Nieuws —

Nog niet ingeloste beloften

Marina van den Bergen

Het kan van alles worden, maar het is nu nog niets; blijft het een eeuwige belofte zoals een Vlaamse vriend op Facebook schreef? Het door Neutelings Riedijk Architecten ontworpen MAS gelegen op Het Eilandje in Antwerpen werd onlangs bouwkundig opgeleverd, over een jaar gaat het museum open voor publiek.

Het Museum aan de Stroom is ontegenzeglijk een landmark in een gebied dat het helemaal moet gaan worden, maar nu vooral tamelijk perifeer ligt. Een locatie waar oude pakhuizen volop getransformeerd worden tot luxe flats, waar oorspronkelijke woningen slecht zijn onderhouden, luxe traiteurs gevestigd zijn naast stoffige winkels met scheepsbouwbenodigdheden, en nieuwe blinkende appartementgebouwen kopers proberen te lokken met grote glazen puien en riante balkons. De ingrediënten om te transformeren van een verwaarloosde haven naar een yuppenparadijs zijn aanwezig: water, uitzicht, ruimte, relicten. Maar dit zijn zoals iedereen ondertussen wel weet, geen garanties voor welslagen, daarom is er ook een museum bijgekomen. Zal het MAS de Tate Modern kunnen nadoen, of wordt het meer een Millenium-Dome?

Tijdens de drukbezochte persconferentie benadrukte architect Willem Jan Neutelings meer dan eens en zeer nadrukkelijk, dat zijn werk er nu op zat. Het interieur van de museumzalen, de restaurants en de winkels vallen buiten zijn verantwoordelijkheid, daarvoor zijn andere architecten gevraagd. Om vervolgens te constateren dat inrichtingen komen en inrichtingen gaan, maar dat het gebouw zelf voorlopig zal blijven staan. De architect had zijn kunstwerk afgeleverd. Maar hoe zinvol is het om een gebouw, en in dit geval zelfs een publiek gebouw, als autonoom object te beschouwen? Helemaal als de opdrachtgever, stad Antwerpen, het gebouw nadrukkelijk koppelt aan een stedelijke vernieuwingswens.
Het gebouw is monumentaal en sculpturaal. Het MAS laat zich vrij eenvoudig lezen en er is een onmiskenbare spanning tussen de zware gesloten met stenen beklede volumes waar zich de tentoonstellingsruimten bevinden en de als vitrage golvende glazen puien van de galerijen. De indeling van de tentoonstellingsverdiepingen (2 tot 8) zijn identiek: daglichtvrije expositieruimten die betreden worden via een antichambre, tevens de sluis tussen de niet geklimatologiseerde galerij en de geklimatologiseerde expositieruimte. Deze standaardisatie heeft zijn voordelen. Anders dan het Joods Historisch Museum in Berlijn waar de tentoonstellingsarchitectuur de ruimtelijke beleving van het gebouw in sommige zalen verstoorde, zal tentoonstellingsarchitectuur in het MAS deze niet of nauwelijks kunnen beïnvloeden. De galerijen zijn een groot feest: weidse vergezichten over de stad Antwerpen, indrukwekkende vides.

Of het MAS als museum zal voldoen, lijkt soms niet een vraag te zijn die in eerste instantie speelt. In zijn welkomswoord aan de verzamelde pers en andere genodigden, refereerde de schepen voor cultuur en toerisme Philip Heylen, naar een artikel in het NRC Handelsblad. Onderzoek wees uit dat Tate Modern in Londen het populairste museum voor hedendaagse kunst ter wereld is, maar dat slechts een zeer gering percentage van de bezoekers voor de kunst naar het museum komt. De meeste bezoekers gebruiken het museum als ontmoetingsplaats. Dit is ook de droom van de schepen: niet om het populairste museum ter wereld te worden, als dit gebeurt is het natuurlijk mooi meegenomen, neen de ambitie is bescheidener, het MAS moet een sociale ontmoetingsplaats worden.
Met deze kennis zijn een aantal keuzes opeens beter te begrijpen. Allereerst de naam MAS. Deze is zo generiek dat het van alles kan zijn: een hippe club, een trendy restaurant of een luxe designwinkel. Zelfs als bekend is waar de afkorting voor staat – Museum aan de Stroom – wordt er behalve dat het een museum is, niets onthuld over de inhoud: modern, design, wetenschap? Geen hint dat het MAS een bundeling van verschillende musea is en de geschiedenis van Antwerpen vanaf de Middeleeuwen tot aan heden getoond zal worden.
Een andere merkwaardige keuze betreft de entree van het museum. Aan de zuidelijke stadskant van het MAS ligt een verdiept plein waar 'van alles kan gebeuren' en aan het plein liggen winkels en horecagelegenheden. De publieke ruimte loopt naadloos over in het MAS; de scheiding tussen buiten en binnen is alleen de glazen vitrage. De entree van het museum ligt echter niet aan het plein hoewel dit het meest voor de hand zou liggen, maar aan de noordzijde. Om het MAS binnen te gaan, wordt de bezoeker gedwongen langs de commerciële zone te lopen.
Alles wordt er aan gedaan om met het MAS een impuls te geven aan de stedelijke vernieuwing van het gebied, aan ambities geen gebrek. Wat zal het worden Tate Modern of Millenium Dome? Een museum en sociale ontmoetingsplaats, of een monument voor nog niet ingeloste beloften? Mocht dat laatste het geval blijken, dan zou het een troost voor de Antwerpenaar kunnen zijn dat het in ieder geval wel een bijzonder fraai monument is.