Feature —

Wanhoop en Happy Bricks

Harry den Hartog

Bij menigeen roept de term eco-stad associaties op met greenwashing, branding en marketing. Vooral omdat veelbelovende initiatieven voor ‘groene’ steden dikwijls niet verder lijken te komen dan aantrekkelijk gerenderde plaatjes. Ondertussen wordt de urgentie voor een andere manier van bouwen steeds nijpender. Wat te doen? Zijn er alternatieven?

Op zoek naar antwoorden op deze prangende vraag, organiseerde het International New Town Institute, in samenwerking met DuurzaamheidsLab Almere, het symposium 'Eco-cities: Systems and Alternatives' op 9 november in de door SANAA ontworpen schouwburg van Almere. Michelle Provoost, directeur van het INTI, opende de avond vertwijfeld met de vraag wat nu eigenlijk de definitie is van het begrip duurzaamheid. Is de betekenis ecologisch, economisch of sociaal of kan het ook iets anders zijn? Wat zijn de maatstaven? Aan de hand van tien alarmerende voorbeelden liet Provoost zien dat van veel initiatieven voor eco cities uiteindelijk weinig tot niets terechtkomt. Naast de urgentie van het onderwerp was ook de ambitie om van Almere een internationaal toonbeeld van duurzaam bouwen te maken, reden om – ondanks alle verwarring – deze avond in Almere te organiseren. Eerder lanceerde de stad al haar 'Almere Principles', een beginselverklaring voor duurzame stedelijke ontwikkeling.

Als eerste in een serie van vier sprekers gaf Winy Maas zijn visie, begeleid met beelden uit de binnenkort te verschijnen publicatie The Green Dream (The Why Factory, TU Delft) en de nieuwe structuurvisie voor Almere (gemeente Almere i.s.m. MVRDV). Hoewel Maas erkende zelf ook wel eens sceptisch te zijn, vindt hij het te vroeg om de duurzaamheidbeweging de nek om te draaien. De urgentie is te groot en teveel scepsis en pessimisme blokkeren creativiteit en experiment. Met MVRDV en The Why Factory zal hij zich blijven inzetten om het gat tussen angst en opbouwende productiviteit te dichten. Volgens hem durft een groot deel van de architecten in Nederland helaas niet meer te dromen: "Ik noem dat de 'happy brick' generatie. Hun ontwerpen zien er goed uit, maar er straalt een soort wanhoop vanaf. Er ontbreekt een diepere gedachte."

Brian Clegg, tweede spreker en auteur van het boek Ecologic: The Truth and Lies of Green Economics, vergrootte de vertwijfeling en pleitte voor rationaliteit. Woorden als 'natural' en 'green' roepen allerlei emoties en verkeerde connotaties op. Dat is slecht voor het debat. 'Natural' kan namelijk ook "nasty and dirty" zijn, terwijl het artificiële juist heel schoon kan zijn. Woorden als 'carbon' zijn voor velen synoniem aan het kwaad. Maar zonder broeikasgas is leven op aarde niet mogelijk en daalt het kwik zelfs naar -18 graden Celsius, aldus Clegg, die in het verleden goede zaken deed met British Airways. In zijn boek beschrijft hij ondermeer dat berekeningen van carbon footprints vaak betekenisloos en simplistisch zijn. Zo zouden hybride auto's minder duurzaam zijn dan de nieuwe BMW 3 Serie, met name op de langere afstanden buiten de stad.
Overigens is zijn scepsis niet bedoeld als negatieve kracht, benadrukte Clegg, hij wil juist de lat veel hoger leggen. De ergste leugen die hij ooit tegenkwam is dat de mens geen invloed zou hebben op de klimaatverandering. Dat is volgens hem wel het geval. Daarom mijdt hij tegenwoordig het vliegtuig. Ook voor deze lezing was de Brit heel principieel per trein door de kanaaltunnel naar Almere afgereisd, ondanks het relatief dure ticket en het ongemak van drie keer overstappen.

