Opinie —

Nu de torens van Dubai wankelen

Piet Vollaard

De afgelopen week is ook voor de vastgoedmarkt het onmogelijke mogelijk gebleken. Waar de financiële wereld ooit dacht dat grootbanken als Lehman Brothers onaantastbaar waren, daar dacht de vastgoedwereld dat er aan de geldpotten en de bouwwaanzin van Dubai geen einde zou komen. Niet dus. Het emiraat kan zijn schulden even niet meer betalen. En dat is winst.

Avondrood boven Dubai
Avondrood boven Dubai

Het wordt stil op de artificiële eilanden van The World, op de altijd ravissante bouwbeurzen en in de kantoren van de strakke mannen met niet te missen ‘investment opportunities’. De buitenlandse bouwvakkers hebben hun kampongs al lang verlaten, de hotels stonden al leeg, de shopping malls waren verlaten en de bouw van veel van Dubais bouwprojecten lag al stil. Toch maakte Dubai op het hoogtepunt van de financiële crisis bekend dat het in de stad busisness as usual was. Nakheel, het ontwikkel onderdeel van de in surseance verkerende staatsinvesteerder Dubai World, ontvouwde bijvoorbeeld onlangs plannen voor een nóg grotere toren dan de hoogste folly van de 21ste eeuw: de 820 meter hoge Burj Dubai. De Burj Dubai zou overigens begin januari aanstaande bij het aftreden van Zijne Hoogheid sjeik Mohammad Bin Rashid Al Maktoum officieel worden geopend.
 ”Officials insisted that Dubai knows how to take advantage of the misfortunes of others. We live in a violent and unstable environment, they would say, but that makes us a magnet for people and money fleeing other volatile spots. This is the Dubai model. This is the Dubai miracle.” zo typeerde The Financial Times onlangs de stemming in Dubai ten aanzien van de financiële crisis. Tot voor kort. Want nu heeft de stadstaat, en dus de sjeik zelf, uitstel van betaling moeten aanvragen. Het onmogelijke is maar al te mogelijk gebleken, het Dubai Miracle een wereldvreemd fata morgana en vele bouwplannen even zoveel zandkastelen.
Buurman Abu Dhabi zal wel weer bijspringen, misschien niet zo enthousiast als in het verleden, maar het is natuurlijk altijd handig om zo’n belastingparadijs als Dubai in de buurt te hebben. Bovendien is Abu Dhabi een van de grootste investeerders, en bezit het zo veel olie dat er wel een paar veren kan laten. Dubai zelf hoeft ook niet totaal ten onder te gaan. Zo lang het belastingtarief op 0,0% blijft gehandhaafd, zal het een vluchthaven voor superrijken blijven. Maar de glans is er voorlopig wel even af. Je houdt je villa op Palm Eiland wel aan, maar je vertelt het even niet aan je vriendjes.

Intussen mag de architectuurwereld zich in een klein hoekje gaan zitten schamen en zich afvragen waarom ze de gekte van Dubai niet bij voorbaat als amoreel en onhoudbaar heeft afgewezen. Natuurlijk zijn architecten zo’n beetje de sufferdjes van de vastgoedwereld, en de laatsten die werkelijk snappen wat er economisch en maatschappelijk aan de hand is, verblind als ze maar al te vaak zijn voor de schitter en de glans van een nog ambitieuzer bouwopdracht. Maar toch, verbijsterend blijft het dat iemand als Rem Koolhaas, hoewel ook hij zowel de stedenbouw als de architectuur van Dubai ‘clearly unsustainable’ noemde, toch een soort euforisch “einde van de stad en de architectuur zoals we die kennen, en het begin van een nieuwe architectuur en een nieuwe stad”zag in Dubai. ‘Clearly unsustainable’, daar had de meester een punt, vooral ‘economically unsustainable’ had hij nader kunnen preciseren. Koolhaas voorzag in 2007 in de Golfstatengids Al Manakh, dat in de Golfstaten “sustainability will be the regime that will impose radical change and revision on a brand-new model of urban life.” Dat het idee van duurzame steden midden in de woestijn, gebouwd met oliedollars, bedoeld voor superrijken, op zichzelf verre van duurzaam is – om niet te zeggen een perverse omkering van het begrip duurzaamheid – even idioot als de race om nog hogere torens, een nog hippere starchitect of een nog schitterender icoon, is hem kennelijk ontgaan. De ‘duurzame stad’ die OMA voor Nakheel in Dubai ontwierp zal voorlopig wel even in de ijskast gaan.
“The winner will be the one who walks away from this battle first” schreef Koolhaas in Al Manakh over de race naar nog meer architectonische bling bling extravanza in de regio. Iets meer oog voor werkelijke duurzaamheid, zowel economische als ecologische, had hem toen al kunnen doen inzien dat het de hoogste tijd was om op te stappen. Niet eens primair om redenen van moraliteit, maar domweg omdat Dubai ‘economically clearly unsustainable’ was.

Nu de torens in Dubai wankelen, is er tijd voor het overdenken van de positie die de architectuur kan of moet innemen ten aanzien van dergelijke uitwassen van autocratische staten van welke aard dan ook. Dubai zal ooit wel weer omhoog krabbelen, en anders de andere Golfstaten wel, want daar is nog olie genoeg. En als het niet in de Golfregio is, dan zullen er zich wellicht op andere onverwachte plaatsen, in Afrika, in Azië, niet te missen ‘investment opportunities’ en weer nieuwe ‘einden van de stad zoals we die kennen’ voordoen. Benieuwd wie deze keer wél het zakelijke inzicht en de morele moed zal hebben om als eerste weg te lopen van het strijdtoneel.