse Overheid in samenwerking met haar private partner Fortis Real Estate onderneemt. Het verouderde schoolbestand in Vlaanderen wordt officieel toegeschreven aan de gewijzigde noden in het hedendaags onderwijs, hoge onderhoudskosten eigen aan oude gebouwen en de flink gestegen energieprijs. In de praktijk blijkt de onderhoudsachterstand minstens evenveel te wijten aan de jarenlange onderfinanciering van het onderwijs. Hoe het ook zij, de beoogde kwaliteitssprong in de schoolinfrastructuur is geen overbodige luxe. De architecturale kwaliteit van deze inhaaloperatie scholenbouw wordt gegarandeerd door per project een beperkte competitie te organiseren tussen een vijftal geïnteresseerde architectenteams – de zogenaamde Open Oproep van de Vlaams Bouwmeester. MaccreanorLavington kreeg de ontwerpopdracht voor de vernieuwing van het schoolgebouw van De Klare Bron en het herwaarderen van de oude villa op de site.

Als leefschool hanteert het schoolpersoneel een bijzondere, eigen opvatting op vlak van pedagogie en educatie en zet hierbij in op participatie, samenwerking en inspraak. Het ontwerp van MaccreanorLavington biedt alle ruimte voor deze emancipatoire kernwaarden. Het hart van het schoolpaviljoen is een circulatieruimte die, gezien haar rijkelijk ruime afmetingen, ook nuttig is voor diverse groepsactiviteiten. Een flexibele tussenwand opent bovendien de brede gang naar de hoge gemeenschapsruimte (die tevens dienst doet als turnzaal). Lineair gerangschikt langs de gang bevinden zich de zes klaslokalen van de basisschool die eerder nauw bemeten zijn volgens de ‘6 op 9 meter’ regel – een dictaat van de regulerende overheid (het Vlaams Gemeenschapsonderwijs). De ietwat benepen sfeer in de klaslokalen wordt gecompenseerd door schuifwanden die het mogelijk maken dat klasjes twee aan twee bij elkaar gevoegd worden. Een andere compensatie bieden de gevelbrede glaspartijen die grenzen aan de tuintjes die hierdoor als een verlengde van klas functioneren. Op die manier weet MaccreanorLavington de ijzeren 6/9 wet om te buigen in een bijkomend ruimtelijk en zelfs pedagogisch voordeel.

In een zijgang situeerden MaccreanorLavington de drie kleuterklassen die via een gemeenschappelijk balkon uitkijken op een speelplaats aan de achterzijde van het schoolgebouw. Opvallend zijn ook de speelse vensteropeningen in de scheidingswanden die de kleuters hier en daar in staat stellen om onderling visueel contact te leggen. De beslissing om zowel kleuterschool als basisschool en alle andere activiteiten (eetzaal, turnzaal, speelplaatsen) gelijkvloers te organiseren bevordert de overzichtelijkheid en samenhorigheid in de school. De leraarkamer ontsnapt als enige aan deze logica en is onbegrijpelijk – of was het een strategische ontwerpzet? – ingepland in een eenzame zolderruimte. De afzondering van de leerkrachten is in de praktijk echter snel ongedaan gemaakt door de zolderruimte in te richten als het zogenaamde GOK-klasje (gelijke onderwijskansen) voor de bijsturing van kinderen met een allochtone en sociaal zwakke achtergrond. De leraarkamer is terug ondergebracht in de oude villa waarin ook de schooladministratie en keuken is ondergebracht. De eetzaal vormt de verbinding tussen de nieuwbouw en de villa.

 

De genoemde 6/9 regel is echter niet het enige heilige huisje waarop we in het ontwerp van MaccreanorLavington stoten. Hoewel de Open Oproep een ware vernieuwing van het ontwerpproces in publieke opdrachten voor ogen heeft, is het opvallend dat het schoolpersoneel zelf niet betrokken was bij de keuze van het winnende ontwerpteam. Sterker nog, de directie was niet eens betrokken bij de verdere uitwerking van het winnende ontwerpvoorstel van MaccreanorLavington. Nochtans was hier alle ruimte toe. Anders dan in de klassieke wedstrijdprocedure verbindt de opdrachtgever zich binnen de Open Oproep niet met een winnend ontwerp, maar met een winnend ontwerpteam. Hierdoor ontstaat een handige manoeuvreerruimte om tijdens de uitwerking wijzigingen door te voeren in samenspraak met de betrokken partijen. Opmerkelijk is dat het lerarenkorps van De Klare Bron niet gezien werd als betrokken partij. Het ontwerp van MaccreanorLavington mag dan – gelukkig – wel expliciet inspelen op het specifieke karakter van de leefschool, de schooldirectie werd niet gezien als een stemgerechtigde partij in de keuze van het ontwerpteam en niet betrokken bij de uitwerking van het winnende ontwerp. Het lerarenkorps werd enkel in de aanloop van de projectdefinitie geconsulteerd over hun specifieke noden en verlangens.

De openheid in de ontwerpformule uitgestippeld door de Vlaams Bouwmeester blijkt al met al beperkt. De regie van het ontwerpproces blijft strak in handen van de samenwerkende partijen (overheid, financier, ontwikkelaar, bouwmeester en architect). Er wordt blijkbaar gerekend op de goede wil en het creatieve inlevingsvermogen van de architect om aansluiting te vinden met de wensen en verlangens van het schoolpersoneel – iets wat MaccreanorLavington gelukkig goed heeft aangevoeld. Het blijft niettemin cynisch dat de vlotte participatie en inspraak tussen partijen met uiteenlopende belangen abrupt en als vanouds stopt bij de gebruiker – van het lerarenkorps wordt verwacht dat ze zich dankbaar opstelt.

Die architecturale bevoogding is in het geval van De Klare Bron extra opvallend. De kinderen leren in deze leefschool immers dat participatie, samenwerking en inspraak elementaire waarden zijn voor de groei naar een volwassen leven. Architecten en de Vlaams Bouwmeester hebben nog net een extra duwtje nodig om hetzelfde emancipatoire gedachtegoed te ontdekken en vanuit deze klare bron bij te dragen aan een volwassen architectuurcultuur in Vlaanderen.