Nieuws —

Wederopbouw nieuwe stijl

Erik Stekelenburg

Tien jaar na de vuurwerkramp is de wederopbouw van de Enschedese wijk Roombeek voltooid. Onlangs betrokken bewoners aan de Bamshoevelaan een woonhuis dat een bijzondere vorm van wederopbouw mag heten: het eerste gebouw van 2012Architecten.

De explosies op 13 mei 2000 slingerden brokstukken honderden meters ver, in dat licht kan Villa Welpeloo worden begrepen als een omgekeerde explosie, opgebouwd uit bouwstoffen – geen brokstukken maar afgedankte materialen – die binnen een straal van honderden meters werden aangetroffen. Elk ontwerp start in de filosofie van 2012Architecten met het tekenen van een oogstkaart waarop de te hergebruiken materialen uit de omgeving staan aangegeven. “Materialen kunnen nooit lelijk zijn, je moet slechts de juiste schaal vinden om ze toe te passen”, aldus Jan Jongert.
Zestig procent van het gebouw bestaat uit tweedehands materiaal. Bij Louwers & Co, een lokale handelaar in tweedehands textielmachines, trof men een machine aan van 4,5m hoog, 6m breed en 10m lang. De profielen die uit deze machine kwamen waren goed voor 90% van het staalskelet van de woning. Al eerder kwam 2012Architecten in contact met de Twentse Kabel Fabriek. Hier worden houten kabelhaspels met honderden per jaar weggegooid. De houten planken rond de assen werden geschikt bevonden voor gevelbekleding.

Opbouw
De modernistische vorm wijkt sterk af van de omringende bebouwing, maar toch valt het huis niet echt op. De bont beklede gevelvlakken verbinden het huis namelijk sterk met de plek. De structuur van een beschoeiing, de textuur van bijeengebonden riet en het beeld van een houten schuur past goed bij de omgeving. De entree ligt tussen twee vooruitstekende ‘ogen’: westelijk het open deel van de woonkamer en oostelijk dat van het gastenverblijf. De ‘ogen’ op de bovenste verdieping zijn de open delen van de slaapkamers. In de gevels bevinden zich geen losse ramen, maar alleen gesloten houten of open glazen vlakken.
De hal en de ontvangstruimte hebben een dubbele hoogte. In de woonruimte neemt deze af doordat een tussenverdieping die dienst doet als centrale berging, als een balk door de ruimte steekt. Ter plaatse van de keuken en werkruimte is de vloer verhoogd, om het privé-gedeelte te markeren, waardoor de verdiepingshoogte nog verder afneemt. Aangelicht door een daklicht loopt een trap in een stuk naar boven.

Grave to cradle
De geleding van de gevel is direct afgeleid van de herkomst van het materiaal. Het vurenhout is geplatoniseerd (thermisch veredeld) zodat het een vergelijkbare duurzaamheid heeft gekregen als Western Red Cedar, maar daartoe moet de achterconstructie nog wel goed worden geventileerd. Details zijn belangrijk, de ruwheid van het hout is niet per se een voordeel volgens architect Jan Jongert: “Hoe ruwer je grondstof hoe nauwkeuriger je met de afwerking om moet gaan, hoe meer aandacht je ervoor moet hebben. Het wordt niet vanzelf mooi, de afwerking maakt het verschil tussen een wrak en een spektakel.”
Hoe zal de gevelbekleding zich houden? Het zal vergrijzen, maar hoe zal de waterloop bij de waterslagen het hout tekenen? Hier zal de detaillering zich moeten zich bewijzen. Houdt de gevelbekleding het echt 30-50 jaar uit? Tegenover de filosofie dat je materialen uit de omgeving moet halen staat dat houtsoorten bacteriologisch de meeste vijanden hebben in de omgeving waar ze vandaan komen. Maar dit hergebruik voorkwam dat het hout werd verbrand of verpulverd. Het vurenhout was anders dan bij cradle tot cradle niet bedacht voor een nieuwe fase, maar zat aan het eind van de cyclus. Dit hergebruik gaat eigenlijk een stapje verder dan cradle to cradle. Het is uitstel van afval, grave to cradle, van graf tot wieg, wederopstanding.
Ondanks de klimaatvriendelijke filosofie bleek het huis bij een bezoek op een zonnige novemberdag wel een broeikas, de overstekken waren machteloos tegen de lage zon. De binnenzonwering van reflectiescherm uit de kassenindustrie heeft dus nog wel een maatje aan de buitenzijde nodig.

De opdrachtgevers/bewoners hebben natuurlijk veel te lang moeten wachten voordat hun huis bewoonbaar was. Behalve een lange bouwtijd had de komst ook voeten in de aarde. De volhardendheid van de opdrachtgevers/bewoners Ingrid Blans en Tjibbe Knol mag dan ook niet onvermeld blijven. Het braakliggend stuk land ad €382.620,- tussen het huis en de Museumlaan getuigt nog van de afwijzing van 2012Architecten door stedenbouwkundig supervisor Pi de Bruijn. Blans en Knol hadden een optie tot koop op een kavel aan de Museumlaan, maar daar mochten alleen architecten van naam bouwen. Geluk bij een ongeluk is dat de lege lap grond het gebouw beter doet passen bij zijn omgeving. En het huis mag, anders dan het Steenwijkse onderkomen van Jan Husslage in ieder geval blijven staan. Als een inspirerend voorbeeld van met andere ogen kijken naar het bestaande, de esthetiek van het gebruikte, ontwerpend dansen naar de pijpen van het voorhandene: consuminderen voor architecten.

architect
2012Architecten

adres project
Bamshoevelaan 49, Enschede

functie gebouw
woonhuis

opgave
comfortabel woonhuis met ruimte voor het tentoonstellen van kunstwerken en verblijf van gasten

opdrachtgever
Tjibbe Knol en Ingrid Blans

start bouw
november 2005

in gebruik name
november 2009

aannemer
Den Boer, Hengelo

adviseur contructie
Nico Plukkel, Haarlem

adviseur installaties en bouwfysica
Sanes, Almere

m2
250

m3
1200

bouwsom
€ 900.000,-

volgende keer anders
– Direct werken met een lokale aannemer.
– Strengere selectie op duurzaamheidsambitie installateurs.
– Vantevoren milieurendement van toepassingen door rekenen.

trots op
– Het eerste bewoonbare gebouw volgens het Superuse concept.
– Dynamisch ontwerpproces waarbij een deel van de onvoorziene  
omstandigheden een positieve bijdrage leverden aan het eindresultaat.
– Alzijdigheid en ruimtelijke werking van de villa zowel van interieur  
als van exterieur.
– Subtiele en toch krachtige bijdrage van de bijzondere materialisering.
– Doorzettingsvermogen van opdrachtgever en het bouwteam.
– Daadwerkelijk milieurendement bij de toepassing van tweedehands  
staal en haspelhout (resp 5% en 15% ten opzichte van nieuw materiaal  
volgens EI99).