Feature —

Groeten vanaf … de N75 Happy Road

Joep Gosen

Eigenlijk had ik een gedicht willen schrijven. Want een bepaalde poëtische kwaliteit heeft hij wel. Een allegaartje van bebouwing, geen vaste rooilijn; wonen, werken, vertier en ander plezier langs één weg. Dé Belgische Steenweg!

De Genkersteenweg die Hasselt met, jawel, Genk verbindt, is een betrekkelijk jong voorbeeld van een steenweg. Toen er begin twintigste eeuw steenkool nabij Genk werd ontdekt ontstond pas de noodzaak om deugdelijke weg tussen Genk en Hasselt aan te leggen. Ondanks dat de weg pas een eeuw oud is, zijn (bijna) alle elementen die doorgaans langs zo’n regionale verbindingsader te vinden zijn, hier aanwezig.

De weg begint (of eindigt) in Hasselt. Net na de brug over het Albert-kanaal. Het eerste stukje loopt tussen vrij dichte lintbebouwing die overgaat in baanwinkels, -kroegen, -clubs en  -restaurants. Vervolgens verandert de Genkersteenweg in een woonweg bebouwd met de meest fraaie huizen. Architectonische pareltjes stuk voor stuk. De een nog mooier, gebricoleerder, wanstaltiger, pragmatischer, stijlvoller, groter et cetera, als de ander.

Net voor de rotonde van Bokrijk, het Belgische openluchtmuseum, verandert de weg van naam in Hasseltweg. De steenweg ligt nu op Genks grondgebied. Langzaam wordt de bebouwing minder en maakt plaats voor bos. Vrij plots, na een grote school, neemt de bebouwing weer toe. Eerst voornamelijk woningen en dan langzaam aan weer baanwinkels. Precies dezelfde merken en gebouwen als in Hasselt,  zij het ruimer en grootser van opzet. Het spoorwegviaduct vormt ruimtelijk het einde van de weg. Een flessenhals, waarna een heuse autopromenade de achteloze automobilist het centrum van Genk inleidt.

De schoonheid van de Genkersteenweg betreft ook de dynamiek van de weg zelf. Het (te hard) rijdende autoverkeer. De in- en uitvoegers vanaf de vent- en zijwegen. Het stoppen voor en draaien over rotondes. De ongelukken. De recentelijke wegwerkzaamheden die de charme van de weg sterk verminderen maar de veiligheid aanzienlijk verbeteren. De spaarzame fietser. De loslopende kippen en loeiende koeien. De bouwwoede. De schoolgaande jeugd. En zo verder enzovoort.

Diegenen die niet naar China of een ander ver oord afreizen, kunnen ook hier in Belgisch Limburg van de ene verbazing in de andere vallen. Hen wil ik nog attenderen op een aantal bijzondere gebouwen, artefacten en plaatsen. Het Piranesiaanse trappenparadijs Gelko. De Wok of Fame. Een gated community nabij de rotonde van Bokrijk. Bunkers ter verdediging van het Albert-kanaal. De Queen of the South, een antieke bouwmaterialenhandel in dito architectuur. De verstopte kapel. Het weilandje met de paarden. De schuifmaat en het vliegtuig. De Double Dragons. Mocht u ze niet allemaal vinden, troost u, het is namelijk ook leuk wachtgevels, friettenten, rotondes, nachtclubs en andere bordelen, of gewoon rode auto’s te tellen. Een bezoekje aan Hasselt en Genk behoort natuurlijk ook tot de mogelijkheden.