Recensie —

Happy Makkink & Bey Family

Lotte Haagsma

In KAdE is tot en met 14 februari 2010 de tentoonstelling Happy Families van Studio Makkink & Bey te zien. Het bureau van Rianne Makkink en Jurgen Bey verzorgde de inrichting van onder meer de entree en het café-restaurant van de nieuwe kunsthal in Amersfoort en krijgt nu de kans te laten zien uit welk nest die inrichting voortkomt.

Het plezier in ontwerpen spat er van af. Maar ondanks een overduidelijk enthousiasme voor het vak zijn Makkink en Bey geen uitgesproken vormgevers. Hun producten en interieurs zien er eerder bedacht dan vormgegeven uit. Bestaande producten worden ontleed, in een ander materiaal omgezet of gecombineerd met nieuwe elementen. Het werk kenmerkt zich door ongecompliceerde combinaties van uitersten; huisvlijt met massaproduct en ambachtelijk techniek met hightech productie. Aan de eindproducten valt die ontwerpgeschiedenis vaak nog af te lezen, net als de overwegingen die een rol speelden bij de totstandkoming. Zoals bij de Kokon Furniture, een verzameling bestaande meubels die door een elastische synthetisch materiaal, dat er als een te strakke huid omheen spant, bij elkaar wordt gehouden tot een nieuw zitobject.

Opvallend aanwezig in de tentoonstelling zijn ontwerptekeningen, maquettes en modellen. Niet overal is duidelijk of het nu gaat om een model of om een product. Het blauwe piepschuim waar doorgaans maquettes van gemaakt worden, gebruikte Makkink & Bey voor het interieur van de Droog Design Store in New York City. In Amersfoort is er een levensgrote keet van gebouwd, mét gezellig potkacheltje en plantje in de vensterbank, een aandenken aan de fabriekshal die jarenlang hun werkruimte vormde en waar een bouwkeet beschutting bood.

In een interview met Tracy Metz voor NRC Handelsblad (28-11-2009) vertelt Bey: ‘Natuurlijk is het belangrijk dat het ontwerpen uitmondt in iets tastbaars, maar als ik eerlijk ben vind ik de visievorming en het werken met mensen in onze studio het meest dankbare. Ik zou wensen dat we alles als model konden maken, 1:50 of 1:100. Daarmee kun je aangeven waar de werkelijkheid heen moet, zonder het gevecht ermee te hoeven leveren. (…) Ik ontwerp meer ideeën en oplossingen dan spullen.'

Het belang van het samenwerken in de studio wordt in de tentoonstelling benadrukt door een foto. Als een grote warme familie staan de medewerkers opgesteld rond pater familias Jurgen Bey. Deze zit in zijn beroemde leunstoel met het uitvergrote oor, zijn partner Rianne Makkink aan zijn zij. Daar staan de mensen die de verzamelde objecten in de expositieruimte hebben bedacht, de maquettes hebben gesneden, de tekeningen uitgewerkt, die elkaar uitdagen om verder te gaan, nog beter en steeds weer anders, keer op keer.

Ook de verzameling objecten in de tentoonstelling kun je zien als een familie, met bedachtzame grootvaders en wijsneuzige kleinzonen, zorgende moeders en recalcitrante dochters. De ontwerpenfamilie van Makkink & Bey is actief, niet het type luie leunstoel of wulpse bankstel. Nee, hier staan tafels, bureaus, stoelen en banken waarop gezeten wordt, niet gehangen. Hier wordt gewerkt. En iedereen moet telkens weer een nieuwe functie of positie aanvaarden, flexibiliteit en aanpassing staan hoog in het vaandel. Maar met behoudt van identiteit, dat dan weer wel. Zo is de linnenkast bedstee geworden, zonder dat zij afscheid heeft hoeven nemen van haar lakens en dekens.

In zijn essay Design thinking of kritisch ontwerpen?* rekent de Engelse designcriticus Rick Poynor Bey tot de zogenaamde kritische ontwerpers. Deze ontwerpers leveren door en in hun werk commentaar op de consumptiemaatschappij, op de snelheid ervan, de verspilling en de sociale en ecologische effecten. Waarbij ‘het stimuleren van gedachtewisselingen en debat tussen ontwerpers, bedrijfsleven en publiek’ een belangrijk doel is, aldus Poynor. Maar verwacht geen strenge pamfletten in Happy Families, en ook geen stevig debat. De ‘kritiek’ zit in het werk vervlochten, speels en inconsequent. Verwacht ook geen leidend verhaal over duurzaamheid of over nieuwe manieren van samenwerken. Het is er allemaal, maar niks voert de boventoon. Plezier in de dingen die ons omringen, die zich telkens beschikbaar stellen voor weer een nieuw avontuur, daar gaat het om.