Feature —

Wat doen we met het Jaarbeursterrein?

Martine Bakker

Het Utrechtse stationsgebied wordt niet alleen gedomineerd door Hoog Catharijne en het Centraal Station. Aan de westflank beslaat de Koninklijke Jaarbeurs een minstens zo groot oppervlak. Zeker als ook de parkeergarage, de gelijkvloerse parkeervelden en Holland Casino aan de overzijde van het Merwedekanaal worden meegerekend. Een uitgelezen plek voor ontwikkelingen die de druk op het oude centrum van Utrecht wat kunnen verlichten.

Net als Hoog Catharijne snoept de Jaarbeurs een groot stuk van het Utrechtse centrum af en kent het complex een naar binnen gekeerde dynamiek. Op beursdagen wapperen fier wat vlaggen, maar de stad krijgt vooral gesloten wanden mee. De Jaarbeurs wil meer reuring in het gebied, bijvoorbeeld door een megabioskoop en wat cafés aan een pleintje.

Hoog tijd voor echte vernieuwing, moet de gedachte zijn geweest van Anco Schut (Hoofd Stedenbouw en Monumenten, Gemeente Utrecht) toen hij de locatie aandroeg bij het onderzoekslab ‘Nederland wordt anders’. Dat de jonge ontwerpers van Lab01 met frisse ideeën kwamen, was gezien de locatie en opdrachtformulering te verwachten. Ze dienden rekening te houden met de ligging in de stad, de verbindingen tussen de wijken, de problematiek in Kanaleneiland en de binnenstads- en verkeersproblematiek. De Jaarbeurs moet in het gebied blijven, maar verder ligt alles open. Lab01 ontrafelde netjes de mogelijkheden en werkte vervolgens drie toekomstmodellen uit: een stadspark, een stedelijke woonwijk en een hoogstedelijk blok. De jaarbeursactiviteiten worden daarin steeds verweven met nieuwe functies. Lab01 redeneerde dat veel van die activiteiten ondergronds kunnen plaatsvinden, zodat bovengronds ruimte ontstaat.

Een hoogstedelijk blok verandert het gebied in een futuristische, maar toegankelijke gebruikszone met hoge glasgevels, luchtbruggen en verticale tuinen. Werken, wonen, winkels en voorzieningen worden gecombineerd, met op alle bouwlagen openbare ruimte. Het is een uitbreiding van Hoog Catharijne, maar dan duurzaam en niet hoofdzakelijk gericht op winkelen. Dit toekomstmodel ontlast de Utrechtse binnenstad door functies over te nemen, zodat het in het historische centrum rustiger wordt en de monumentaliteit beter tot zijn recht kan komen. Verwachtingen hieromtrent worden in Utrecht echter ook gekoppeld aan het nog te bouwen centrum van Leidsche Rijn. Het is de vraag hoe grootstedelijk het Utrechtse centrum precies moet zijn.

Een stadspark op het jaarbeursterrein zou een directe, groene contramal vormen van het stenige Hoog Catharijne. En het lost de Utrechtse parkeerproblematiek op, doordat zich onder het park een enorme parkeergarage bevindt, zowel bestemd voor het jaarbeurspubliek als voor iedereen die het centrum van Utrecht bezoekt. Zo komt het zelfs tegemoet aan het streven van GroenLinks naar een autovrije Oudegracht. De levendigheid in het park wordt gewaarborgd door het verspreid plaatsen van paviljoens voor culturele functies. In de omringende wijken Lombok, Kanaleneiland en Oog in Al is echter al veel groen. Vereniging Nieuw Utrecht concludeerde onlangs na onderzoek dat de hele Muntsluiszone tussen Lombok en Oog in Al wordt beleefd als een stedelijk park. In dit gebied liggen bovendien verschillende culturele voorzieningen. Voor een extra groot en groen park kunnen de Utrechters ook naar Leidsche Rijn.

Ondanks de geringe invloed op de binnenstad, lijkt de stedelijke woonwijkvariant het meest logisch om op door te gaan. Het wordt er vol, maar de inrichting blijft groen en verblijfsvriendelijk. De hoogte is forser dan het gemiddelde Utrechtse woonblok, maar detoneert niet in de schaduw van Hoog Catharijne. Ook hier wordt allerhande gecombineerd, met een nadruk op wonen. Parkeren gebeurt aan de randen, zodat er autovrije hoven kunnen komen. Wel lopen er doorgaande fietsroutes door de wijk, die aansluiten op de bestaande routepatronen. De wijk past bij de naastgelegen Veilinghaven, waar in de afgelopen jaren nieuwe woonbebouwing verrees met vergelijkbare semi-openbare hofjes. De parkeerfaciliteiten zijn ook voor Jaarbeurs- en binnenstadbezoekers.

Van de drie varianten weeft de woonwijk de stedelijke structuur het beste in elkaar. Een hecht stedelijk weefsel en de ‘menselijke maat’ van de hoven en straten bieden tegenwicht aan de proporties van Hoog Catharijne, waar Utrecht van meet af aan mee worstelt. En een woonwijk komt tegemoet aan de roep om verdichting vanuit het rijk. Utrecht blijft volgens de statistieken voorlopig groeien en de nieuwkomers zoeken een gezinswoning in een vriendelijke, stedelijke omgeving. Wonen is daarmee ook de meest duurzame optie: aan wonen blijft behoefte en die woningen kunnen beter in het centrum worden gebouwd dan in het buitengebied. Bovendien levert wonen de beste garantie op levendigheid.

Genoeg stof voor een goede discussie over de lange termijn, zou je denken. Anco Schut geeft aan dat het accent momenteel ligt op het stationsgebied, Jaarbeursplein en de kop van het jaarbeursterrein. ‘De doorontwikkeling van het gehele jaarbeursterrein is de komende periode nog niet aan de orde’, aldus Schut. Volgens hem liggen de resultaten van Lab01 daarom voorlopig op de plank. Is dat logisch? Terwijl ondertussen de kop van het terrein wel aangepakt wordt? En hoe ver weg is de toekomst eigenlijk? Nu we de mogelijke ontwikkelrichtingen voor ogen hebben, valt er toch juist goed over te praten?

Met een college van GroenLinks, D66 en PvdA lijkt de tijd er rijp voor. De eerste twee zijn voor een herziening van de huidige erfpachtconstructie. Deze zorgt er namelijk voor dat de Jaarbeurs het terrein tot 2070 voor een habbekrats gebruikt. Of is dat nu net een pijnpunt en lijkt de situatie akelig veel op de transformatie van het station en Hoog Catharijne? In dat proces zat de politiek jaren klem tussen de belangen van marktpartijen enerzijds en stedelingen anderzijds. Aan de toekomstvisies van Lab01 zal het in ieder geval niet liggen, die zijn helder en overtuigend genoeg.