Feature —

KOMPAS light: aanbestedingsleidraad nu online

Piet Vollaard

Tijdens de tweede Europese Aanbestedingsdag is KOMPAS light, de eerste digitale handleiding voor aanbesteding van architectendiensten gepresenteerd door het Steunpunt Architectuuropdrachten & Ontwerpwedstrijden van Architectuur Lokaal. Sinds gisteren is deze handleiding online. Handig, nuttig en noodzakelijk, dat zeker, maar de handleiding is nog geen garantie voor een goed geformuleerde opdracht of een zuiver oordeel.

Precies een jaar na de eerste Europese Aanbestedingsdag waar vooral de vele problemen rond de uitvoering werden gespuid, zijn op 3 december de resultaten van een jaar onderzoek naar de problematiek gepresenteerd. De kern van het probleem was en is – naast de soms slordige procedure afwikkeling – vooral de discrepantie tussen de ‘zekerheidswens’ en de ‘creativiteitsvraag’ bij de opdrachtgevende overheid. Hoewel, of wellicht juist omdat, de Europese Richtlijn daarin geen keuze doet, en er veel meer vrijheden zijn dan menig opdrachtgever denkt, ligt de nadruk maar al te vaak op de zekerheidswens. En daarmee wordt de kans op een zo hoog mogelijke architectonische kwaliteit gefrustreerd. Onredelijk hoge omzeteisen, referenties en bewijsstukken zijn het gevolg van de angst bij de opdrachtgever ‘dat er iets mis zou kunnen gaan’. De adviseurs, dienend als ze tenslotte zijn, leggen zich misschien iets te gemakkelijk neer bij deze ‘angsteisen’. En juryleden, ook architect-juryleden, die in een andere positie wellicht zouden protesteren, zijn zelden flink genoeg om uit een beoordelingscommissie te stappen als de voorwaarden onnodig hoog zijn of als de opgave en de beoordelingsleidraad slecht geformuleerd zijn.

Architectuur Lokaal onderzocht het afgelopen jaar onder meer hoe het nu eigenlijk in kwantitatieve zin gesteld is met de Europese Aanbestedingen in Nederland. Uit een reeks van grafieken bleek dat in de periode juni 2005 tot november 2009 387 aanbestedingen voor architectendiensten zijn uitgeschreven (en 183 ontwikkelopdrachten). Zo gezien is het probleem klein, want dit aantal is niet meer dan een fractie van het totaal aantal ontwerpopdrachten in die periode. Maar het aantal openbare aanbestedingen groeit sterk, van 80 in 2006 naar 120 in 2009, en veel van de opdrachten betreffen de grotere opdrachten voor publieke gebouwen. Veel (ca 60%) opdrachten zijn overigens voor maatschappelijk vastgoed: scholen, sporthallen etc. De probleemgevallen die de publiciteit halen: stadskantoren, theaters, bibliotheken, beslaan samen hooguit 20% van het totaal. De impact op het publieke domein is desondanks groot, en een stadskantoor bouw je niet zo vaak.
Interessant is ook het staatje met bureaus die in de onderzochte periode de meeste aanbestedingen wonnen. De angst dat de procedure zou leiden tot steeds minder en steeds gespecialiseerdere winnende bureaus, wordt (nog) niet gestaafd door de cijfers. Misschien is daar het aantal aanbestedingen ook nog te klein voor. Tot nu toe zijn er wel enige bureaus, die af en toe eens 2 of 3 opdrachten per jaar scoren, maar alleen AGS doet dat structureel door de hele periode heen, en kan dat alleen doen door het proportioneel grote aantal schoolopdrachten. Zolang ook middelgrote bureaus als Jeanne Dekkers of 24H Architecture zich af en toe in de top 10 kunnen nestelen, valt het wellicht nog mee. Overigens blijft het door de hoge toetredingseisen een probleem voor kleine innovatie bureaus om überhaupt mee te kunnen dingen.

Voor dat laatste heeft Jan Brouwer, die een jaar lang door het land reisde om de problemen te inventariseren, een mooie oplossing: geef opdrachtgevers de mogelijkheid om een ‘wild card’ in te zetten om op deze manier een bureau dat niet door de minimumeisen komt, toch een kans te geven. Hij noemt daarbij terecht niet alleen jonge bureaus, maar ook de oudere architect zonder bureauorganisatie. Het is een van de acht aanbevelingen die de voormalig Rijksadviseur doet. Veel aandacht schenkt hij vooralsnog aan de verbetering van de procedure en vooral de kwaliteitsbewaking en arbitrage. Hij stelt onder meer voor het Steunpunt Architectuuropdrachten & Ontwerpwedstrijden om te bouwen tot een expertisecentrum, inclusief de mogelijkheid om klachten te deponeren en door middel van bemiddeling of arbitrage op te lossen.

