Feature —

Duurzaamheid is… liefde

Stijn Kuipers

‘Tijd om verder te kijken dan energie’ luidde de ondertitel van het debat dat 26 april gehouden werd in het Designhuis te Eindhoven. De term ‘duurzaamheid’ wordt al snel geassocieerd met innovatieve energiebesparende technologieën en FSC-keurmerken, maar er is meer mogelijk. Studievereniging Cheops van de faculteit bouwkunde nodigde vier gasten uit om te komen spreken en discussiëren over ‘duurzaamheid’ in de breedste zin van het woord.

In de hal van het Designhuis gaven drie sprekers, Koos Bosma, Marius Ballieux en Don Murphy, hun visie alvorens de discussie met elkaar en de zaal aan te gaan, geleid door dagvoorzitter Pnina Avidar. De zaal zaalopstelling is creatief om een pontificaal geparkeerde Ferrari geformeerd, die later deze avond nog een voorbeeldrol zal vervullen. Alvorens aan het debat te beginnen gaf iedere spreken zijn eigen visie op het thema, te beginnen met Koos Bosma.

Het verhaal van architectuurhistoricus Bosma, verbonden aan de Vrije Universiteit, begint in de jaren zeventig, toen het verlangen naar een open samenleving met aandacht voor het individu en gelijke kansen voor iedereen hoogtij vierde. Model voor deze maatschappelijke verandering stond de Whizz Bang Quick City: een generieke stad bedacht door tweehonderd Amerikaanse architectuurstudenten naar aanleiding van een prijsvraag. De spontane stad werd door haar gebruikers in één dag gebouwd uit tijdelijke onderkomens en bestond gedurende vijf dagen. Het was een statement tegen grootschaligheid en monofunctionaliteit, en tegen de toen regerende architecten die bepaalden hoe mensen moesten wonen. De gebruiker van Whizz Bang Quick City werd weer deelnemer. Inspiratie werd gehaald uit wijken en buurten die al generaties lang goed functioneerden en waar geen architect aan te pas was gekomen. Het was ook rond die tijd dat de ontwikkeling van zelfbouw woningen en spaceframes een vlucht nam, allemaal vormen van tijdelijke door de gebruiker gemaakte architectuur. Volgens Bosman is duurzaamheid volledig verweven met de betrokkenheid van de gebruiker, aanpasbaarheid en tijdelijkheid zijn daar directe gevolgen van.

Ook bij Marius Ballieux, partner bij Albers & van Huut, is de relatie met de mens belangrijk, hoewel op een totaal andere wijze. Als eerste benadrukte hij dat de mens onderdeel is van de natuur, en maar een heel klein radertje is in het grote universum. In zijn ontwerpen is de verbinding met de natuur daarom essentieel, dat uit zich onder meer in het gebruik van warme kleuren en natuurlijke materialen. Ballieux waarschuwde dat de ratio soms door kan slaan, met bijvoorbeeld de functionele stad als gevolg. De constant veranderende techniek heeft volgens hem dan ook niets met duurzaamheid te maken: het gaat om de samenhang tussen mens en natuur, en hoe een gebouw daar uitdrukking aan geeft.

Don Murphy, medeoprichter van VMX architects, begon met concrete voorbeelden. Er heeft zich een verandering in levenshouding voorgedaan. Het is bijvoorbeeld niet meer vanzelfsprekend om een trui aan te trekken in de winter. Als het koud is moet het gebouw zich aanpassen aan de gebruiker en zal dus warmer gestookt worden, een houding die past bij de consumptiemaatschappij waarin wij leven. Aan de hand van een wedstrijdontwerp voor een kantoor op de Zuidas laat hij zien hoe VMX met duurzaamheid bezig is. Een van de eisen was een Greencalc score van minimaal driehonderd, dat is een relatief hoge duurzaamheidsfactor. Hij beschrijft de zoektocht naar innovatieve materialen, slim ruimtegebruik en energiegebruik voor het koelen. Duurzaamheid betekent dus in dit geval een maatpak voor de gebruiker, dat mooi genoeg is om te overleven in de tijd. Een werkwijze die hij tegelijkertijd in twijfel trekt als hij zich afvraagt of de mens niet opnieuw zou moet leren zich aan te passen aan zijn omgeving.

De drie kampen vinden al snel overeenstemming als Murphy de Ferrari in het verhaal betrekt: hij betoogt dat kwaliteit uiteindelijk overleeft. Als mensen ergens van houden, wordt er goed voor gezorgd en wordt het in stand gehouden. Liefde voor een gebouw maakt het duurzaam. Het is alleen van tevoren moeilijk te bepalen wat een gebouw geliefd zal maken. Hoe de sociale waarde van een gebouw tot stand komt blijft dan ook de vraag.

Als vervolgens de rol van de architect bij het duurzaamheidsvraagstuk belicht wordt, geeft Bosma de architecten een raad mee. Maak het jezelf niet te moeilijk, de complexiteit van het beroep is groot en het zou al veel schelen als de architect duurzaamheid op zijn eigen ontwerp betrekt en niet op alle partijen uit het hele bouwproces. Deze stelling stuit echter op protest uit de zaal waar iemand wijst op het feit dat de bouwsector een grote rol speelt bij bijvoorbeeld de CO2 uitstoot, en dat de verantwoordelijkheid van architecten daarom niet moet worden onderschat. Een helder antwoord hierop blijft achterwege, en gezien de verdeeldheid in de zaal en onder de sprekers is dit blijkbaar een onderwerp waar iedere ontwerper een eigen grens bij trekt.

Aanhakend op het verhaal van Murphy suggereert Avidar nog dat het thema van deze avond zich niet alleen op gebouwniveau afspeelt, maar dat de algemene consumerende levensstijl, die in deze kapitalistische tijd is ontstaan, voor grote vervuiling zorgt. De duurzaamheidsdiscussie overstijgt de bouwsector. De boodschap is waarschijnlijk niemand onbekend: een betere wereld begint bij jezelf.