Feature —

Sussende consensus op symposium Stedenbouw 2010

Joost van den Hoek

In het Schieblock in Rotterdam vond op 21 april het stedenbouw Symposium 2010 plaats. Organisator van het symposium, het Stimuleringsfonds voor de Architectuur (SfA) heeft de komende drie jaren een bedrag van 4.8 miljoen euro beschikbaar voor een stimuleringsprogramma voor de (in het slop geraakte?) Nederlandse stedenbouw.

Het symposium is volgens het Stimuleringsfonds: 'een eerste stap in het agenderen van opgaven binnen de stedenbouw in de eerste helft van de 21e eeuw en het mobiliseren van partijen die zich verantwoordelijk voelen voor het vernieuwen en professionaliseren van de stedenbouwkundige praktijken'.

In een soepel georganiseerd dagprogramma kwam een keurige afvaardiging van sprekers uit de (kleine) vakgemeenschap van de stedenbouw voorbij. In de ochtend werden in deelsessies een aantal thema’s aan de orde gesteld zoals onderwijs, de regionale planvorming en ontwerpend onderzoek naar tijdelijkheid in de stadsontwikkeling. In een plenair middagdeel werden in drie tranches ontwerpers, opdrachtgevers en regionale actoren aan de tand gevoeld over de staat van de stedenbouw. Voor de lunch werd het gemoderniseerde vaktijdschrift S&Ro aan het publiek gepresenteerd. De essays in het nieuwe nummer van SRo, onder meer over de vraag naar nieuw vakmanschap in de stedenbouw, schetsen goed de lijnen waarbinnen de presentaties en de gesprekken van de dag zich bewogen.

De staat van de stedenbouw wordt door betrokkenen grosso modo als volgt geanalyseerd: In de steden komen een aantal trage veranderingsprocessen bij elkaar die hun oorsprong vinden in de overgang van de industriële naar de kennissamenleving en de afkalvende demografische dynamiek. Dit gaat gepaard met transities van expansieve groei naar incrementele transformatie, van een topdown en overheidsgeleide ontwikkeling naar een bottom up en  marktgeïnitieerde ontwikkeling, en van grootschalige instant functionaliteit naar op verfijning en stedelijkheid gerichte stadsconcepten. De economische crisis versnelt deze veranderingsprocessen en de wijze waarop deze op elkaar inwerken, met vooralsnog onduidelijke consequenties voor de traditionele actoren, planvormen en algemeen geaccepteerd werkwijzen en denkbeelden.

In de middag was een splijtend debat afwezig. In de presentaties en visies waren de overeenkomsten talrijker dan de verschillen. De nadruk ligt op het plan als flexibel raamwerk, stedelijkheid met functiemenging, bottom-up herontwikkeling van monofunctionele leegstandsgebieden, uitbouw van de (stedenbouwkundige) praktijk tot de beheersfase en het koesteren van concrete initiatieven en particuliere inbreng. Dit leidde to de verzuchting van dagvoorzitter Miranda Reitsma dat ze eigenlijk te midden van deze 'sussende consensus' wel behoefte had aan een afwijkende stellingname.

Wellicht dat de belangwekkende opmerkingen niet direct alle aandacht opeisten, maar ze waren er wel. Aan de hand van zijn stationsprojecten in Rotterdam en Leiden stelde Rients Dijkstra onomwonden de professionaliteit van het gemeentelijke opdrachtgeverschap ter discussie. Zo is hij aan de Noordzijde van het Hofplein bezig in opdracht van de gemeente om randvoorwaarden op te stellen voor de “Mixed Zone”, terwijl aan de andere kant van de straat op het Pompenburg, waar hij een groep van projectontwikkelaars begeleid, elke vorm van gemeentelijke sturing ontbreekt.
Mariet Schoenmakers vertelde meerdere malen als gebiedsontwikkelaar gediskwalificeerd te zijn bij acquisities omdat het zetten van een handtekening onder afname van de grond een probleem is. (Waarom doe je dan mee?) Is dit illustratief voor de teloorgang of positie-verandering van de integrale gebiedsontwikkelaars, dat ze wel als een conceptontwikkelaar mee willen praten over de opgave en randvoorwaarden maar geen handtekening meer zetten onder afname van de grond?
Ook opvallend was dat de Belgische stad steeds vaker als voorbeeld naar voren wordt geschoven van succesvolle ontwikkeling en hoogwaardig opdrachtgeverschap. Volgens Endry van Velzen ligt in België de nadruk meer op effectieve klappen maken met individuele projecten dan met grootschalige integrale gebiedsontwikkelingen. Wie had dat gedacht, dat Nederland met zijn “geroemde” traditie in de stedenbouw “Belgische toestanden” ten voorbeeld zouden worden gesteld.

Een terugkerend gesprekonderwerp op de dag is de rol van het onderwijs, in een vakgebied waar de toppers eigenlijk nooit over een stedenbouw diploma beschikken maar vaak als landschapsarchitect of architect zijn begonnen. Diverse professionals benadrukken dat leren en groeien toch ook voornamelijk in de praktijk gebeurd en dat dit een proces betreft wat eigenlijk nooit eindigt. Nestor van de stedenbouwopleiding in Delft Han Meijer benadrukt dat het onderwijs curriculum voor stedenbouwkundigen in spe meer en meer in Europees verband wordt opgesteld. Hij voegt daaraan toe dat wij in Nederland ons misschien zorgen maken over de stand van de stedenbouwer maar dat dat in Europees perspectief eigenlijk een luxe probleem is omdat in andere landende stedenbouwkundige discipline minder ontwikkeld en gedefinieerd is.

Sympathiekste en treffendste bijdrage aan de dag was wellicht van Kristiaan Koremann, die in zijn eigen woorden een drievoudige rol vervult; als ontvanger van subsidie, gastheer en initiator van het Schieblock, en als stedenbouwkundige met visie op Rotterdam. Zijn bureau Zus neemt initiatief om het Schieblock te transformeren tot een hub voor stedenbouwkundige kennis en creatitiviteit, zoals getoond met mooie renderings en maquettebeelden te midden van de congresgangers. Dit stedenbouwkundig activisme vormt, hoe eenvoudig het ook moge ogen, in wezen de belichaming van trends en waarnemingen zoals aan de orde zijn gesteld gedurende de dag.

Rest de vraag hoe het Stimuleringsfonds in de komende periode middels de gestelde criteria de subsidie zal verdelen over verschillende initiatieven en wat hiervan het resultaat zal zijn. Leidt het stimuleringsprogramma juist tot meer of misschien juist tot minder consensus en daarmee een scherpere positiebepaling in de vakwereld?… Een volgende stedenbouwdag in het Schieblock waar de eerste resultaten worden toegelicht en nieuwe posities kunnen worden ingenomen, is een goed idee.