Feature —

Laag Land

Joep Janssen

Nederland is ongeveer even groot als de Mekongdelta in Vietnam. De overeenkomsten tussen beide gebieden zijn een hoge bevolkingsdichtheid en de impact van een stijgende zeespiegel op de delta. Onderzoek van de Wereldbank wijst uit dat van alle ontwikkelingslanden ter wereld Vietnam het meest beïnvloed zal worden door een stijgende zeespiegel, in Europa is dat Nederland. Het is dan ook niet verwonderlijk dat afgelopen maand staatssecretaris Huizinga (Verkeer en Waterstaat) in Ho Chi Minhstad een samenwerkingsovereenkomst tekende op het gebied van waterbeheer.

In het centrum van Ho Chi Minhstad staat het door Gustave Eiffel ontworpen postkantoor uit 1886. Samen met het dambordstratenpatroon tonen dit soort publieke werken de dominantie van de toenmalige Franse overheersing. In het postkantoor zijn aan weerszijden van de hal kaarten op de muur geschilderd. Op de ene kaart uit 1936 staat de Mekongdelta afgebeeld, de voedingsbodem voor handel, cultuur en agricultuur. In de rechterbovenhoek ligt de dubbelstad Cholon-Saigon. Tot 1940 woonden meer mensen in de ‘Chinese stad’ Cholon dan in de ‘Franse stad’ Saigon, tegenwoordig is Cholon een bruisende Chinese wijk in Ho Chi Minhstad.
De meanderende rivieren van de Mekongdelta worden doorkruist door strakke waterwegen en rode lijnen van de telegrafie. Deze infrastructuur werd door de Fransen aangelegd om de winstgevende rijstschuur van Azië op te bouwen. De muurschildering laat dan ook de eerste stappen zien van de cultivering van het waterrijke landschap.
Op de andere kaart uit 1892 staat SAIGON et ses ENVIRONS. Als een spinnenweb is het stratenpatroon van Saigon gespannen tussen drie bestaande rivieren. De stad Cholon hangt daar met twee draadjes aan vast. Om het web heen en vooral ten zuiden van de dubbelstad, ligt het laaggelegen land in een moerassig gebied. De kaart toont het contrast tussen het natuurlijke deltalandschap en het dambordpatroon van de dubbelstad. Het landschap van de Mekongrivier stond in dienst van Cholon-Saigon, een metropool in wording. |

De stijging van de zeespiegel heeft grote gevolgen voor de ruimtelijke inrichting van zowel de Deltametropool in Nederland als van de toekomstige Mekongmetropool in Vietnam. In Nederland is onlangs de knoop doorgehakt: ‘Om de problemen van de Randstad aan te pakken heeft minister Cramer van VROM het startsein gegeven voor een superduurzame Zuidplaspolder’. Tot 2020 worden in de diepste polder van Europa zevenduizend woningen gebouwd, infrastructuur verbeterd, natuur aangelegd en de capaciteit voor waterberging uitgebreid. Maar bouwen is per definitie niet duurzaam, laat staan in landelijk gebied op het diepste punt van Nederland. Hoewel Rotterdam voldoende ruimte heeft om het zo geliefde woonmilieu van ‘huis-met-tuin’ binnen de stadsgrenzen aan te bieden, wordt toch gekozen om in de wei te bouwen. Dat is goedkoper. Deze aanpak lijkt dan ook vooral politiek duurzaam te zijn omdat de plannen daadwerkelijk gebouwd gaan worden. Bouwen in de stad zou sociaal en ecologisch duurzamer zijn geweest, omdat dan gebruik wordt gemaakt van de bestaande dichtheid aan infrastructuur, voorzieningen en sociale netwerken. Aangezien deze acupunctuurachtige ingrepen in een compacte stad minder goed worden verkocht, wordt de Zuidplaspolder ingericht als een ruimtelijk polderlaboratorium. Hier zullen nieuwe, duurzame architectonische uitvindingen worden gedaan. Tegelijkertijd biedt het laboratorium de kans om in één klap stedenbouw, waterbouw en natuurbouw te integreren tot een samenhangend ruimtelijk concept voor een groene woon-, werk- en recreatiepolder voor rijke stedelingen.
Ho Chi Minhstad bouwt ook in laaggelegen gebieden, die kwetsbaar zijn voor een stijgende zeespiegel. Nu al staan bij een hoogtij van 1,5 meter delen van de stad blank. In het slechtste scenario zal aan het einde van deze eeuw de zeespiegel met één meter zijn gestegen. Dat heeft invloed op ongeveer twaalf procent van het stedelijk gebied en gevolgen voor ruim 600.000 mensen. In de dichtbevolkte Mekongdelta zal door een dergelijke stijging ongeveer veertig procent onder water komen te staan, zo verwacht men. Geschat wordt dat ruim vier miljoen mensen hun huizen moeten verlaten. Deze klimaatvluchtelingen vertrekken waarschijnlijk naar Ho Chi Minhstad. De opnamecapaciteit van de stad is daar niet op berekend. Zijn de stedelijke planners in staat om hiervoor ruimtelijke oplossingen aan te dragen?

