Feature —

Groeten uit Noord

Tijs van den Boomen

Amsterdam-Noord is het afgelopen decennium hip geworden, je vindt er langzamerhand meer kunstenaars dan arbeiders. Toch zijn er nog rafelige plekken over, al moet je daarvoor wel over de gemeentegrenzen kijken. In de ArchiNed zomerreeks Groeten uit… dit keer een fietstocht door het Soprano-landschap aan het IJ.

De intro van de serie The Sopranos blijft ook na 86 afleveringen fascineren. Begeleid door het pompende nummer Woke Up This Morning rijdt maffiabaas Tony Soprano door een landschap van snelwegen, schoorstenen, bruggen, wastelands, reclameborden, pakhuizen, olietanks, begraafplaatsen, rolluiken, vrachtwagens en hekken. De chaos van New Jersey is het contrapunt van de strenge schoonheid van het aan de overkant van de Hudson gelegen New York.
Ook Amsterdam heeft met Noord zijn eigen Soprano-landschap. Meestal wordt met Noord alleen op Amsterdam-Noord gedoeld, maar daarmee doe je Zaanstad te kort. Sterker nog: Zaanstad is eigenlijk het oudste stuk van Noord. En het interessantste.
Toen de Amsterdamse gilden in de zeventiende eeuw de komst van houtzaagmolens blokkeerden, week de scheepsbouwindustrie uit naar de Zaan. Amsterdam-Noord kwam veel later tot ontwikkeling, pas begin twintigste eeuw streken hier de grote werven neer, om in de jaren zeventig en tachtig weer te verdwijnen en plaats te maken voor krakers, kunstenaars en andere creatieven. En dat leidde tot de gestileerde ruigheid die wereldwijd als uithangbord fungeert voor de creative cities van Richard Florida. Als je met de pont op de NDSM-werf in Noord aankomt, word je dan ook verwelkomd door horeca (IJkantine en Noorderlicht), kunst (Kinetisch Noord, Nieuw Dakota), studenten (gestapelde containers in felle kleuren) en filmmakers (MTV en IDTV). Deze zomer verhuist ook het hoofdkantoor van de HEMA hierheen, een filiaal opende op 9 juni al zijn deuren. Verder dus.

Ten westen van de NDSM-werf is er weer echte bedrijvigheid: op de zandvlaktes van het Cornelis Douwesterrein verrijzen overal glimmende bedrijfshallen en na jaren van achteruitgang neemt ook het aantal scheepskranen weer toe. Schepen worden hier niet gebouwd, wel gerepareerd. En net als je er lekker in de havensfeer zit, stuit je ineens op een langgerekt plankier dat haaks op de oever staat: het Keerkringpark. Een park? Klinkt niet echt naar Tony Soprano. Verder richting Zaanstad, want daar is het oude, ruige gevoel van Noord nog het beste bewaard.

Tot voor kort kon je de ring A10 via een oude hulpweg van Rijkswaterstaat oversteken, maar de aanleg van de Tweede Coentunnel sneed die shortcut letterlijk af. Waaghalzen nemen de busbaan die onder het Coenplein doorvoert – en genieten en passant van de tijdelijke duinen die hier verrijzen voor de aanleg van nieuwe fly-overs – anderen moeten een flinke omweg maken.
Via een smal dijkje dat tussen de Noorder IJplas en zijkanaal H loopt, kom je in het epicentrum van Soprano-city: de Achtersluispolder. Ondanks de ingrijpende herstructurering is de geur van ijzer en roest hier nog niet verdwenen. Het spectaculaire Pakhuis De Vrede, dat in Amsterdam al lang zou zijn omgebouwd tot luxe-appartementencomplex, is nog gewoon onderdeel van een containerterminal. Hier vind je niet alleen industrieel verleden, maar ook een industrieel heden, recht voor zijn raap, het is wat het is. Romneyloodsen, containerwanden en hoekige bedrijfsdozen wisselen elkaar af.

De poort van Mondial Logistics staat wagenwijd open en het portiershuisje is onbemand, dus rijd ik met een uitgestreken gezicht het parkeerterrein op. Op de vlakte van steltonplaten staan een paar personenauto’s geparkeerd, maar de losplatforms aan de linkerzijde zijn verlaten. Mijn hoop om achterlangs bij de kade te komen blijkt ijdel: een hek verspert de weg.
Ik staar naar de overkant van het water, waar een langgerekt, drie verdiepingen tellend bouwwerk ligt, waarin op regelmatige afstanden grote kooien zijn uitgespaard. Er zitten mensen in. Je herkent het beeld direct uit films: de luchtplaats van een bajes. Een bajes? Hier? Een tandeloze man die zijn boot staat af te bikken vertelt dat het een bajesboot voor uitgeprocedeerde asielzoekers is. Toen er twee jaar geleden een paar zijn ontsnapt is er een cordon van pontons met Nato-draad omheen gelegd. Het biedt een sinistere aanblik.

