Feature —

Biedt Europan 10 dè oplossing voor Kanaleneiland?

Lisette Breedveld

Al ruim twintig jaar wordt er over gedebatteerd, gediscussieerd en over getwist: wat te doen met die buitenwijk van Utrecht met verloederde wederopbouwflats, hangjongeren en grimmige sfeer. Wat te doen met Kanaleneiland? Onlangs is de zoveelste poging gedaan om nieuwe ideeën voor de wijk te genereren door middel van het uitschrijven van een prijsvraag voor de tiende editie van Europan.

Het interessante van Europan is dat de opdrachtgever die de opgave formuleert zich tevens committeert aan de wens om het winnende ontwerp uit te voeren. Menig jonge ontwerper kon via Europan een eerste gebouw realiseren. Woensdag 19 mei debatteerden verschillende deskundigen over de mogelijkheden die het winnende ontwerp van Jan Bochmann biedt voor ruimtelijke ontwikkeling en sociale vernieuwing in de wijk Kanaleneiland. Het werd voor Bochmann een eerste kennismaking met de Nederlandse inspraakapparatsjik.

De avond begon met een toelichting op het ontwerp. Volgens Bochmann is de oorsprong van de problemen in Kanaleneiland tweezijdig. Ten eerste zijn de woningen in uiterst slechte conditie en van klein formaat. Bewoners wonen vaak in betreurenswaardige omstandigheden waardoor het verloop erg groot is. Om de woningkwaliteit te verbeteren heeft Bochmann in zijn ontwerp een uitbreiding van de bestaande flats voorgesteld. Door het toevoegen van een nieuw volume aan de voorzijde van de flats weet hij meer ruimte te creëren binnen de woningen, zonder het bestaande gebouw te slopen.
Naast de slechte staat van de woningen noemt Bochmann de overmaat aan ongedefinieerde openbare ruimte in Kanaleneiland als de tweede oorzaak voor het slechte klimaat in de wijk. De scherpe scheiding tussen private en publieke ruimte die nu aanwezig is, wil hij laten vervagen door het aanleggen van voortuinen. Tevens zullen de bergruimtes die nu het straatbeeld op de begane grond domineren verdwijnen en vervangen worden door een woonfunctie.

Het uitgangspunt van het ontwerp, namelijk behoud van de flats in combinatie met nieuwbouw, valt bij alle sprekers in de smaak. Danny Wijnbelt spreekt namens woningbouwvereniging Mitros, die de panden in bezit heeft. Wijnbelt geeft aan dat de vereniging de uitdaging van Europan aanging om tot nieuwe inzichten te komen voor dit complexe gebied. Hij geeft toe dat Mitros in eerste instantie altijd aan sloop/nieuwbouw heeft gedacht, maar door de tien ontwerpen die de tweede ronde haalden, zijn de ogen geopend zijn voor de mogelijkheid van behoud. Ook Anco Schut, hoofd stedenbouw en monumenten gemeente Utrecht, ziet heil in het plan van Bochmann. Al jaren werkt hij samen met andere betrokken partijen aan het gecompliceerde vraagstuk van Kanaleneiland. Schut is van mening dat op het plan van Bochmann verder geborduurd kan worden.

Over het bestrijden van de ongedefinieerde openbare buitenruimte bestaan meningsverschillen. Bochmann wil de grote hoeveelheid publieke ruimte inperken. Volgens architect Ergün Erkoçu doet Bochmann er geen goed aan om elke vierkante meter uit te willen werken. Mensen moeten hun vrijheid kunnen behouden en er moet ruimte zijn om die vrijheid tot uitdrukking te brengen, en volgens hem is in het ontwerp van Bochmann die vrijheid in het geding. Erkoçu vindt dat er ongedefinieerde ruimte moet blijven bestaan, ook al is het gevolg daarvan dat daar onwenselijke zaken plaatsvinden. Stadssocioloog Ivan Nio staat lijnrecht tegenover Erkoçu en wil de tuinen die Bochmann voor ogen heeft juist preciezer uitgewerkt zien. Hij is namelijk bang dat de voortuinen anders niet gebruikt gaan worden en vervolgens in verval raken, wat een averechtse werking zou hebben op het beeld dat bereikt moet worden.

