Feature —

Beleefde lezing door Office Kersten Geers David Van Severen

Bjorn Houttekier

Ondanks de steile opgang en de buzz die zich de voorbije jaren rond het jonge Belgische duo Kersten Geers en David Van Severen verspreidde, werd de lezing in het kader van de NICHE-tentoonstellingen van Bozar een wat timide gebeuren. Voorbestemd voor grootse dingen lijkt er nog wel wat spanning in hun discours te mogen sluipen.

De ondergrondse zaal in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten, nochtans gevuld met veel modieus volk en een heleboel studenten, biedt een vreemde aanblik. Op het podium staat voor aanvang van de lezing een witgeschilderd silhouet van aaneengelaste staalprofielen. Komt het uit de kelders van het nabijgelegen museum voor moderne kunsten, is het een nieuw spreekgestoelte of maakt het deel uit van de lichtinstallatie? Niets van dit alles, het gewichtige blok is de maquette die Office wil laten bijzetten in de gangen rond de grote concertzaal hierboven, naast die van JDS architects, V+, noA en DierendonckBlancke architecten. De bouwknoop op schaal 1:1 werd gemodelleerd naar aanleiding van de NICHE-tentoonstelling die jonge architectuurbureaus de kans geeft om hun oeuvre toe te lichten aan de hand van een recente realisatie. Bij Office viel de keuze op hun net opgeleverde project Kortrijk XPO, waarvoor het kantoor werd ingeschakeld om een bestaand ontwerpteam bij te staan in het vormgeven van het masterplan en een tweetal nieuwe gebouwen.

De lezing opent met een geprojecteerd schilderij van Ed Ruscha. ‘SPACE‘ schallen gele letters op een blauw doek met aan de onderkant een afbeelding op ware grootte van een potlood: Geers en Van Severen willen het over ruimte hebben. Niet echt een ontluisterende mededeling, maar wel een geruststelling dat het niet zonder meer over vorm, laat staan design zal gaan. Het veelbelovende openingsbeeld blijft echter zonder gevolg. Zicht op inspiratiebronnen of fascinaties geven de jonge ontwerpers niet. Het wordt eerder een beleefde lezing met eigen projecten die de twee richtinggevend achten in de ontwikkeling van hun praktijk. Voor wie niet vertrouwd is met het werk van Office lijkt het thema van de ‘ommuring’ misschien wel de meest beknopte omschrijving van hun werk tot nu toe. Het kantoor ging van start in 2002 – daarvoor liepen Geers en Van Severen stage bij onder meer Xaveer De Geyter, Neutelings Riedijk en Stéphane Beel – en werd kort daarna al opgepikt door Moritz Küng van deSingel in Antwerpen. Deze liet het duo in 2005 zijn 35m³ tentoonstellingscyclus openen. Een reeks waarbij jong talent zoals Jan De Vylder of NU architectuuratelier een eerste forum kreeg en het bureau meteen de nodige schwung gaf om uitgenodigd te worden voor internationale exposities.

Het wedstrijdontwerp voor een grensovergang tussen de Verenigde Staten en Mexico dient vanavond als introductie en toont de pragmatische conversatie waarin Office – ook met zichzelf – verwikkeld is. Elementen die in bijna elk project aan bod komen zijn hier al duidelijk aanwezig: het belang van het ‘grid’ (in dit geval palmbomen), de ommuring (een hoge betonnen afsluiting die zich tussen de grensovergang wurmt) en het afbakenen van een eigen architecturale context (een witte doos in de woestijn). Geers en Van Severen laten daarbij graag het woord ‘hedonisme’ vallen, wat in combinatie met hun anonieme muren meteen de fantasmagorieën van Koolhaas’ Voluntary prisoners of architecture oproept. Het soort exuberante verhalen waar Office zich overigens ver van af wil houden. ‘This literal architecture aims for a phenomenological experience, perhaps despite of its program’, klinkt het profetisch op hun website en hoewel ze geen retoriek zeggen na te streven, verwijst hun verhaal onmiskenbaar naar eerdere, ideologisch zwaar geladen voorbeelden: Hilberseimer, Mies van der Rohe, het Plan Voisin van Le Corbusier of de weidse ‘grid’collages van Superstudio. Office lijkt bij momenten een modernisme aan te kleven dat ondertussen herhaaldelijke keren werd ontkracht, zowel qua vormentaal als ideeëngoed. Enkele denkoefeningen zoals hun New administrative capital (Zuid-Korea) of Cité de refuges (Cueta) presenteren zich dan ook als vergeten CIAM-materiaal. Grafisch verfijnd maar met leuzen die de beschouwde regio’s wellicht weinig oplossingen kunnen bieden.

Eén van de meer amusante uitzonderingen is de voetgangersbrug die het kantoor ontwierp voor concertzaal Handelsbeurs in Gent, een project dat ook tijdens de lezing aan bod komt. Midden in de stad legden Geers en Van Severen een elegante houten constructie over een smalle waterarm en grepen daarbij terug naar de perspectiefexperimenten uit de Renaissance. De voetgangersbrug, die licht hellend van straat naar gevel loopt, werd gaandeweg in de breedte versmald zodat, afhankelijk van waar men kijkt, een versneld of vertraagd perspectief ontstaat. Voetgangers worden daardoor uit proportie geduwd en lijken nergens echt helemaal op hun plaats, nu eens lilliputters dan weer reuzen. Met een geritmeerde balustrade die het geheel er uit doet zien als een bruingrijze doos, werd de brug een origineel kleinood gedragen op twee oevers. Een atypisch werk ook dat moeizame discussies over vorm of functie moeiteloos overstijgt en humor toont in de verder strenge grammatica van Office.