Een belangrijke stap naar een verbeterde leidraadopstelling is het uitbrengen van de online handleiding Kompas Light. Stap voor stap wordt de uitschrijver, geholpen door toelichting en aanbevelingen, door de vaste punten van de leidraad geleid. Aan het eind kan een volledige gunningleidraad als pdf worden gedownload. Prima, daarmee worden veel problemen en vooral onwetendheid en slordigheid, voorkomen. Maar er schuilt ook een gevaar in deze handleiding. Het is niet meer dan een instrument, en geeft op zichzelf geen enkele garantie voor een zuiver geformuleerde opdracht. De ambities kunnen nog steeds torenhoog zijn, de verhouding programma/budget nog steeds onmogelijk en de beoordeling nog steeds amateuristisch. Anders gezegd: je kunt iemand met twee linkerhanden nog zo’n goede hamer en nog zo’n scherpe zaag geven, de kans blijft groot dat je door de stoel zakt die hij met dat uitstekende gereedschap heeft gemaakt.
Nu de voorwaarden voor een overdachte formulering van de procedure dankzij Kompas Light zijn verbeterd, is het daarom hoog tijd om te gaan nadenken over het verbeteren van de kwaliteit van de opgave en van het oordeel. En in het verlengde daarvan ook maar eens kijken naar de gebouwde resultaten. Want uiteindelijk is dat waar het werkelijk om gaat.

Jan Brouwer stelt voor om, naast zijn aanbeveling om een wildcard in te kunnen zetten, ook de mogelijkheid te scheppen om geheel af te wijken van de wettelijke procedures. Als voorbeeld noemt hij Berlage die – mocht hij nog leven –  de kans zou moeten krijgen om zelf zonder tussenkomst van enige aanbestedingsprocedure zijn eigen Beurs te verbouwen. Daar hoeft de wet overigens niet voor worden aangepast. Een adviseur uit de zaal zei terecht dat ‘de deur naar dergelijke uitzonderingen al op een kier staat en gemakkelijk wagenwijd open kan worden geduwd om er desnoods met een trein doorheen te denderen.’ Brouwer stelt weliswaar dat die afwijking alleen in speciale gevallen en goedgekeurd door de minister zou moeten worden toegekend. Maar toch, je kunt je afvragen of je dat zou moeten willen. Geef die Berlage maar een wildcard en laten we maar eens zien of hij een beter voorstel heeft dan zijn jongere collega’s. Bij alles wat er mis is met de Europese Aanbestedingen, moet het grootste goed bewaard blijven: een open en transparante procedure en vooral een eerlijke mededinging.

Adri Duivesteijn, wethouder van de ambitieuze groeigemeente Almere, had het in dat verband over de ‘artistieke keuze’ die de selectie van een architect inderdaad ook is. Zonder het expliciet zo te zeggen, leek hij toch heimwee te hebben naar vroeger, toen je als wethouder die artistieke keuze nog zelfstandig zonder al die ingewikkelde procedures kon maken. Dat daarmee de deur naar de vreselijke wethouderslijstjes weer open staat, leek hij niet te (willen) zien. De artistieke keuze wordt door de publieke opdrachtgever gegarandeerd door een zo scherp mogelijke formulering van de opdracht, door het organiseren van een daarbij passend budget en door het samenstellen van een zo deskundig mogelijke beoordelingscommissie. Dát is de taak en de competentie van de opdrachtgever/wethouder, en niet het – uit onmacht om deze competentie ten toon te spreiden – uit de hoed trekken van een hippe architect, hoe betrokken en wat mij betreft deskundig je als wethouder ook bent.

De voorwaarden voor het doordacht formuleren van de gunningleidraad zijn sterk verbeterd door Kompas light. Nu de deskundigheid ten aanzien van het formuleren van de ambities, het programma, en vooral het verbeteren van de kwaliteit van de beoordeling nog. Want ook daar valt nog een wereld te winnen. Te vaak denkt de aanbesteder nog dat een goede architect ook en automatisch een goed beoordelaar van architectuur is. Maar dat is niet zo. Het is wat dat betreft net als met stervoetballers die maar al te vaak matige trainers blijken te zijn. Of in de woorden van Co Adriaanse, die om een oordeel over de trainerscapaciteiten van Marco van Basten werd gevraagd: Een goed paard is nog geen goede ruiter. Het is in dat verband misschien helemaal niet zo’n gekke gedachte om te denken aan een, desnoods verplichte, cursus architectuurbeoordelen voor juryleden.