Feature —

Onderzoekslab: sneak preview in Nagele

Sophie van Ginneken

Het Onderzoekslab ‘Nederland Wordt Anders’ loopt alweer ten einde. Aanstaande donderdag 14 januari presenteren de deelnemers, ontwerpers die door de crisis zonder werk kwamen te zitten, hun plannen op een gezamenlijke eindpresentatie. Hoe is het de teams vergaan? Op bezoek bij het Onderzoekslab Nagele.

Nagele in 1958 (Fotocollectie Nieuw Land; RIJP, J.U. Potuyt)
Nagele in 1958 (Fotocollectie Nieuw Land; RIJP, J.U. Potuyt)

Drie maanden lang werkten de ontwerpers intensief aan opgaven die – zo is de gedachte – van landelijke betekenis zijn. Ze vertegenwoordigen actuele pijnpunten die zich op meerdere plekken voordoen. Zo buigt een van de ateliers zich over een binnenstedelijke opgave, de ander neemt een groeikern onder de loep en een volgende kijkt naar de mogelijkheden van een havengebied. Nagele vertegenwoordigt de cultuurhistorische opgave. In alle gevallen gaat het volgens de organisatoren om opgaven die, hoe belangrijk ook, anders niet naar de reguliere ontwerpmarkt zouden zijn gegaan en dus ‘over’ zijn. Juist tijdens een economische crisis is er tijd om deze vraagstukken eens goed, dat wil zeggen bedachtzaam en op een onderzoekende manier, te lijf te gaan. Tegelijkertijd kon er zo gebruik worden gemaakt van het in slaapstand verkerende ontwerp- en denktalent van massa’s werkloze architecten.

Hoewel dat allemaal mooi en zelfs voor de hand liggend klinkt, valt er ook kritiek te beluisteren, met name uit ontwerpersland. Want gaat het hier niet toch om concurrentievervalsing? Oftewel, kan het zijn dat het Onderzoekslab werk wegrooft van architectenbureaus, voor wie nu elke opdracht welkom is? Daarnaast worden de deelnemende architecten niet betaald: écht werk is er immers niet. Dat dit laatste onterecht en vreemd is, beaamt ook het Nagele-team. Tweemaal per week komen de deelnemers vanuit het hele land samen in het stadhuis van Emmeloord, waar de gemeente een atelier heeft ingericht. Voor de reiskosten en de lunch moeten de architecten grotendeels zelf betalen. En in de praktijk werk je natuurlijk meer dan twee dagen, je bent tenslotte architect. Toch wijzen de architecten de grommende geluiden van de hand: er is op dit moment nu eenmaal geen betaald werk, en hoe fantastisch is het dan dat je met zo’n unieke opgave, en met verse collega’s, aan de slag kunt? Bovendien is er veel meer ruimte voor onderzoek en experiment dan gewoonlijk, omdat daar in de praktijk doorgaans geen tijd en geld voor is. Het is een totaal andere manier van werken, die inspireert en leerzaam is.

