Recensie —

‘Nooit gebouwd Rotterdam’ in Schielandshuis

Tim van Vrijaldenhoven

Champagneglazen bij het Centraal Station, een weiland met koeien op het Schouwburgplein, een Redlightplatform bij de Boompjes en een Euromast in de vorm van een scheepsmast met kraaiennesten. Rotterdam had een heel ander gezicht kunnen hebben als de verantwoordelijke autoriteiten in het verleden een keuze voor deze plannen hadden gemaakt.

Aan ambitie heeft het in Rotterdam nooit ontbroken. Sinds het bombardement van 1940 het centrum van de stad in een kale vlakte veranderde wordt Rotterdam figuurlijk gebombardeerd door een scala aan ambitieuze plannen. De stad fungeert veelal als proeftuin voor grootschalige stedenbouw en moderne architectuur.

Op de twee bovenste verdiepingen van museum Het Schielandshuis in Rotterdam biedt de tentoonstelling Nooit gebouwd Rotterdam een overzicht van bijna ontelbare luchtkastelen, variërend van losse bouwwerken tot grootscheepse stedenbouwkundige visies. Op één verdieping staat een grote maquette van het stadscentrum waar bezoekers worden uitgenodigd schaalmodellen van diverse nooit gebouwde plannen alsnog een plek te geven. De wanden van deze ruimte worden in beslag genomen door beweegbare panelen die in vier windstreken zowel het huidige Rotterdam tonen, als hoe het er uit had gezien als alle ontwerpen daadwerkelijk waren uitgevoerd. Hierbij worden twee varianten getoond: een grootstedelijke en een kleinstedelijke variant, waarbij vooral de grootstedelijke variant de zintuigen prikkelt onder andere vanwege een enorme hoeveelheid futuristische wolkenkrabbers. Op het balkon wordt een selectie van nooit gebouwde projecten in detail toegelicht. Hier uit blijkt onder meer dat ook deze projecten de verschillende bouwstromingen in de afgelopen zestig jaar goed kunnen weergeven. Sterker nog, in enkele gevallen verbeelden nooit uitgevoerde plannen misschien nog wel beter de denkbeelden binnen deze stromingen.

De tentoonstelling geeft goed de mentaliteit van de Rotterdammers weer. Al een jaar na het bombardement presenteerde stadsbouwmeester Witteveen zijn wederopbouwplan. Gaandeweg de oorlog kreeg dit plan steeds meer kritiek vanwege de conservatieve stijlopvattingen. Van Traa, meer geïnspireerd door modernistisch gedachtegoed, nam in 1944 Witteveens taak over en presenteerde in 1946 zijn ambitieuze plan voor de herbouw van de Rotterdamse binnenstad.

De tentoonstelling laat verder zien dat de decennia na de oorlog worden gekenmerkt door sobere architectuur en overdadige stedenbouwkundige plannen. Een goed voorbeeld hiervan is van Traa’s verkeerscircuit ‘het Petroleumstel’ bij de Oudehaven dat de noordelijke en zuidelijke Maasoever zou gaan verbinden. Vanwege de complexiteit en de hoge kosten zijn deze verkeersplannen nooit verwezenlijkt. In 1973 komt dit plan in aangepaste vorm terug. Wederom stuitte het op zoveel verzet dat er uiteindelijk besloten werd voor behoud van de Oudehaven, waarna een zichtbare oeververbinding werd gebouwd in de vorm van de in 1981 geopende Nieuwe Willemsbrug.

Vanaf de jaren tachtig zijn juist de stedenbouwkundige plannen sober en realistisch, maar is de architectuur vaak uitbundig. In dit decennium lanceerde het college van B&W het Binnenstadsplan dat zich op de ontwikkeling van vier gebieden concentreerde: Parkendriehoek, Centrumruit, Waterstad en Spoortunneltracé. Dit resulteerde onder andere in de bouw van de Willemsspoortunnel en de hoogbouw aan het Weena en de Boompjes. Vooral op het gebied van hoogbouw zijn talrijke spectaculaire ontwerpen te bewonderen, zoals het woongebouw ‘Perestrojka’ aan de Pompenburg van Piet Blom, de omhoog geplaatste oude Willemsbrug van OMA en een ontwerp van Jo Coenen voor het hoofdkantoor van Nationale Nederlanden (inzending voor een prijsvraag die uiteindelijk door Abe Bonnema werd gewonnen).

Wat de tentoonstelling diepte geeft zijn, naast de visuele weergave van de diverse plannen, de verhalen van experts en betrokkenen. Vooral de audiovisuele presentaties maken deze tentoonstelling tot een boeiende belevenis, die niet alleen Rotterdammers zal aanspreken. Zo wordt bijvoorbeeld in een presentatie over de Boompjes de historie van deze Maasoever dynamisch weergegeven. Van een levendige laad-en losplaats voor zee- en riviervaart en een boulevard waarop druk geflaneerd werd naar een drukke verkeersader met een weinig uitnodigende voetgangerspromenade. Om de Rotterdammer weer meer met het water te verbinden werd enige jaren geleden de hulp ingeroepen van vergelijkbare havensteden als Hamburg, Baltimore, Barcelona en Londen. De ideeën die de planners van deze steden aandroegen, bieden perspectief voor de ontwikkeling van de Boompjes als bruisende voetgangersader. Helaas is hier tot op heden weinig van terecht gekomen.

Het karakteristieke aan nooit gebouwde projecten is dat ze dankzij de vele anekdotes mythische proporties aannemen. Het waardevolle van de tentoonstelling is dat heel realistisch wordt weergegeven waarom sommige projecten niet haalbaar waren. Ieder project heeft zijn eigen verhaal, waarbij het soms eeuwig zonde is dat het werd afgeblazen, maar bij een volgend plan halen we weer opgelucht adem.

De tentoonstelling is nog tot 22 augustus van dit jaar te bezichtigen in het Schielandshuis, dat gelukkig nog op maaiveldniveau staat. In één van de daar gepresenteerde ontwerpen zou dit historische bouwwerk namelijk op een tientallen meters hoog sokkel zijn gezet.