Feature —

Zweven door de lucht

Geurt Holdijk

De bezoekers van de lezing van Dick van Gameren werden tijdens het betreden van de zaal begeleid door muziek van Pierre Boulez, waarna een fragment van The Birds van Hitchcock volgde. Filmfragmenten bleken Van Gamerens lezing te structureren en zijn soms beredeneerde architectuur te camoufleren. En juist dàt riep aan het eind van de avond vragen op.

Er lopen twee rode draden door de lezing, de eerste is duidelijk: Van Gameren hecht belang aan een combinatie van onderzoek, studie en ontwerppraktijk. Het fragment van Hitchcock waarbij de meester ook altijd even zelf in beeld verschijnt, vormt voor Van Gameren de aanleiding om over zijn eigen helden te vertellen. Zoals bijvoorbeeld Nikolaus Pevsner, de architectuurhistoricus die in Engeland systematisch gebouwen onderzocht door er met zijn auto en vrouw op uit te gaan, en de voor hem belangrijke gebouwen uitvoerig documenteerde. Dit resulteerde in een 46-delig werk The buildings of England. Iets soortgelijks deed Van Gameren met zijn vader, die aannemer was, ze bezochten samen regelmatig kerken in Nederland.

Van Gameren acht een gedegen categorische analyse en het opbouwen van een persoonlijk architectuurvocabulaire van belang, zodat je als architect vanuit ontwikkelde ideeën een volgende stap kan zetten. Dit onderbouwde hij met de analyse van twee woonblokken in Amsterdam. Hij legde uit hoe deze in hun context staan, wat de relatie is met de openbare ruimte en hoe ze intern georganiseerd zijn. In de periode dat hij les gaf op de Academie van Bouwkunst in Amsterdam schreef hij Revisions of Space, waarin hij voorbeelden geeft van gebouwen die betekenisvol in hun omgeving functioneren.
Met Max Risselada stelde hij de tentoonstelling Raum Plan versus Plan Libre samen, waarin zij het gedachtegoed van Adolf Loos en Le Corbusier  kritisch analyseerden. De gelijknamige catalogus die deze expositie begeleidde, is nog steeds relevant. Van Gameren vertelt ook dat hij veel geleerd heeft van het maken van maquettes tijdens zijn studie in Delft. Dit deed hij overigens samen met Bjarne Mastenbroek met wie hij in 1990 de Europan II won en niet veel later een bureau begon.

Met twee andere filmfragmenten illustreert hij de relatie tussen student en docent. Van Une Leçon de Pierre Boulez wordt een fragment getoond waarin Boulez, een experimenteel componist en dirigent, zijn leerlingen warm en aanstekelijk een ogenschijnlijk ingewikkeld stuk (Sur Incises) uitlegt.
En in een opname van Louis Kahn zegt Kahn tegen zijn studenten:
”And if you think of Brick, for instance, and you say to Brick
“What do you want Brick?” and Brick says to you “I like an Arch.”
and if you say to Brick “Look, arches are expensive and I can use a concrete lentil over you. What do you think of that?” Brick says: “… I like an Arch.”

Van Gameren, sinds 2005 hoogleraar aan de TU Delft en vanaf 2008 professor Architectuur, vindt het fascinerend hoe de studenten de docent bekijken.

Na een fragment uit Smiley’s People, een spionagefilm van John Le Carré, licht Van Gameren toe: “Wat zie je? Een netwerk, onverwachte coalities? Je moet je eigen weg uitzetten om je doel te bereiken.“ Dat doel is onder andere sinds 2005 zijn eigen bureau, waarvan hij een aantal recente projecten laat zien. De projecten worden op een slimme manier met hun omgeving verbonden en de scheiding tussen publiek, collectief en privé wordt subtiel opgelost.

De lezing wordt afgesloten met een fragment van Le ballon rouge van Albert Lamorisse. Hierin volgt een rode ballon een jongetje in Parijs. Het zijn prachtige romantische beelden. Wat Van Gameren niet laat zien is dat de film afsluit met het vernietigen van de rode ballon waarna het jongetje wordt omringd door tientallen nieuwe ballonnen en deze vastpakt om vervolgens de lucht in te zweven.
Deze romantiek lijkt de tweede rode draad te zijn: Van Gameren gebruikt telkens filmbeelden, laat muziek horen en vertelt over zijn jeugd. Hij presenteert zich als een romantisch architect. Ondanks zijn bijzondere en persoonlijke verhaal lijkt de schoen hier te wringen. Toen Maarten Kloos hem vroeg “Hoezo deze filmbeelden; waar komt dit romantische vandaan? Waar zien we dit terug in je werk?”, wist Van Gameren hier niet een overtuigend antwoord te geven.