Volgens Gideon Amos van de British Town and Country Planning Association (TCPA) is de oorzaak van het probleem vooral demografisch. De levensverwachting stijgt en huishoudens worden kleiner, daardoor zijn meer huizen nodig, met bijbehorende voorzieningen. De druk op de stad wordt volgens Amos niet veroorzaakt door migratie maar door een veranderde levensstandaard en hoge woonwensen (daarmee de gevolgen van de massamigratie die momenteel in de niet-westerse wereld plaatsvindt gemakshalve buiten beschouwing latende).
De TCPA is momenteel betrokken bij de ontwikkeling van enkele kleinschalige eco towns van zo'n vijfduizend tot vijftienduizend huizen. De belangrijkste maatregel daarbij is volgens Amos het reduceren van het autogebruik, onder anderen door het zorgen voor bereikbare werkgelegenheid – een lastige opgave. Bedoeld of onbedoeld eindigde zijn presentatie veelzeggend met een prachtige dia van Hampstead Garden Suburb, een van de weinige newtowns waar de rails al klaarlag voordat de eerste bewoners hun huizen betrokken.

Peter Mensinga (Arup Amsterdam en Aardlab), net als Maas betrokken bij de Schaalsprong Almere, noemde nog het Sydney Opera House, een oud Arup project waarvan iedereen destijds dacht dat het een onmogelijke constructie was. Ten onrechte zoals blijkt, dus we moeten het geloof in eco cities niet te snel opgeven, aldus Mensinga.
 
Tijdens de afsluitende paneldiscussie kreeg Henk Meijer, directeur Structuurvisie Almere 2030+, de gelegenheid om de sprekers (minus Maas, die moest het vliegtuig halen) te bevragen om daar zijn voordeel mee te doen. Volgens Meijer heeft Almere unieke condities waardoor veel mogelijk is. Zo is dit 'maagdelijke' land voor 100% overheidseigendom. De vraag is alleen hoe burgers kunnen worden geïnspireerd om zelf de handen uit de mouwen te steken voor een beter milieu en samenleving. Volgens Brian Clegg moet de overheid openheid betrachten naar zijn burgers en betrouwbare informatie verstrekken, want zonder professionele hulp is de burger aan zijn lot overgelaten. Zowel Clegg als Amos waarschuwden dat een sterke sturing door de overheid hierbij gewenst is. Clegg suggereerde om een beloningstelsel in te voeren voor burgerinitiatieven.

Dat is een heel goed idee, maar de vraag hoe een grootschalige stedenbouwkundige ingreep als de Schaalsprong duurzaam gemaakt kan worden werd hiermee niet beantwoord. De week voorafgaande aan de avond sprak het kabinet zich positief uit over een drievoudige (ecologie, bereikbaarheid en verstedelijking) Schaalsprong voor de noordelijke Randstad. Daarbij wordt Almere geacht door te groeien – deels in het IJmeer – tot vijfde stad van het land, met 60.000 extra woningen en 100.000 nieuwe arbeidsplaatsen. De IJmeer-verbinding, waar al sinds begin jaren '70 (ontwerp structuurplan TKA) over gesproken wordt, krijgt echter geen geld van de overheid.

Slechte bereikbaarheid draagt zeker niet bij aan een duurzame toekomst. De vraag is of het überhaupt verstandig is om dit enorme pakket in deze polder te realiseren. Volgens wethouder Adri Duivesteijn voldoet de Schaalsprong, onder voorwaarde van een nieuwe IJmeerverbinding, wel aan de beginselverklaring voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Want "door deze compacte ontwikkeling kunnen elders in het land waardevolle natuurgebieden behouden blijven", zo meldt de website Almere 2030 optimistisch.
De structuurvisie toont echter een suburbaan landschap, uitermate geschikt voor forensen die in Amsterdam werken. Het lijkt vooralsnog verstandiger om in te zetten op een ander schaalniveau, bijvoorbeeld door bestaande steden en dorpen te repareren en te verdichten.