Uit de zaal klinken geluiden dat er meer rekening gehouden dient te worden met de mensen die al in Kanaleneiland wonen. Volgens Wijnbelt van Mitros is het echter nog veel te vroeg om daar een oordeel over te vellen. Het winnende ontwerp is geen definitief plan, het verschaft een nieuwe kijk op de situatie. Mitros moet zich eerst nog verdiepen in de bevolkingsgroepen die zij aan wil trekken. Pas wanneer daar een beter beeld over bestaat kan iets worden gezegd over de huidige bewoners. Bovendien kan dan pas worden uitgezocht of woningen in de koop- of huursector worden aangeboden. Wijnbelt geeft wel toe dat hij het liefst ziet dat de huidige bewoners kunnen doorstromen naar een betere woning en zo promotie maken op de woningmarkt. Daarnaast zou hij graag zien dat bewoners van andere delen van Kanaleneiland en misschien zelfs uit andere delen van Utrecht, hun intrek in deze buurt zullen nemen. Annemieke Rijckenberg, voorzitter van Europan 10, moedigt het idee van doorstromen aan, maar wijst Wijnbelt er wel op dat ze duidelijk moeten nagaan hoe groot de animo voor doorstroming in de wijk daadwerkelijk is.

Een ander discussiepunt betreft het ontwerp zelf. Wordt het ontwerp daadwerkelijk zo uitgevoerd of is dit opnieuw een van de vele ideeën die zullen verdwijnen in de vergetelheid? Rijckenberg wenst als voorzitster van de jury van Europan 10 het liefst dat het ontwerp zo snel mogelijk wordt gerealiseerd. De woningbouwvereniging ziet dit echter niet gelijk gebeuren. Wijnbelt geeft aan dat het uitgangspunt van het ontwerp, namelijk behoud met nieuwbouw, als een paal boven water staat en ook zeker zal worden gebruikt voor de verdere besluitvorming rond Kanaleneiland. Een directe realisatie van het ontwerp zoals Rijckenberg voor ogen heeft, vindt hij echter geen haalbare optie. Ook Schut van de gemeente Utrecht denkt dat het ontwerp zeker geschikt is om mee verder te werken, maar ziet een letterlijke realisatie nog niet voor zich. Ook uit de zaal klinken kritische geluiden over de haalbaarheid van het ontwerp.

Martin Mulder, projectmanager bij de gemeente Utrecht, neemt vanuit de zaal als een van de laatste het woord. Ook hij vindt het ontwerp bewonderenswaardig, toch gelooft hij niet dat het gerealiseerd kan worden. De herontwikkeling van Kanaleneiland kent volgens hem al een te lange geschiedenis, waardoor het volgens hem veel moeite zal kosten om de bewoners te winnen voor de nieuwe plannen. Het wantrouwen is nu eenmaal te groot geworden. Gera Esser, gebiedsmanager van Kanaleneiland bij Mitros, erkent dit gevaar, maar wil niet opgeven. Mitros wil in gesprek gaan met de bewoners en op die manier tot een geschikte oplossing komen. Wanneer alsnog blijkt dat het ontwerp niet gemakkelijk in Kanaleneiland door te voeren is, acht zij het mogelijk om het concept elders toe te passen. Wanneer het project daar in de smaak valt zal de kans om het in Kanaleneiland te realiseren wellicht worden vergroot. Tot slot Bochmann, volgens hem is het logisch dat er veel kritiek te horen is over een dergelijk ingrijpend project. Over een punt lijken de architect, de sprekers en de zaal het eens: We moeten niet eindeloos blijven dralen, Kanaleneiland moet nu toch echt een keer op de schop. Bochmann windt er aan het einde van de avond geen doekjes om: uitvoeren die hap.