Feature —

Juichstemming in Hoograven

Martine Bakker

Voor de problemen in de naoorlogse wijken is gentrification geen oplossing. Het dient de bewoners niet en het smoort de potentie en energie die achter de gevels zindert. De sprekers op het symposium ‘United Minds, Hoograven Invites You’ zijn het eens. Er moet niet worden gesloopt. Er moet meer flexibiliteit in het herstructureringsproces komen. En er moet meer meteen worden gedáán.

Hoograven is een van de drie grote naoorlogse wijken in Utrecht, hoewel veel kleiner dan Kanaleneiland en Overvecht. Middenin het herstructureringsproces van Hoograven, dat al ruim tien jaar gaande is, kregen architecten Alfredo Brillembourg en Hubert Klumpner (Urban Think Tank) van de Stichting Utrecht Biennale het verzoek om een toekomstvisie te bedenken. Inmiddels bezegelde de rijksoverheid dergelijke wijken als krachtwijk en werd er opener gepraat over de sociale problematiek. Hoograven was geen officiële krachtwijk, maar een visie van buiten was welkom: een fris breed plan, niet per se om letterlijk uit te voeren, meer iets om mogelijkheden mee af te tasten die ook elders toepasbaar zouden zijn.

Brillembourg en Klumpner zijn de belangrijkste gasten op het symposium United Minds, Hoograven Invites You. Het programma is onderdeel van de designbiënnale Utrecht Manifest. Fysiek middelpunt van die biënnale is de Pastoefabriek, aan de rand van Hoograven. Hier is een tentoonstelling ingericht met de resultaten van het onderzoek dat Brillembourg en Klumpner uitvoerden samen met studenten van de Hogeschool Utrecht en Columbia University. Zij geven oplossingen voor verdichting, het vergroten van de stedelijke variatie en het toevoegen van functies in Hoograven.

Mapping
Aan die oplossingen ging een uitgebreid onderzoek vooraf. Urban Think Tank bestudeerde de culturele achtergrond van de bewoners, hun activiteiten en sociale netwerken, hun beroepen en werkplekken, leeftijd, ontmoetingsplekken, speelplekken, mogelijkheden en behoeftes. Uit het onderzoek bleek ondermeer dat in de Marokkaanse gemeenschap dringend behoefte is aan een openbare ontmoetingsplek, liefst in de buurt van de moskee. En er zijn relatief veel thuiswerkende ondernemers in de wijk gevestigd, die nergens buitenshuis met klanten kunnen afspreken.

Met de resultaten van het onderzoek werd een reeks kaarten gemaakt. Brillembourg en Klumpner bedrijven social design en daarbij is mapping essentieel. Het brengt verbanden in kaart waarmee veel grondiger vanuit de huidige bewoners geredeneerd kan worden dan met de modellen waarop gewoonlijk besluiten worden genomen omtrent herstructurering. Toch zijn de oplossingen en ontwerpen van Brillembourg en Klumpner niet opzienbarend. En ze zijn ook niet ingewikkeld. Ze zijn vooral heel verfrissend. Want de zogenaamde probleemwijk Hoograven wordt vol verve en oplossingsgezind benaderd.

Het is ook heel prettig dat Brillembourg en Klumpner alles bij naam noemen. De Marokkanen zijn voor hen een vanzelfsprekende immigrantengroep met een eigen cultuur. Zij trokken naar Casablanca en Fez om die cultuur nader te bestuderen en overeenkomsten te zoeken met de manier van wonen in Hoograven. Het grootste verschil zat hem in het eigenaarschap. De Nederlandse corporaties zijn in principe dan wel fantastisch, maar blijken volgens Brillembourg en Klumpner te log en groot om welwillend innovatieve ideeën uit te voeren.

De belangrijkste boodschap voor Hoograven is dat er vooral niks gesloopt moet worden. Want dat zou simpelweg zonde zijn. In een groot deel van de wereld is dan misschien een crisis of need, West Europa kent een crisis of wealth. Bovendien blijken de problemen rond de leefbaarheid in de wijk niet te maken te hebben met de woningen. Het merendeel van de bewoners is daar heel tevreden over. Omdat de woningen wel enigszins vernieuwd en vergroot zouden kunnen worden, tekent Urban Think Tank capsules aan de bestaande flats, die niet in één keer overal aangebracht hoeven te worden. En omdat de plint eigenlijk te gesloten is, tilt Urban Think Tank het maaiveld inclusief groenvoorziening en kinderspeelplaatsen op naar plus 1-niveau.

Andere concrete ideeën zijn de aanleg van een soek naast de bestaande moskee en de aanleg van een kashba met jongerenhuisvesting in de cultuurzone rond de Pastoefabriek. In de kashba kun je zoveel woonkubussen huren als er beschikbaar zijn, zodat woningen naar behoefte kunnen worden uitgebreid. Urban Think Tank stelt tenslotte voor cafés te openen met internetaansluiting, mede gericht op de kleine ondernemers. En een zichtbare hardlooproute door de wijk te leggen. Zo’n herkenbare, Hoogravense, gemeenschappelijke faciliteit zou de sociale cohesie aanzienlijk vergroten.

Meer meteen doen
De andere sprekers op het symposium blijken al even enthousiast en veranderingsgezind, van de stadssocioloog tot de hoge ambtenaar, van de historicus tot de architect. Het verhaal van Wouter Vanstiphout overlapt het meest met dat van Urban Think Tank, al is het aldus Vanstiphout een Calvinistische variant. Hij presenteert de inzendingen van Crimson voor de IABR en vertelt over het manifest dat Crimson opstelde. Er wordt in zijn ogen teveel gewenst en gedroomd en te weinig geaccepteerd.

Stedenbouw zou ingezet moeten worden om bewoners te emanciperen, niet om ze te verplaatsen en verwijderen. Architectuur zou niet gevoed moeten worden door dromen, maar door de realiteit. En die realiteit is rijk en tegelijkertijd geweldig ingewikkeld. Daarom zweert Crimson grote overheidsprojecten af en kiest het voor site-specifieke coalities en kleine, tastbare, gemeenschappelijke projecten. Het zocht voor een aantal urgente ontwikkelingslocaties in Rotterdam de eigenaren, gebruikers en bewoners bij elkaar liet de architecten vanaf het begin meedenken over de opgave. De IABR-voorbeeldprojecten waren zo concreet en overzichtelijk, dat één van de coalities met hun project meteen aan de slag ging.

Maar nu terug naar de logge, grijze werkelijkheid van Hoograven. Gelegen aan een in zichzelf gekeerd kanaal. Zo praktisch als in Rotterdam is niemand hier nog te werk gegaan. Het adequaat concretiseren van idealen is sowieso niet erg kenmerkend voor Utrecht. Of toch? Klumpner vertelt over de studentenroeivereniging Orca, gevestigd aan de oever van de Vaartse Rijn. Hier ligt ook het veld van Voetbalvereniging Hoograven, met overwegend Marokkaanse leden. Orca bood via de scholen roeiles aan Hoogravense kinderen. Van het een kwam het ander en sinds kort vormen elf roeiers van Orca een seniorenelftal bij de voetbalvereniging. Eh, ging het nou om architectuur of om de kracht van de prachtwijk? Wel, het gaat om positieve actie! Alle sprekers op het symposium nodigen uit om te handelen, om eigen verantwoordelijkheid te nemen. Daarom is het helemaal geen probleem dat er nagenoeg geen lokale politici in de zaal zaten, en amper directeuren van corporaties.