Een stukje verderop, bij scheepswerf Weduwe K. Brouwer, kan ik de bajesboot van de zijkant bekijken. Er blijkt een klein, zwartgeteerd Zaans huisje naast te staan, wat het geheel een pittoresk accent geeft. Ook het hek naast de scheepswerf staat open en dus fiets ik het terrein van Jansens en Dieperink op, naar eigen zeggen wereldmarktleider in aluminium silo’s. Op de kades liggen overal glimmende silo-onderdelen, maar je vindt er ook bergen schroot en roestend ijzer. Niemand kijkt op als ik me een weg baan naar de andere kant van het bedrijfsterrein, waar ook een hek openstaat.
Honderd meter verder, op nummer 419, ligt een café zonder naam. Aan de voorkant kijkt het uit op twee huisjes en de hoge loods van Scheepswerf Vooruit, aan de achterkant op de begraafplaats. Bier drink je hier uit de fles, de broodjes bal zijn niet zelf gemaakt – ‘Ben je besodemieterd, weet je wel hoeveel werk dat is?’ zegt de barman.

Aan de andere zijde van de Zaanmond ligt een nog mooier gebied, het Hembrugterrein, maar dit voormalige militaire complex is voorlopig nog hermetisch afgesloten. Je mag alleen door het hek gluren. Geen nood, het volgende bedrijventerrein, Zuiderhout, is weer gewoon openbaar, de schoorstenen van de Norit-fabriek braken rook uit
en de ingegooide ramen van een leegstaande fabriek contrasteren fraai met de bonte schmuck en de schreeuwende kleuren van meubelboulevards en tuincentra. Maar ook hier slaat de goede smaak toe: de gerestaureerde Loods 5 van de Bruynzeelfabriek is inmiddels verantwoord gerenoveerd.
Geen wanhoop, verder naar het westen wordt het weer rauwer. En grootschaliger. Bij de aanleg van bedrijventerrein Westerspoor Zuid is de oude weg die langs het Noordzeekanaal liep om de boerderijen te ontsluiten, gewoon geschrapt. Niks ‘recreatief medegebruik’, fietsers hebben hier gewoon niks te zoeken. Het oude deel van dit terrein is wel min of meer toegankelijk, maar verwacht bij restaurant Westerspoor geen fietsenstalling. Douches hebben ze er wel, ze zijn bestemd voor de truckers die hier pleisteren.

Je kunt nog verder, naar bedrijventerrein Hoogtij waar de uitgifte van percelen net is begonnen, maar ik neem de oude dijk die Westerspoor omgordt. Moeiteloos absorbeert de lintbebouwing de meest uiteenlopende contrasten: een joodse begraafplaats, een stolpboerderij, een tegelhandel, een rijtje woningen, een vervallen loods, een protserige villa.
Op de voormalige vuilstort, halverwege de dijk, heb je een spectaculair uitzicht over de wijde omgeving. Eindelijk kun je het gefragmenteerde landschap in al zijn glorie zien: de eeuwenoude polders die doorsneden zijn met infrastructuur en insteekhavens; de lappendeken van woonwijken, industrieterreinen en recreatiegebieden; de combinatie van kronkelende dijkjes en wegwerparchitectuur. En aan de centrumkant duiken de uitvergrote Zaanse huizen van Sjoerd Soeters op, en het in elkaar geknipte en geplakte hotel van Wilfried van Winden. De vrolijke, postmoderne kitsch past perfect in de potpourri van Noord, Tony Soprano zou er meteen een kamer willen.


Al zou Tony Soprano er niet dood mee gevonden willen worden, het beste vervoermiddel om Noord te verkennen is toch echt de fiets. Daarmee heb je de goede mix van snelheid om flinke afstanden te overbruggen en traagheid om op elk gewenst moment te stoppen, een open poort in te rijden, om te draaien. En de beste route? Die bestaat niet, elke route is goed. Op everytrail.com staat de tocht die ik maakte voor deze aflevering van Groeten uit…, maar je zou wel gek zijn om je daaraan te houden.