Recensie —

Onopgeloste en onoplosbare zaken voor ontwerpers

Rob Dettingmeijer

De tentoonstelling Unresolved Matters, Social Utopias Revisited is het nog tot volgend jaar resterende openbare deel van de biënnale Utrecht Manifest. Artistiek directeur Guus Beumer en een grote groep curatoren, vroegen zich vanaf 4 oktober op vijf verschillende locaties in Utrecht met exposities, openbare en besloten bijeenkomsten af wat social design in deze tijd nog kan betekenen.

Unresolved Matters: Social Utopias Revisited, Centraal Museum, Utrecht Manifest 2009. foto: Johannes Schwartz
Unresolved Matters: Social Utopias Revisited, Centraal Museum, Utrecht Manifest 2009. foto: Johannes Schwartz

Het opvallendst werden vraagtekens bij social design geplaatst door gastcurator Claudia Banz, in het Centraal Museum. De tentoonstelling spot met alle regels van het tentoonstellen. Er hangen en liggen meer teksten dan in twee dagen gelezen kunnen worden. De getoonde objecten zijn soms toelichting, soms extra element bij die teksten, soms kunst, soms illustratie. Toch of juist daardoor leidt dit al vanaf de opening tot levendige discussies tussen bezoekers. Drie elkaar ook ruimtelijk gedeeltelijk overlappende thema’s, Social Green, Social Sculpture en Social Transparency, worden aan de orde gesteld.

Uitgangspunt van het thema Social Green is het begrip Tuinstad, zoals dat onder woorden en in schema is gebracht door Ebenezer Howard. Maar er is nauwelijks aandacht voor de wijze waarop de Engelse of zelfs maar de internationale beweging steeds meer georganiseerd, gereglementeerd en gepragmatiseerd werd. Wel zijn er veel beelden en teksten van Hellerau bij Dresden (Duitsland), de meest complete poging buiten Engeland om een tuinstad te realiseren. In Hellerau werd vanaf 1908 gestreefd naar een nieuwe manier van wonen, werken, opleiden, ontspannen, ja zelfs van bewegen. Maar daar beperkt het thema Social Green zich niet toe. Er zijn fragmenten van Heimatfilms met hun nadruk op het nostalgisch rurale maar ook video’s uit alle tijden die het groen als tegenpool van industrie en milieuvernietiging laten zien. Bij een onderdeel over volkstuintjes ontbreken zelfs de gipsen tuinkabouters niet, maar de lijn wordt ook doorgetrokken naar guerilla-gardening. Als overgang naar het onderdeel Social Sculpture word je aangestaard door levensgrote portretten ten voeten uit van inwoners van Milton Keynes, de laatste Engelse New Town met utopische aspecten.

foto: Johannes Schwartz
foto: Johannes Schwartz

Social Sculpture heeft als centrale tekst Victor Papaneks, Design for the Real World, Human Ecology and Social Change. Die tekst sloeg in de ontwerperswereld pas in de jaren zeventig echt aan. Centraal staat de klacht dat het industrieel ontwerp instrumenteel is voor de internationaal georiënteerde hyperconsumptie. Daardoor dreigt de cultuur van lokale gemeenschappen en het milieu sterk te verarmen en dreigt zelfs vernietiging. De ‘andersglobalisten’ hebben Papanek herontdekt. In plaats van aandacht voor deze beweging wordt Joseph Beuys, die als kunstenaar nadrukkelijk het milieu en locale selbstbestimmung op de agenda plaatste, gepresenteerd. In een apart kabinet is er aandacht voor de architectonische utopieën van de superconsumptie, zoals Archigram. De originele tekeningen en collages achter glas doen haast aandoenlijk aan, vergeleken met de gelikte reproducties die iedere architectuurhistoricus wel kent. Ook een relatief klein maar prachtig gordijn van El Anuisu, Earth Cloth (2003), waarvoor flessenlood en doppen zijn hergebruikt, is onderdeel van dit thema.

foto: Johannes Schwartz
foto: Johannes Schwartz

De overlap naar het laatste thema, Social Transparency is het grootst. Van Werkbund tot Hochschule für Gestaltung te Ulm zijn vele meubels, radio’s, papieren jurken en nog veel meer sociaal bedoelde objecten tentoongesteld. Voor die objecten worden nu vaak astronomische bedragen betaald op gespecialiseerde beurzen en veilingen. De bladen en bewegingen van De Stijl en Das Neue Frankfurt kondigden toekomsten aan die nooit zijn gekomen. Slechts fragmenten van het gedachtegoed en enkele objecten spelen tot vandaag nog een rol in ons bewustzijn. Centraal in dit onderdeel staat weer een tekst uit de vorige eeuw: Giedions Befreites Wohnen. Een dun boekje dat voornamelijk uit foto’s bestaat en in de beroemde reeks Schaubücher met voor toen grote oplagen verscheen in Zürich en Leipzig. Het gaat in het boekje om bevrijdende soberheid van het moderne wonen. Alles kan zichtbaar worden omdat er niets te verbergen is. Sigfried Giedion (1888-1968) schreef een rij dikke boeken en heeft als geen ander de moderne architectuur en stedenbouw van Le Corbusier en zijn bondgenoten als de onontkoombare toekomst gepresenteerd. Niet die boeken maar zijn dunste en meest demagogische werkje, Befreites Wohnen, wordt in Utrecht getoond.

De getoonde teksten en een deel van de tentoongestelde objecten gaan over de wil om de loop van de geschiedenis te veranderen. Dat gebeurde ook. Al was het vaak niet op de wijze die voorzien was. Het lijkt nu tijd om dat opnieuw te proberen.
Of om curator Claudia Banz te citeren: ‘The biggest challenge is to design the ecological turn in such a way that future generations too will be able to live on our planet. In this context I call for a third Enlightenment in the sense of overcoming the hedonistic era.’* Een visie die niet direct een oplossing aanreikt maar wel een oproep is tot het schrijven van vergelijkbare grote verhalen als Ebenezer Howard, Papanek en Giedion.