Recensie —

BOUW MIJ! of bouw mij niet?

Luc de Vries

De bouw van de Leidse binnenstedelijke nieuwbouwwijk Nieuw Leyden vordert. Aanleiding voor architectuurcentrum RAP – dat destijds ter inspiratie voor zelfbouwers de prijsvraag BOUW MIJ! organiseerde – om een expositie over de totstandkoming van de wijk te maken.

De tentoonstelling in RAP richt zich op de laagbouw in hoge dichtheid die in particulier opdrachtgeverschap in de wijk Nieuw Leyden wordt gebouwd. De wijk, gebouwd op de locatie van het voormalige slachthuis, maakt onderdeel uit van de herstructeringsoperatie Leiden Noord waarin, naast diverse andere functies, 2000 woningen gerealiseerd worden. Het deel Nieuw Leyden is goed voor 823 nieuwbouwwoningen waarvan er meer dan de helft in hoogbouw in een smalle strook langs de drukke Willem de Zwijgerlaan worden gerealiseerd. Dit relativeert direct de focus van de tentoonstelling: de 225 in particulier opdrachtgeverschap te bouwen woningen en de 134 woningen die woningcorporatie Portaal hier realiseert zijn immers slechts 18 procent van het totaal en dat op het mooiste deel van Leiden noord. Het lijkt een soort goudkust in een zeer betrekkelijke hoge dichtheid.

Het stedenbouwkundig plan, van de hand van MVRDV, is gebaseerd op woonvelden. Of eigenlijk stallingsgarages. De maat van een woonveld wordt namelijk bepaald door de maximale maat van een installatieloze gebouwde parkeervoorziening. Ieder woonveld bestaat uit 18 kavels van 6 bij 15 meter, 9 op een rij en rug-aan-rug geschakeld op een gezamenlijke halfverdiepte parkeergarage. De straatjes tussen de woonvelden zijn uitsluitend bestemd voor voetgangers. De straten langs de koppen van de woonvelden geven het autoverkeer toegang tot de garages en bieden parkeerruimte voor bezoekers. Alle woningen worden gebouwd in particulier opdrachtgeverschap en om de diversiteit in de wijk zo groot mogelijk te maken is er geen welstandstoezicht. De sociale huur- en koopwoningen van Portaal zijn op dezelfde leest geschoeid. Ook de huurders mochten voor opdrachtgever spelen bij de bouw van hun woning en konden uit een uitgebreid keuzepakket hun eigen woning samenstellen. Deze woningen zijn ook voorzien van een garage maar in plaats van een dure verdiepte betonbak is dit een overbouwd bestraat gebied op maaiveld.

Een belangrijk deel van de tentoonstelling is gewijd aan de ervaringen van de eerste bewoners. In vrijstaande ‘huisjes’ wordt steeds één woning gepresenteerd met foto’s en de verhalen van opdrachtgever en architect. Uit deze verhalen blijkt het enthousiasme voor de kindvriendelijke woonomgeving en de vrijheid bij het bouwen van de woning. Maar ook het proces van de totstandkoming wordt belicht; de vergaderingen met 17 medebouwers om de parkeergarage en het woningcasco te ontwikkelen (uitwerken, aannemersselectie, aanbesteding, vve, …), het overleg met de architect en de aannemer over de eigen woning en tot slot het overleg met de overburen over de inrichting van de straat. Tussen de regels door lees je dat het een zwaar proces is geweest dat heel veel inzet en energie van alle betrokkenen heeft geëist. Maar het optimisme overheerst. De intentie van de bedenkers om een autoluwe, kindvriendelijke wijk met een hoge dichtheid te bouwen, waarbij de bewoners zelf hun huis kunnen vormgeven, lijkt te zijn geslaagd. Autoluw, spelende kinderen, hoge dichtheid, particulier opdrachtgeverschap, welstandsvrij, tevreden bewoners … dat klinkt als een droomwijk. Tijd om ter plekke te gaan kijken!

Na een paar uur dwalen door Nieuw Leyden dient dit droombeeld toch bijgesteld te worden. Toegegeven, het stortregent, de straten zijn nog niet helemaal ingericht, een deel is nog in aanbouw, maar daar ligt het niet alleen aan. Om te beginnen de parkeergarages. Doordat deze garages zijn afgesloten met een hek worden ze door de bewoners gebruikt als privé-garage, compleet met bergkasten, fietsen, surfplank en gereedschap. Tevens is het voor menigeen de belangrijkste toegang van het huis; immers als je met de auto van je werk komt of boodschappen hebt gedaan ga je hier je woning binnen. Maar ook als je je slecht ter been zijnde tante van Schiphol hebt gehaald is dit je entree. En het is een prachtige ruimte om droog te voetballen, de brommers op te knappen of zo maar te hangen. Kortom, de weggestopte garage functioneert als hoofdentree, achterdeur, rommelhok, achtertuin en stalling van de auto tegelijk, maar is voor geen enkele functie echt geschikt; te rommelig voor entree, te openbaar voor rommelhok. Een sociaal en functioneel onduidelijke ruimte die bovendien de echte woonomgeving overbodig lijkt te maken.

De straat tussen de woningen wordt met inspraak van de bewoners ingericht en in de tentoonstelling wordt zelfs gesproken van een collectieve tuin, een extra leefruimte bij de woning en een speelplek voor kinderen. Wat dit in de praktijk precies betekent is nog niet goed te zien. Wordt de straat semi-openbaar of semi-privé? Duidelijk is dat de bestrating van gevel tot gevel is aangebracht en dat in het dwarsprofiel een nuancering in de reeks openbaar – privé, zoals bijvoorbeeld een stoep of een hoogteverschil, ontbreekt. Dit zal in de ene straat wellicht leiden tot volledig privé (met oranje dekzeil en groot scherm tijdens het WK-voetbal) en in de andere straat, te oordelen naar de sparingen in de bestrating, tot openbaar met een kleine voortuin. Een enkeling laat het niet afhangen van de inrichting van de straat en creëert op eigen terrein een intermediair tussen openbaar en privé.

En de architectuur? Hoewel er geen eisen aan het uiterlijk gesteld zijn en iedere uitspatting toegestaan is, zijn de verschillen eigenlijk niet heel groot. Het beeld varieert van scherp gesneden moderne sculpturen tot quasi klassieke gevels. De wijk lijkt nog het meest op een boekenkast met allemaal verschillende banden op een rij; een verzameling individuele beelden met de voorkant van de plank c.q. rooilijn als bindende factor. Het oogt daardoor als een bedacht schema.

Dit schematische denken is wat in Nieuw Leyden overheerst. De auto is een kindermoordenaar, een autoloze straat is voor kinderen de leukste speelplek, en welstandvrij betekent automatisch een gevarieerd en levendig straatbeeld. Uiteindelijk woon je dan in je met veel inspanning zelf gerealiseerde huis, maar gebonden door verschillende overlegsituaties met je buren, ingeklemd tussen een straat die niet openbaar is en een garage die niet privé is. Dat lijkt mij allesbehalve vrij en zorgeloos wonen. En het zelf mogen beslissen over je gevel zou mij daarvoor te weinig troost bieden.

Desalniettemin is Nieuw Leyden een boeiende en leerzame wijk, dat is zeker. Ga vooral kijken! Maar laten we bovendien de komende jaren kritisch volgen hoe het plan echt werkt voordat we, in de euforie van het nieuwe, dit voorbeeld in heel Nederland gaan navolgen. BOUW MIJ niet klakkeloos na.