Toen de Fransen in 1859 voet aan wal zette, maakte de bevelhebber van het leger een visionair plan voor Saigon, ‘een nieuwe stad voor 500.000 mensen’. Dit ambitieuze project werd met precisie onderbouwd: kaveltypologie, rooilijnen, havens en het waterbeheer werden met elkaar verknoopt. Het plan werd uitgevoerd in een kleinere variant met boulevards, openbare gebouwen, pleinen en parken. Pas in 1945 bereikte de stad het bevolkingsaantal dat de kolonel voor ogen had. Met het vertrek van de Fransen, verdween ook de behoefte om de stad te plannen. Na de oorlog met de Amerikanen werd Noord met Zuid Vietnam herenigd en kwam een communistisch bewind aan de macht. Zij voerden een antistedelijk beleid dat op Russische leest werd geschoeid. De bevolkingsgroei en economische groei stagneerden.
Sinds de invoering van economische hervormingen (Doi Moi) eind jaren tachtig, nam de bevolking snel toe. Mensen van het platteland trokken naar het economische centrum Ho Chi Minhstad. De magneetstad groeide aan alle kanten dicht en dijde aan alle kanten uit. Een Taiwanese investeerder speelde hierop in. Hij kocht een groot en goedkoop stuk grond in het moerassige en laaggelegen gebied even ten zuiden van de stad met het idee een nieuw stadsdeel te realiseren voor één miljoen mensen. Tienduizenden rijke Vietnamezen, Zuid-Koreanen en andere expats wonen nu al in Phu My Hung. En hoewel de grond elk jaar met enkele centimeters zakt, de hoofdwegen aan vervanging toe zijn, de stad steeds verder dichtslibt en de wijk net boven zeeniveau ligt, zijn in tien jaar tijd de appartementen tien keer duurder geworden. Twintig jaar na de lancering van het idee, blijkt het geen duurzame investering. Plannenmakers hebben op het succes van Phu My Hung ingespeeld door ook satellietsteden te ontwerpen. Deze zijn verder van Ho Chi Minhstad verwijderd, waardoor de druk op de magneetstad zou kunnen afnemen. Eén daarvan is Binh Duong New City voor 500.000 inwoners. De toekomstige stad ligt ver boven zeeniveau, zal geen last krijgen van overstromingen en heeft een goed water- en wegennetwerk. Net als alle andere grootschalige bouwprojecten, biedt deze geprivatiseerde stad geen plaats aan mensen met lage inkomens. Deze zullen naar Ho Chi Minhstad blijven trekken, waardoor de nieuwe satellietsteden hun oorspronkelijke doel – verlichting van de migratiedruk op Ho Chi Minhstad – voorbij schieten.

Bovenstaande voorbeelden tonen het gebrek aan samenhang tussen verschillende programma’s en belangen. De universiteit van Ho Chi Minhstad kan een aanjager zijn in de discussie om het water, de verstedelijking en het landschap beter op elkaar af te stemmen. Om die reden laat ik een film zien over de Nederlandse Delta. De docenten van de afdeling waterbeheer kijken met bewondering naar de stappen die Nederland onderneemt tegen het wassende water. Zij beseffen dat de context verschillend is: Vietnam is een laaginkomen land met ongeveer tien keer zo veel kustlijn dan Nederland. De opgave is echter gelijk: een samenhangend ontwerp van water, stad en landschap. De stijging van de zeespiegel biedt Nederland en Vietnam een uitgelezen kans om op een innovatieve manier de stad te verbinden met het dynamische en waterrijke landschap.