Recensie —

Verblijf in Zeeland

Alexander Herrebout

Hoe kan Zeeland zich als verblijfslandschap ontwikkelen? Deze vraag staat centraal in het jaarprogramma 2009 van het Centrum voor beeldende kunst, vormgeving, architectuur in Zeeland (CBK) te Middelburg. Samen met de prijsvraag ‘Nieuw Tij’ uit 2007 en het ontwerplab ‘Krimp’, maakt de reeks debatten en tentoonstellingen Verblijf in Zeeland deel uit van een zoektocht naar de potenties van Zeeland voor verblijfsrecreatie.

Grofweg twee ontwikkelingen zijn hierbij belangrijk. Allereerst de stagnerende groei en toekomstige krimp van de bevolking van Zeeland. Wat heeft dit voor invloed op steden, dorpskernen en bebouwingstypologieën?
Daarnaast zijn de ontwikkelingen in recreatie en toerisme een reden om het huidige aanbod eens tegen het licht te houden. In een tijd dat een all-inclusive vakantie naar Turkije goedkoper is dan een week op de camping in Zeeland, is het goed om de vraag te stellen of de huidige voorzieningen nog concurrerend zijn met de Turkse Rivièra. En moet dat eigenlijk wel? De tentoonstelling Kansen in Zeeland in het CBK toont plannen voor verschillende Zeeuwse gemeenten.

Dilemma
Je zou kunnen stellen dat de kleinschalige woonvormen voor recreatie samen genoeg kritische massa moeten hebben om te kunnen concurreren met de grootschalige standaardvakantieparken die Zeeland hebben overspoelt. Tegelijkertijd dreigen al die kleine initiatieven het vaak weidse Zeeuwse landschap als een recreatieve sprawl te gaan koloniseren. Hoe moet je met dit dilemma omgaan?

Twee interessante plannen laten een benadering zien die iets positiefs op kan leveren voor het Zeeuwse landschap. Het plan Hier is niks biedt een kleinschalige ingreep die het nadeel van 'er is hier niets te beleven' wil ombuigen in een voordeel. Het wil mensen het unieke van het totale niets aan de horizon laten beleven. De woningen, die doen denken aan opgeschaalde strandhuisjes, zijn in clusters van vier gekoppeld aan landschappelijk markante plekken en randen van 'het niets' zoals een dijk of een bos. Wellicht zou het nog interessant zijn geweest als de hoeveelheid huisjes was opgevoerd om te kijken tot op welke schaal dit concept bruikbaar is, want op deze manier zal het niet echt kunnen bijdragen aan die benodigde kritische massa verantwoorde recreatiewoningen.

Het plan Kunstpark Zeeland gaat uit van ontwikkeling van het 'ontvangende landschap' in dit geval Noord-Beveland. Hier zijn de woningen een middel geworden om een nieuw landschap te maken. Specifieke problemen als verzilting worden aangegrepen om een nieuw watersysteem, natuur en gebiedsspecifieke architectuur te realiseren. Die ideeën zijn op verschillende schaalniveaus variërend van 9 tot 200 ha uitgewerkt en zijn tastbaar gemaakt in sympathieke houten maquettes van een boomgaard, een voormalige geul en een voormalige zandplaat in het Veerse Meer. Het woord integraal krijgt hier een concreet gezicht omdat het ontwerp verschillende programma's zoals natuur en recreatie met elkaar probeert te combineren, zodat milieus kunnen ontstaan die van elkaar profiteren.

Cadeau
Het is interessant om te zien dat de uitkomsten van de plannen nogal variëren in aanpak en kwaliteitsniveau. Ondanks de aanwezigheid van landschapsarchitecten in de teams, blinken de meeste voorstellen niet uit in landschappelijke verfijning en kennis. Vaak wordt het landschap gezien als een vaststaand gegeven en veelal gereduceerd tot een sfeer, een decor of 'natuur'. In de wetenschap dat het Nederlandse landschap een product is van mensenhanden, lijken deze inzendingen bijna onhollands. En er wordt sterk gedacht vanuit het huis. Het landschap is een decor waar de woning op uitkijkt; 'a room with a view'. Wat de plannen, naast opbrengsten voor de exploitant, opleveren voor het landschap en de ontwikkeling van een groter gebied blijft vaak onduidelijk.

De inzendingen Hier aan de Kust! (Vlissingen) en Kunstpark Zeeland
(Noord-Beveland) tonen allereerst dat er echt tijd, aandacht en plezier in is gestoken. De voorgestelde ingrepen zijn hierdoor enthousiasmerend. Ze gaan in op de kwaliteiten van de plek en proberen het Zeeuwse karakter te vertalen naar een eigentijdse vorm. Ze doen niet alleen een voorstel voor een vorm van bouwen in het landschap, maar bieden ook een strategie om de (economische) kracht van recreatie of krimp te gebruiken voor het maken of renoveren van complete landschappen. Zo ontstaat in deze plannen meerwaarde op landschappelijke schaal en stedelijke schaal.
Waar in veel steden het stadscentrum met voorzieningen vaak fungeren als publiekstrekker, zijn in Vlissingen de boulevard en het strand de meest favoriete verblijfsplekken en het winkelhart juist niet. Recente aanpassingen zoals de aanleg van een plein met parkeerkelder hebben het centrum geen nieuwe impuls kunnen geven. In dit plan wordt voorgesteld om de kracht van het waterfront nog te versterken en beter te verbinden met het achterliggende centrum en het woningaanbod beter af te stemmen op de pensionado’s die hun oude dag graag aan de kust doorbrengen. Zo bezien is Hier aan de kust! een realistisch manifest voor het versterken en benutten van het unieke karakter van Vlissingen als waterstad.
Kunstpark Zeeland laat een aanpak zien die op verschillende plekken programma's aan elkaar koppelt. Het landschap kan zo als het ware worden doorvertaald in de architectuur. Dit levert een scala aan woningtypen op zoals boomgaardwoningen in Zuid-Beveland en paalwoningen in het Veerse Meer. Hiermee wordt generieke recreatiehuis-architectuur, zoals veel parken langs de kust nu laten zien, vermeden.

Waar de provincies Noord en Zuid Holland voor hun structuurvisie al een complete prijsvraag hebben georganiseerd om goede ideeën te verzamelen, daar blijft het bij de Provincie Zeeland nog stil. Het valt te prijzen dat het CBK als lokaal/regionaal architectuurcentrum de opgave aan de orde stelt. De provincie krijgt van het CBK alvast een paar prikkelende visies cadeau.