Feature —

Leven in de hedendaagse stad en dromen over de stad van morgen

Martijn Oskam

Wat maakt jouw stad aangenaam en leefbaar? Wat werkt echt? Met deze vragen riep de VPRO stadsbewoners op om hun ideeën voor een betere en mooiere stad in te sturen. Het project Droomstad resulteerde in zo’n veertig webfilmpjes waarin bewoners hun vindingrijkheid tonen om stadsproblemen te lijf te gaan. Wat kan het vakpubliek hiervan leren?

Tegenwoordig wordt op diverse manieren aandacht besteed aan de kwaliteit van de stedelijke omgeving. De zinsnede: ‘voor het eerst in de geschiedenis woont meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad’ en ‘over twintig jaar woont tweederde van de wereldbevolking in de stad’ keren veelvuldig terug om de urgentie van leefbaarheid in steden aan te geven. De VPRO besteedt met het project ‘Eeuw van de Stad’ – parallel aan de IABR – aandacht aan dit thema, bijvoorbeeld in een aantal afleveringen van het tv-programma Tegenlicht, met een website en dus met Droomstad.

Interessant zijn de verschillende invalshoeken die de VPRO met Eeuw van de Stad laat zien. In de Tegenlicht-aflevering De president en de architect wordt Winy Maas gevolgd bij het ontwikkelen van zijn toekomstvisie voor Parijs. De beelden van de ontwerper die per helikopter en SUV de stad verkent zijn mij vooral bijgebleven. Het project Droomstad laat een geheel andere methode zien. In de filmpjes vertellen gewone mensen op welke gewone manier zij een bijdrage leveren aan de leefbaarheid van hun stad. Geen spectaculaire uitvindingen of ontwerpen, maar gewoon slimme en praktische initiatieven, uiteenlopend van een wijkpark, een restaurant dat tevens als buurthuis fungeert voor de minima en een paviljoen in een park met een cultureel programma voor de wijk.

Wat ontwerpers en bestuurders van Droomstad kunnen leren? Bovenal geven de filmpjes inzicht in het leven in de stad. De portretten tonen waaraan, volgens de bewoners, behoefte is in een wijk, waar het ontwerp tekort geschoten is, of wat een volgende keer beter overwogen moet worden. Ontwerpers wordt wel eens verweten dat ze over de rug van anderen een statement willen maken. Die tijd is voorbij. Juist in de onderstroom van het iconische bouwen ontwikkelde zich de aandacht voor de gebruikers en bewoners van gebouwen en de stad. Het project Droomstad maakt deel uit van deze ontwikkeling evenals de film Koolhaas HouseLife, die twee jaar geleden verscheen. De werkster, mevrouw Guadalupe Acedo, toont daar in hoe de door Rem Koolhaas ontworpen Villa Bordeaux functioneert. Erg vermakelijk, maar bovendien ook leerzaam voor ontwerpers en opdrachtgevers. Natuurlijk, er was nagedacht over de enorme uitkraging, de gordijnen en hoe het plateau als lift langs de boekenkast kon bewegen. De werkster ondervond echter diverse praktische problemen die in de film genadeloos aan bod komen. Het is niet zo dat ze hiermee het ontwerp volledig afkraakte. Voor deze problemen had mevrouw Guadalupe ook weer praktische oplossingen weten te vinden.

Deze vindingrijkheid blijkt ook uit de portretten van Droomstad. De filmpjes laten geen gemopper of geklaag zien, maar juist op welke manier de bewoners hun omgeving herstellen, aanvullen of er zelfs geheel nieuwe functies ontwikkelen. De voorstellen zijn over het algemeen praktisch van aard, zoals het verlevendigen van blinde muren en het aanleggen van een stadstuin. Het verbeteren van de leefbaarheid in de stad is niet alleen urgent, het vereist ook dat men op een andere manier aan de stad gaat werken. De opgave ligt niet in het uitbreiden of uitleggen van de stad, maar juist in het verbeteren van de al bestaande stad. De praktische en soms voor de handliggende methoden die geïnitieerd zijn door de bewoners bieden handvatten voor de professionals. De eenvoudige, kleinschalige en relatief goedkope oplossingen verdienen navolging, zeker in de minder kapitaalkrachtige gebieden van de stad.

De VPRO verbond aan het project Droomstad ook een prijs voor het beste filmpje. Op 11 december vond de prijsuitreiking plaats in het NAi. De zaal was halfvol, voornamelijk met opgetogen bewoners.  Helaas weinig tot geen ontwerpers en ook de minister van Wonen, Wijken en Integratie, die de prijs zou uitreiken, liet verstek gaan. Gelukkig voor de afwezige ontwerpers en bestuurders zijn de veertig portretten nog te zien op de website van Droomstad. Zeer geschikt voor degenen die zich vakmatig bezighouden met de kwaliteit van de stedelijke omgeving: zij kunnen zich laten inspireren door de bewoners en hun wensen en ideeën voor de verbetering van hun omgeving. En daarmee leveren ze een bijdrage aan het verwezenlijken van dromen. Op naar een betere stad voor iedereen!