Recensie —

Transnatural: Toekomst Nostalgie?

Hendrik-Jan Grievink

Hendrik-Jan Grievink schrijft regelmatig voor Nextnature.net, een onderzoeksproject dat sinds 2006 het domein van ‘door mensen veroorzaakte natuur’ in kaart brengt. Voor ArchiNed bezocht hij Transnatural, een tentoonstelling over de toenemende fusie tussen natuur en techniek. Een peer review.

Allereerst: Transnatural is een fijne tentoonstelling die een bezoek zeker waard is. Je kunt met je handen wroetend in de modder een computer bedienen, vallende waterdruppels vormen woorden en het is mogelijk door een abstracte tuin van ultraviolet oplichtende draden te wandelen: Mondriaan meets Avatar.

Met de tentoonstelling wordt een relevant thema aangesneden waar de tijd rijp voor lijkt te zijn: door de klimaatcrisis staat onze natuurlijke leefomgeving weer volop in de aandacht en tegelijkertijd stellen nieuwe ontwikkelingen op het gebied van informatie-, bio- en nanotechnologie ons in staat de ontworpen leefomgeving radicaal anders in te richten. Daarbij past een grondige heroverweging van hetgeen wat we als natuurlijk beschouwen. Het is goed dat dit besef breed doordringt in de maatschappij en alle initiatieven die daartoe bijdragen verdienen te worden toegejuicht.

Voor Transnatural hebben de samenstellers gekozen voor een gevarieerde benadering, kunst en design worden naast elkaar gepresenteerd, ook dat past geheel in een tijdgeest waarin designers soms de nieuwe kunstenaars lijken te zijn. Er staan recente werken opgesteld naast enkele relatief oudere klassiekers, zoals Bio Jewellery van Tobie Kerridge (trouwringen uit het botweefsel van je partner) of de Bit.Fall van Julius Popp (een waterval van internet-gegenereerde informatie). Beide projecten zijn overbekend uit de blogosfeer, maar het is toch goed om dit soort projecten eens als fysiek object te zien, want daarvoor ga je naar een tentoonstelling. Er is een installatie over het concept Superuse van 2012Architecten, maar ook de sculptuur Analemma van Jelle Feringa, een object als een omgekeerde zonnewijzer dat een perfecte cirkelvorm als schaduw oplevert, van welke kant het ook belicht wordt. Deze mix van jong & oud, design & beeldende kunst, onderzoek & eyecandy, is zowel de kracht als de zwakte van de tentoonstelling.

De samenstellers zetten hoog in: ‘Transnatural is een confrontatie met het beste en interessantste dat de fusie tussen natuur en technologie tot nu toe heeft opgeleverd. Een wereld waarin kunst, design en wetenschap een nieuwe, fantastische werkelijkheid creëren’. Maar wordt deze belofte waar gemaakt? Het laboratoriumvlees van kunstenaars Oron Catts, Ionat Zurr en Guy Ben-Ary, de blob-architectuur van Lars Spuybroek of de Bone Chair van Joris Laarman hadden op de tentoonstelling niet misstaan. Niet dat het had gemoeten en volledigheid is geen nastrevenswaardig doel, maar de selectie van werken waarvoor nu is gekozen, doet een beetje willekeurig aan en voldoet zeker niet aan bovenstaande belofte. De tentoonstelling lijkt behoorlijk op hedendaagse kunst-leest geschoeid: de werken worden vooral als esthetische objecten an sich getoond, voor een beknopte uitleg is een vouwblad beschikbaar. Er is buiten de inhoudelijke context van de tentoonstelling geen verdere thematisering of contextualisering van de werken en door hun plaatsing in de ruimte gaan de objecten geen specifieke – laat staan spannende – relatie met elkaar aan.

Neem bijvoorbeeld Genetology, het onderzoeksproject van Maarten Vanden Eynde. Dit is een op zich buitengewoon interessant onderzoek naar hoe wij in de toekomst terug zullen kijken op het verleden. Maar Vanden Eynde weet zijn beeldreferenties zó onduidelijk te presenteren (kleine lettertjes, onmogelijke navigatie) dat het onwaarschijnlijk lijkt dat bezoekers van de tentoonstelling écht zijn onderzoek meekrijgen, zijn blog slaagt daar wat dat betreft beter in. Bovendien is Genetology helemaal weggestopt achterin de tweede ruimte, een merkwaardige keuze van de samenstellers. Hoe weinig zijn presentatie ook recht doet aan zijn onderzoek, impliciet geeft Vanden Eynde een context aan de tentoonstelling als geheel. Door zijn standpunt te verplaatsen naar een denkbeeldige toekomst en vanuit daar terug te kijken, doet hij meer recht aan de tentoonstelling dan het ronkende persbericht dat zijn pretentie niet geheel waar kan maken.

Het beeld dat mij is bijgebleven van Transnatural, is niet dat van een stevige analyse van het heden, maar vooral dat van een romantische esthetisering van de toekomst. Een soort Reversed Nostalgia, een omgekeerde nostalgie in de vorm van het verlangen naar een toekomst zoals die nooit plaats zal vinden. En waar nostalgie de kop op steekt is, is kitsch nooit heel ver weg: de Bit.Fall van Julius Popp is een prachtige installatie en een lust voor het oog, maar zou tegelijkertijd niet misstaan op een plek als de Auto Rai. Dat is niet cynisch bedoeld, want de Auto Rai is op een McLuhaneske manier misschien wel meer transnatural dan de tentoonstelling Transnatural zelf.
Iets meer regie, iets meer duiding en iets meer consistentie in kwaliteit hadden deze tentoonstelling niet misstaan. Dat is een beetje een gemiste kans, maar er komt dit najaar al een herkansing in de vorm van een Transnatural II van dezelfde makers. Ik ga zeker kijken!