Daarna komt de lezing dichter bij het NICHE-project en de kern van hun betoog: de zoektocht naar ruimte. Met After the Party, de inzending voor het Belgisch paviljoen op de Biënnale van Venetië in 2008, scoorde het kantoor ook internationaal. Geers en Van Severen bouwden rond het bestaande paviljoen uit 1907 opnieuw een muur, ditmaal opgetrokken uit metalen elementen gebruikt bij de steigerbouw. De glimmende afscherming met binnenin een wandelpad functioneerde daarbij als alternatieve route naar de nieuwe toegang van het volkomen leeggehaalde paviljoen. De enige verdere ingreep was het verbinden van binnen- en buitenkant via een mysterieus confettitapijt. Hierdoor ontstond tussen gebouw en tijdelijke wand een spannende ruimte die het aura kreeg van een feestelijke patio: een plaats vol poëtische verpozing maar ook – zo maken Geers en Van Severen duidelijk – de toevallige voorbode van een ingesloten parkeerterrein…! Net toen ze bezig waren met de Biënnale-opdracht kwam namelijk de uitnodiging om mee te werken aan het masterplan Kortrijk XPO. De gelijkenissen tussen beide projecten zijn treffend.

Kortrijk XPO valt te beschouwen als een opgeschaalde versie van de Biënnale-interventie. De beschermende wandelgang uit Venetië werd in Kortrijk een ‘stadswal’ rond de opeengepakte hallen van het beurscomplex: een colonnade gebaseerd op het verborgen grid van de site, dat met een tussenafstand van 5,7 meter schuilgaat achter de bouwschillen van de doosachtige volumes. Deze nieuwe gaanderij van stalen liggers en kolommen verdeelt het terrein in ‘binnen’ en ‘buiten’ en ontsluit tevens de site door middel van een betonnen wandelpad dat er afgemeten onder loopt. Naar analogie met Venetië verschoven de ontwerpers ook hier de hoofdingang. In plaats van het mistroostige uitzicht op een lege parking richt deze zich nu op een drukke boulevard.

Helaas gaf de nieuwe structuur aanleiding tot misschien wel de meest ongelukkige ingreep van het geheel: een zwart kantoorvolume dat per se gevat moest worden in het raamwerk van witte stalen balken en daardoor weggelopen lijkt uit een reclamefolder van de jaren ’50. Deze ogenschijnlijke ode aan Sol LeWitt wordt door Office verklaard als ‘het consequent doortrekken van de logica van het raster’. Met trots tonen ze daarbij hun maquette, de bouwknoop waarop binnen de hoofdstructuur een aanhangsel werd gelast om het nieuwe volume onafhankelijk te kunnen dragen. Met een zwart-wit vertelsel als sluitstuk werd dit nieuwe gebouw echter een retorische sierduik: het plan is namelijk om de bestaande gebouwen donker te kleuren waarna die schijnbaar in toom worden gehouden door de omliggende witte wandelgang. Een beetje Yin-Yangerig, vooral als de metafoor van een uit zijn voegen barstende stad als uitgangspunt diende. Maken niet net kleur, geluid en de geur van braadworst de couleur locale van een markthallensite uit?

Bij ‘XPO’ ter plaatse blijken twee zaken: de gaanderij wèrkt als ruimtelijke afbakening en de ritmiek van de stalen profielen is aangenaam in zijn simpliciteit. Er hangt als het ware een nieuwe halsketting onder een oud gezicht. Alleen lijkt de angel van het project de fragiele materialiteit te worden. Roest! Nu al zijn enkele van de metalen afscheidingsnetten die aan één kant van de colonnade hangen, aan het corroderen. En met een blik naar boven lijkt de toekomst van de schermen helemaal onzeker. De geprofileerde platen van het dak hellen af naar de kant van de netten zonder dat een goot werd voorzien. Regenwater moet daardoor de vijf meter zeventig hoge val afleggen zonder ze te raken. Een bizarre keuze of een budgettaire noodzaak? En ook de banaliteit van het onvoorziene krioelt al over de transparante schermen. Hier en daar werd een sluiproute tussen parkeerterrein en gaanderij geïmproviseerd door de netten op te knopen met plastic binders en snelle touwen: handigheidjes die onverbiddelijk het propere schema van Geers en Van Severen weg willen knagen en een ondankbaar lot kunnen betekenen voor dit broze raamwerk. Alleen, als het lijkt op functionalisme en klinkt als functionalisme maar het is niet functioneel, hoe moet je het dan noemen?

Kortrijk XPO wil een helder baken zijn maar lijkt zich half te verslikken in nostalgie naar avantgardistische verhalen. Onbeschermd zal het niet ondergesneeuwd raken met confetti zoals het Venetiëpaviljoen, maar eerder met de commerciële humuslaag van folders, pizzadozen en parkeertickets die zich nu al ophoopt op het terrein. Onderhoud en potten verf lijken daarmee essentiële onderdelen van deze architectuur te gaan worden. Wat betreft de lezing blijft naast de elegante, bijna artisanale collages en enkele veelbelovende, nieuwe projecten ook de wat repetitieve verhaallijn hangen èn de gedachte dat gebouwen het uiteindelijk zonder tekstballonnen moeten doen… Kortom, een sober gelijkspel voor een nichepubliek.