Feature —

Pleidooi voor een compact Almere

Karen Heijne

Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol bracht 4 maart een herhalingsbezoek aan CASLa, het architectuurcentrum van Almere. Een dag na de lokale verkiezingen kan er geen enthousiaster verhaal over Almere worden verteld dan dat van Liesbeth van der Pol. Het is bijna jammer dat zij zich niet met de politiek heeft bemoeid, de uitslag had er wellicht anders uitgezien.

Kunstmarkt in Almere Haven, 2004 (foto: R. Reijnders op c-u-there.nl)
Kunstmarkt in Almere Haven, 2004 (foto: R. Reijnders op c-u-there.nl)

Op 17 november vorig jaar sprak zij de leden van de bouwsociëteit toe. Haar pleidooi voor een meer compacte stad in plaats van het in haar ogen blind staren op de schaalsprong deed toen veel stof opwaaien. In november had zij de tijd niet om dieper op de discussie in te gaan, een schuld die zij deze avond ruimschoots heeft ingelost.

Haar standpunten als Rijksbouwmeester en daarmee adviseur van de regering zijn niet veranderd. Almere heeft in juni vorig jaar haar plannen voor de toekomst bij het Rijk ingediend in de vorm van de Schaalsprong Almere 2.0. Deze plannen zetten in op de groei van Almere met 60.000 woningen, overigens een taakstelling die ook door het Rijk is geformuleerd. Almere 2.0 stelt dat voor de realisatie van deze ambitieuze plannen de ontsluiting van Almere grootschalig moet worden opgewaardeerd. De bereikbaarheid van de stad moet zowel voor de auto als de trein flink worden verbeterd, onder meer door een verbrede snelweg en de IJmeerverbinding.

Alvorens in te gaan op de discussie van de bereikbaarheid illustreert Van der Pol haar zoektocht naar het karakter van Almere. Zij begint met een verhaal afkomstig uit een van de onderzoekslabs van 'Nederland wordt anders', waarin jonge architecten met het oudste deel van Almere, Almere Haven, aan de slag zijn gegaan. Hiermee zet zij de toon van haar betoog. Het verhaal is een visioen dat gaat over de (her)beleving van Almere Haven met nieuwe invullingen van haar markante, maar verouderde gebouwen en vooral met veel levendigheid door het toevoegen van functies in de openbare ruimte.

Herbestemming, trots zijn op wat je als stad hebt en dat koesteren. Almere is in de ogen van Van der Pol een smeltkroes van experimenten met bijvoorbeeld de expositiewijken van de BouwRai en de welstandsvrije prijsvragen de Realiteit en de Fantasie. Zij hebben de stad gevormd en zijn onderdeel van het culturele erfgoed van Almere. Laat Almere op dit gebied een voorbeeld zijn voor heel Nederland.

Terug naar de oorsprong en de relatie van de stad met de regio. De kaart uit het structuurplan van 1976 laat al zien waar het nu om zou moeten gaan. Almere als nieuwe stad, bestaande uit meerdere kernen gelegen in het groen. ‘Is Almere een stad bij Amsterdam, een stad bij het Gooi of een eigenstandige stad?’ vraagt Van der Pol. De zaal geeft geen antwoord. Almere is een unicum, pleit zij. Met een fantastische skyline aan het Weerwater, gelegen in het polderlandschap en nabij twee historische steden (Amsterdam en Utrecht). Welke ambitieuze stad wil dat nu niet?

De kaart uit het structuurplan Almere 2.0 gaat verder waar de kaart uit ’76 ophoudt. Deze kaart laat de positie van de stad zien binnen de Randstad. Almere is af en kan in haar huidige vorm zelfstandig blijven voortbestaan als dat moet. Maar Almere is een groeistad en moet reageren op de toekomst anders verloochent zij haar karakter. Zij heeft opdracht gekregen 60.000 woningen te bouwen en vormt een onmiskenbare schakel binnen het netwerk van de Randstad.

De discussie gaat over de invulling van deze opgave en het tijdsbestek van de groei. Van der Pol wijst op de kansen in de bestaande stad. Die zestigduizend woningen hoeven niet allemaal te worden gerealiseerd in nieuw te ontwikkelen gebieden als Almere Hout of het buitendijks geprojecteerde Almere Pampus. Als geslaagd voorbeeld van binnenstedelijk ontwikkelen wijst zij op het nieuwe Stadshart met het karakteristiek gebogen maaiveld. Zo ziet ze grote mogelijkheden voor de gebieden rondom de vijf en binnenkort zelfs zes stations die Almere rijk is. Tover deze om tot verblijfsgebieden, in plaats van plekken vanwaar men vertrekt naar elders. Voeg (groot)stedelijke functies toe en zorg dat het gezellig wordt. De stations liggen op fietsafstand van de woonwijken en hebben daardoor veel potentie.

Van der Pol onderschrijft de visie van Rudy Stroink, die er enige tijd in NRC voor pleitte om juist in deze tijd in te zetten op kwaliteit. Verbeter het groen in de wijken en revitaliseer bestaande woningen, nieuwe bouwen kan later ook nog. Herontdek de kwaliteiten van de woonerven en de bloemkoolwijken en zorg ervoor dat het geen nieuwe Vogelaarwijken worden. Haar belangrijkste boodschap luidt: richt je eerst op de bestaande stad en koppel de verbindingen niet meteen aan nieuwe woningbouwproductie.

Dan komt de zaal in actie, waarbij de economische ontwikkeling de boventoon voert. Almere wordt afgeremd door de slechte bereikbaarheid. Bedrijven willen zich om deze reden niet in de stad vestigen. Van der Pol ziet graag dat Almere van een forenzenstad transformeert in een verblijfsstad, maar dat kan alleen als er voldoende werkgelegenheid is voor de bevolking. De Rijksbouwmeester benadrukt dat zij niet tegen de gestelde eis van de verbindingen is. Natuurlijk moeten die er komen, en als het aan haar ligt, bij voorkeur een mooie brug in het IJmeer in plaats van een saaie tunnel. Maar laten we dan wel bekijken waar we die brug neerleggen, en of de ontwikkeling van Almere Pampus daarvoor noodzakelijk is.

Als laatste neemt Henk Meijer, directeur Structuurvisie, het woord. Hij waardeert het enthousiasme van Liesbeth van der Pol, maar wil de intentie van Almere 2.0 in het kader van de politieke onderhandeling plaatsen. In zijn ogen moet de stad vooruit met de gestelde opgave en die 60.000 extra woningen bouwen. Almere is daarmee gedwongen om het spel op twee niveaus te spelen; het bestaande en het toekomstige. En in het belang van een goede ontwikkeling moet het Rijk overtuigd worden van de noodzaak van de aan te leggen verbindingen. Zonder deze verbindingen kan Almere zich volgens hem niet ontwikkelen tot een volwaardige vijfde stad van Nederland.

De vraag is of Almere daadwerkelijk zo hard in moet zetten op groei, of dat voortschrijdend inzicht andere overwegingen urgent maakt. In de lijn van het enthousiaste betoog van Liesbeth van der Pol lijkt het uitgangspunt om meer expliciet de nadruk te leggen op de kwaliteit van de bestaande stad geen overbodige luxe. Juist in deze tijd en nu het nog kan moet het cultureel erfgoed gewaarborgd worden, want Almere is inderdaad een unicum in haar soort.