Feature —

Landschapsarchitect zoekt medewerker Twitter

Marieke Berkers

Na maanden gewerkt te hebben aan hun eigen website, daarbij “halfblind rondtasten op het web” en zich afvragend “voor wie doen we dit nu eigenlijk”, nodigde DS ter gelegenheid van de lancering van de nieuwe site mediadeskundige Geert Lovink uit om een kritische en deskundige visie te geven op de website-cultuur.

De belangrijkste lessen van Lovink zijn kraakhelder. Wie tegenwoordig succesvol wil zijn moet zorgen dat hij zich op internet bevindt in real time. ‘Ripeness is all’, zei Shakespeare al en in de eenentwintigste eeuw is deze uitspraak actueler dan ooit. Internet wordt steeds meer een communicatiemiddel waar de boodschap de ontvanger bereikt zodra hij op het web wordt gezet. Weg dus met al die websites die enkel gericht zijn op ‘vindbaarheid’, en neem een Chinese medewerker in dienst die de hele dag voor je twittert.

De meeste ontwerpers lijken echter te denken the Past is the Present, zo leert een rondje browsen door architectenland. Je kunt wel stellen dat bijna alle (landschap)architecten en stedenbouwers hun archief op internet hebben uitgestald. Websites van vrijwel alle gerenommeerde bureaus laten de bezoeker projecten zien tot tientallen jaren terug die ‘opengevouwen’ en bestudeerd kunnen worden. Werden voorheen de archieven in de werkelijke wereld als oubollig en stoffig ervaren, volgens Lovink zijn ze dat in de virtuele wereld ook.

Zelfs de website van VenhoevenCS, die in 2006 nog bekroond werd met de Freddy, de hoofdprijs in de verkiezing voor beste website die door ArchiNed werd georganiseerd, is de afgelopen 4 jaar amper vernieuwd. Toentertijd werd de website onder meer bekroond vanwege het feit dat het de meest website-achtige website was die de jury tegen was gekomen: ‘Informatief en tegelijkertijd informeel.’ Als dat nog steeds het criterium is, wordt het dan niet eens tijd voor een feestelijke uitreiking van de Tweety, de prijs voor de beste Twitterpage?

Facebook en Twitter zijn volgens Lovink essentieel in het real time tijdperk, maar slechts een handjevol architecten geeft navolging aan deze trend. Neem Twitter. Wat kwettert Architectuur Nederland zoal de hele dag? Mels Crouwel tweet dat hij op 27 april een lezing geeft in Seattle, Thomas Rau leidt op dinsdag 8 juni een gezelschap waaronder prinses Máxima rond in De St@art in Apeldoorn en Arcam meldt dat het boek over de A10 naar de drukker is. Rem Koolhaas tweet: ‘One of the positive outcomes of the economic crisis is a drop in the cost of materials + construction which gives new energy to projects.’ We communiceren ons de hele dag rot op internet, maar stiekem gaat de communicatie niet over real time. Elke uitroep verwijst naar de toekomst (kom allemaal naar mijn lezing / binnenkort verschijnt mijn boek) of met het verleden (kijk nou toch eens wat voor moois ik heb gemaakt). En dat is eigenlijk maar goed ook, want op real time berichten als ‘Ga naar MacDonalds. Vreselijk. Vies!’ (de Haagse wethouder RO, Marnix Norder) zit natuurlijk niemand te wachten. Door een enkeling, zoals door Ole Bouman wordt twitter gebruikt voor intellectuele mijmerijen (‘From my perspective, the ultimate task of the architect is to dream. Otherwise nothing happens. (Oscar Niemeyer on Brasilia, 50 years)’). En het lijkt erop dat ze in Amerka al langer twitteren. Zo tweet Frank Lloyd Wright: ‘So much for my "birth" day. I feel like death this morning

Feitelijk zijn twitter, Facebook en Linkedin het pakket bonte reclamefolders dat je vroeger in je brievenbus kreeg. Met het verschil dat het braken van berichten op internet dag en nacht doorgaat. Twitter, Facebook en Linkedin zijn goedkope advertentiemogelijkheden met een groot bereik; we proberen ons allemaal te profileren en trachten onze sociale relaties te exploiteren. Communiceren in real time is het schreeuwen om aandacht.

De vraag blijft of er ook ruimte is voor een eigen strategie. Zo kun je ervoor kiezen met de flow mee te bewegen in plaats van op de troepen vooruit te lopen. Een strategie kan zijn je informatieve website nog even te handhaven terwijl je publiek de kunst leert om beter met real time communicatie om te gaan. Het is namelijk niet zo eenvoudig voor de eenvoudige leek (en dat zijn de meeste ontwerpers en opdrachtgevers in tegenstelling tot media-deskundigen) om op een doelmatige wijze de informatie uit real time tot je te nemen. Goed leren filteren is de crux. Dat hebben we ook leren doen ten aanzien van andere media. Wanneer je een boekwinkel inloopt word je ook niet geconfronteerd met informatie overload. We zijn er inmiddels aan gewend geraakt dat we niet alle boeken ter hand hoeven nemen en van a tot z te lezen om erachter te komen welk boek je graag wilt kopen.

De landschappers van DS zaten er een beetje beteuterd bij na de lezing. De homepage van de spiksplinternieuwe website is dan wel gevuld met een blogachtige kolom met nieuwsfeiten, toch wordt de site voor een belangrijk gedeelte gevuld met de aloude database vol gerealiseerde projecten. Maar al bij de borrel sloeg de stemming om. ‘Voor wie doen we het eigenlijk allemaal, dat meehollen met trends?’ hoorde ik iemand op strijdlustige toon zeggen tegen een ander terwijl ze visitekaartjes wisselden. En Maike van Stiphout vertrouwde de schrijver van dit stukje toe dat hoe overtuigend Lovink ook was, DS vooralsnog niet overweegt in China een goedkope werknemer als twitteraar in dienst te nemen.