Het blijkt de moeite waard een kijkje te nemen in de polder, want het lab gonst van de activiteit. Ook atelierleider Pi de Bruijn is enthousiast over het NWA-project, en in het bijzonder over zijn Nagele-atelier: ‘Talent moet je laten draaien, en dit is de mooiste opgave die er is.’ De kans om in dit onderzoekslab grondig onderzoek te doen wordt ruimschoots benut. Op allerlei niveaus wordt het dorp ontleed: cultuurhistorie, gebruiksgeschiedenis, woning- en voorzieningenvoorraad, verbindingen met andere dorpen in de Noordoostpolder, groen, demografie, economie en verschillende toekomstscenario’s, waaronder dat van een krimpend Nagele. Vooral het cultuurhistorische aspect is interessant aangezien het hier gaat om een uniek moment in de architectuurgeschiedenis, een gebouwd totaalontwerp op gemaakt land en ontworpen door louter kopstukken uit de Nederlandse architectuur: Van den Broek & Bakema, Van Eesteren, Rietveld, Van Eyck, Ruys en Stam-Beese. Toch is Nagele officieel geen monument, allereerst omdat het dorp nog geen vijftig jaar oud is, maar ook omdat het nog altijd niet mogelijk is om een stedenbouwkundig ensemble aan te wijzen als monument. Hoe behoud je een dorpsbeeld, de groenstructuren en openbare ruimtes? Een stedenbouwkundige monumentenzorg, die veeleer de samenhang tussen objecten beschrijft in plaats van de objecten zelf, bestaat nog nauwelijks. ‘De manier waarop nu monumentenzorg wordt bedreven is waardeloos wanneer het gaat om een stedenbouwkundig ensemble', aldus De Bruijn. 'Maar zo’n handleiding heeft Nagele wel nodig, en die gaan we dan ook maken. Het is ons streven een dermate goed product af te leveren dat dit de weg opent voor een andere vorm van monumentenzorg.’ Zo’n handboek klinkt veelbelovend en zal waarschijnlijk een van de belangrijkste vruchten worden van het Onderzoekslab Nagele.

Bijeenkomst met bewoners in Nagele
Bijeenkomst met bewoners in Nagele

Het valt op dat het atelier een integrale aanpak hanteert die tegelijk sterk bottom-up gericht is (met deze werkwijze onderscheidt het atelier zich naar eigen zeggen van voorgangers, van wie de rapporten vooralsnog op de plank zijn blijven liggen). De architecten bleven geregeld overnachten op hun logeeradres middenin het dorp. Ze leerden de belangrijkste ondernemers en enkele actieve inwoners kennen. Lokale initiatieven werden zorgvuldig geïnventariseerd, er werd gekeken waar deze initiatieven – een nieuw buurthuis, moestuinen, een truckstop met hotel – tot nu toe op stuk liepen. Er vonden geregeld bijeenkomsten met lokale betrokkenen plaats, die werden aangekondigd op affiches in het dorp (in het Nederlands maar ook in het Pools).

Hoewel de jarenlange problematiek van een weliswaar monumentaal, maar krimpend en daardoor wat vervallen dorp, natuurlijk niet in drie maanden is op te lossen, kun je met een groep van vijftien man veel doen. We kunnen dus uitkijken naar een inspirerend product. De vraag die dan direct opkomt is: wat wordt daar mee gedaan? Wie is er straks – als het atelier ten einde loopt – verantwoordelijk voor het oppakken van dit zorgvuldig uitgedachte voorstel? Zonder wortels in politiek of corporaties komt er doorgaans weinig terecht van dergelijke plannen. Als het aankomt op opdrachtgeverschap, is het Onderzoekslab namelijk opvallend ondoorzichtig. Verschillende partijen schijnen moeite te hebben gedaan om van Nagele een project te maken. Maar voor wie werkt het lab nu eigenlijk; de Rijksbouwmeester, de gemeente, de woningcorporatie? ‘De bal ligt nu bij de gemeente’ zeggen architecten Claudia Temperilli en Rogier Dobma. ‘Die heeft de casus in eerste instantie aangekaart en heeft er het meeste belang bij.’

En de architecten, wat gaan die doen na volgende week? ‘Wat hierna gaat gebeuren, weet niemand,' vertelt Victor Spijkers. 'Maar we hopen dat er een vervolg komt op het Nagele-onderzoek', waarmee hij doelt op een betaalde opdracht vanuit de gemeente. Grote kans dat dan het thema van concurrentievervalsing weer de kop opsteekt. Maar die aanklacht is moeilijk te bewijzen of te bestrijden en ondertussen dient deze constructie wel twee kanten: Nagele krijgt het plan dat het verdient en een aantal architecten is weer aan het werk. Een teken dat de ontwerper zijn waarde heeft bewezen, ook in crisistijd.