Recensie —

Het succes van Laurent Ney

Gideon Boie

Met de komst van de tweede Waalbrug siert binnenkort een ontwerp van Laurent Ney de skyline van Nijmegen. De expositie Shaping Forces in Bozar (Brussel) biedt een prima gelegenheid voor een kennismaking met het oeuvre van deze architect/ingenieur.

De expositie biedt een rijk overzicht van ontwerpen voor bruggen, dakconstructies, voetbalstadions en andere kunstwerken. De selectie omvat uitsluitend projecten waarbij Ney zelf verantwoordelijk is voor het ontwerp. De talloze architectuurprojecten waarvoor Ney het rekenwerk verrichtte (zoals o.a. de zwevende uitbreiding van Kunstencampus deSingel naar ontwerp van Stéphane Beel of het geplooide Umicore hoofdkantoor van Christine Conix) komen niet aan bod in de expositie. De focus op het eigen werk toont hoe Laurent Ney erop uit is om de gebruikelijke scheiding tussen het werk van een architect (als vormgever) en ingenieur (als rekenheer) op te heffen.

De gepresenteerde projecten situeren zich voornamelijk in België. Dat heeft deels te maken met zijn biografie. De Luxemburger Laurent Ney studeerde in Luik, begon zijn carrière bij het grote ingenieurskantoor van René Greisch in dezelfde stad en vestigde later zijn eigen kantoor in Brussel. Belangrijker is dat er de laatste jaren onder invloed van de Vlaams Bouwmeester een niche ontstaan is voor infrastructuurontwerpen. Voor Ney resulteerde dat inmiddels onder meer in de Scheldebrug bij Temse, de voetgangers- en fietsbrug in Knokke-Heist, de Brug van Vroenhoven (nabij Maastricht) en ook de fel gecontesteerde Oosterweelverbinding in Antwerpen. Recent kreeg Ney binnen publiekprivate samenwerking opdracht voor twintig generieke bruggen over het Albertkanaal en vijf bruggen over de Kempense Noord-Zuidverbinding.

In alle gepresenteerde ontwerpen treedt Laurent Ney als ingenieur uitdrukkelijk uit de schaduw van de architect. Deze omkering bepaalt de specifieke vormgeving van de constructies die telkens op een andere manier zoeken naar een structurele zuiverheid. Hoewel de ontwerpen op het eerste gezicht vaak frivool aandoen, worden ze niettemin uitsluitend bepaald door de krachten die een constructie moet torsen binnen een specifieke situatie. In het ontwerp wordt geen toegift gedaan op frivole ontwerpingevingen – waarmee de architectuur van Ney zich toch wel uitdrukkelijk onderscheidt van het werk van iemand als Santiago Calatrava. Ook stappen de ontwerpen van Ney volledig af van de klassieke hiërarchische opbouw die de architectuur vandaag nog steeds kenmerkt.

De zelfbeperking die Laurent Ney zich oplegt ten voordele van het krachtenspel waarbinnen hij opereert, biedt zijn ontwerpen een sterke mate van architecturale autonomie. Elk brugontwerp volgt strikt de wetten van de statica en de minimale manoeuvreerruimte die een ontwerper hierbinnen heeft. De Engelse woordspeling ‘Shaping Forces’ is dan ook uitermate treffend als titel van de expositie. Je kunt die lezen als het ‘vormgeven van krachten’ en de ‘krachten die vorm geven’. Elke constructie visualiseert haar eigen krachtenspel en toont zo slechts zichzelf. Sprekend hiervoor is de Oosterweelverbinding, waar de dubbele tuienpartij opgehangen wordt aan excentrisch geplaatste pylonen met opvallende open kop.

In andere ontwerpen gaat het om een verdere ontwikkeling van een bekende typologie – wat soms aanleiding geeft tot een type dat nog niet eens een naam draagt, zoals de schommelende fiets- en voetgangersbrug over het kanaal Brugge-Oostende in Stalhille. In de voetgangersbrug voor Spoor Noord (Antwerpen) wordt de vorm bepaald door een optimale kruising tussen een boogbrug en een vierendeelligger.

Opvallend is dat de uitgezuiverde ontwerpen van Laurent Ney tegelijk ook best practices blijken te zijn van een integrale ontwerpvisie – waar de Vlaams Bouwmeester zwaar op inzet. De coherentie van de ontwerpen van Ney vloeit mede voort uit het zorgvuldig inspelen op randvoorwaarden die voortkomen uit een opdracht, zoals context, materiaalkeuze en -verbruik, uitvoering, onderhoud en financiering. Vooral deze factoren blijken in de toekenning van de opdracht doorslaggevend, in het bijzonder binnen publiekprivate samenwerkingen. Zo is de vormgeving van de nieuwe brug van Vroenhoven – de plaats waar de Duitse legers België binnendrongen – bepaald door de hoge kanaalwanden, de monumentale bunker (die tijdens de uitvoering verplaatst werd) en het assemblageproces (de brug werd in afgewerkte vorm over het kanaal geschoven). De eigenzinnige constructie van de Collegebrug in Kortrijk creëert een nieuwe fietsroute met unieke stadszichten en definieert een nieuw gebied aan de opgeruimde kades van de Leie.

Ook het ontwerp voor de tweede Waalbrug maakt de randvoorwaarden van de ontwerpopdracht voor een stadsbrug leesbaar. De toch wel opvallende brug past in de ambitie van Nijmegen om beide oevers van de Waal verder te ontwikkelen tot aaneensluitend stedelijk gebied. Het bekisten parallel aan de oever (terwijl de brug onder een hoek staat) maakte het mogelijk om de rand van de brug vrij te houden, zo werd een wandelzone met golvende balustrade op het brugdek gecreëerd. De keuze voor een ietwat historiserende 750 meter lange boogbrug in beton met baksteen afwerking werd mede ingegeven door het drukken van metaalkosten en hiertoe gebruik te maken van lokale grondstoffen. Dit, terwijl de topologie van de stalen boogbrug – met een spanwijdte van 285 meter – in elke dwarsdoorsnede geoptimaliseerd is en daardoor ook eindigt in opvallende Y-vormige poorten.

De expositie ‘Shaping Forces’ biedt door middel van schaalmodellen (in het geval van Nijmegen gaat het om een zaalgroot model) en extra tekstuele toelichting een educatief inzicht in de krachtenwerkingen van de bruggen en hoe deze unieke maatschappelijke meerwaarde opleveren.