Nieuws —

Bij nader inzien: zoölogisch laboratorium Leiden

Patrick Colly

Het zoölogisch laboratorium in Leiden staat leeg. Afgelopen zomer heeft de faculteit biologie het verlaten. Dat is jammer want het is een gebouw met karakter. Het laboratorium steekt ondanks haar geringe hoogte van 28 meter overal boven uit. Tegelijk doet zij er alles aan om zo massief mogelijk te lijken. Onelegant en sober, maar trots als een pauw.

Het laboratorium is een atypisch gebouw in de stad. Binnen de singels is Leiden voornamelijk plat. Dat wil zeggen, de oude binnenstad is vrij goed bewaard gebleven en bestaat voornamelijk uit laagbouw, drie of vier lagen met een kap. Met uitzondering van, zoals het hoort in een stad als Leiden, een paar kerken, de schouwburg, de burcht, het stadhuis en de voormalig meelfabriek. En bij die uitzonderingen hoort dit gebouw, laten we het een toren noemen, dus ook.

De grote groei van studentenaantallen eind jaren veertig en begin jaren vijftig, leidde tot enorme bouwwoede bij veel Nederlandse universiteiten. De expansie van de Universiteit Leiden vond plaats op een terrein achter het station, het begin van het huidige bio-sciencepark. Tegelijk startte op diverse locaties om en nabij het Rapenburg het verwerven van panden en het intensiveren van bestaande terreinen. Zo werd de toren voor het zoölogisch laboratorium bij een woonhuis op het terrein van de sterrenwacht gebouwd.

Het laboratorium werd rond 1957 ontworpen door het Leidse architectenbureau van Oerle, Schrama en Bos. Op de Bonas-website wordt het ten onterechte toegekend aan Gijsbert Friedhoff, destijds Rijksbouwmeester en architect van kloeke sobere baksteengebouwen. Dat is het laboratorium zeker, kloek. Overhoeks valt maar nauwelijks een gat in de rode baksteengevel te ontdekken. Vier bijna identieke gevels worden geleed door puntige metselwerk lisenen die leunen op een zware massieve plint. Juist deze lisenen zorgen voor de verdichting in het beeld van de gevel. Ertussen geklemd zitten steeds dezelfde verticale ramen met omgekeerde T-verdeling. De dichte hoeken en de smalle, kleinere ramen op de zesde verdieping versterken het massieve karakter. De terugliggende kroon wordt rondom omzoomd door een glasstrook die de zesde verdieping van boven aanlicht. De kroon bestaat uit een twee verdiepingen hoge, compleet dichtgemetselde ruimte met prachtige stalen dakspanten. Een torenkamer voor volières en aquaria. Je reinste Pluk van de Petteflet!

Het is een vreemd ding. Vanuit de straat valt het niet direct op, maar vanaf een afstand lijken de verhoudingen niet te kloppen en heeft de toren een gek hoofd. De pragmatiek van een onelegante gestalte. Karakter heeft het gebouw des te meer, het fotografenechtpaar Becher had er zeker raad mee geweten. Opsmuk is gemeden, de textuur van de gevel is het ornament. Zelfs de entree lijkt vergeten, een trappetje voert naar een afwijkend gat in de gevel: de voordeur. Deze bescheiden entree is zelfs niet aan de straat gelegen, maar aan de doorgang naar de achterliggende sterrenwacht, zodat de voorgevel zo abstract mogelijk blijft.

De heldere structuur van de gevel volgt de logica van de plattegrond. De betonconstructie aan de binnenzijde is de aanzet van de lisenen. De plattegrond is vijf bij zeven traveeën groot. De laboratoriumverdiepingen zijn hoog en de balken- en kolomstructuur zwaar. Zowel een uiterst pragmatische als flexibele plattegrond. Je zou het duurzaam bouwen, of bouwen met overmaat kunnen noemen. De structuur is zo gemaakt dat het vrijwel alles in zich zou kunnen opnemen. En daarmee heeft het potentie te over zou je denken.

Ongeveer twintig jaar geleden ging de discussie in Leiden over het behoud van de voormalige Meelfabriek, toen een zeer populair afstudeeronderwerp aan de faculteit bouwkunde in Delft. Prachtige industriële architectuur, maar toch was het niet eenvoudig te behouden. Er is zelfs nog een sloopvergunning ingediend. Nu de cultuurhistorische waarde is onderkend maakt Peter Zumthor een ontwerp voor het hergebruiken van de dertien gebouwen van dit omvangrijke complex.

Omtrent het zoölogisch laboratorium is het echter opvallend stil. Er is een sloopvergunning aangevraagd voor de toren en een bouwaanvraag ingediend voor een in volume vergelijkbaar gebouw, maar dan wat breder en met twee verdiepingen meer. Dus meer opbrengsten. Het in het programma geëiste aantal woningen past er nu niet in. Het is wederopbouwarchitectuur en dus niet beschermd. Potentie en karakter zijn blijkbaar niet genoeg voor deze prachtige pragmatische toren. De tragiek van de hedendaagse pragmatiek.