Recensie —

Must See Lissitzky

Geurt Holdijk

In het Van Abbemuseum wordt op dit moment een multidisciplinaire tentoonstelling georganiseerd over El Lissitzky (1890-1941); schilder, theatermaker, graficus, ontwerper en schrijver, maar bovenal architect. Het Van Abbe bezit de grootste collectie werken van El Lissitzky buiten Rusland en maakt deze nu in drie tentoonstellingen toegankelijk voor het grote publiek. Het eerste deel gaat over de opera ‘Overwinning op de Zon’ en is tot vijf september te bezoeken.

In de vijver van het museum trekt een enorm beeld direct de aandacht door de buitenproportionele afmetingen. Het zijn de doodgravers van El Lissitzky naar een ontwerp uit 1923. Verschillende geometrische vormen, maken samen een beeld dat oogt als een grote verrassing uit een kindersurprise-ei; er lijkt weinig oog te zijn voor de juiste materialen, kleuren en afwerking. De spanning in de compositie en kleuren uit de eerste schets, is volledig verdwenen. Het is dus niet de best denkbare confrontatie met het werk van Lissitzky, maar wel – zoals later in de expositie zal blijken – een logische uitwerking van zijn denkbeelden.

Na de oktoberrevolutie in 1917 ontmoette Lissitzky Malevich (de grondlegger van het suprematisme) op de kunstacademie in Vitebsk. In die tijd ontstonden in de Russische avant-garde twee tendensen: het constructivisme waarin het leven door techniek beheerst wordt en het suprematisme met als belangrijkste vertegenwoordiger Malevich:
“Het gevoel roept de techniek in het leven. Het is een pure gewaarwording en een zuiver gevoel. Dat het de gewaarwording van het vliegtuig is, die – doordat ze naar een gedaante, een vorm zocht – het vliegtuig liet ontstaan. Want het vliegtuig is niet gebouwd om zakenbrieven van Moskou naar Berlijn te brengen, maar om gevoel te geven aan de onweerstaanbare drang tot het scheppen van een vorm van de gewaarwording snelheid.”

Malevich ontwierp in 1913 voor de eerste uitvoering van de opera 'Overwinnig op de zon' de decors en kostuums. De tentoonstelling in Eindhoven laat een aantal werken van Malevich uit die tijd zien, maar richt zich grotendeels op Lissitzky's nieuwe interpretatie van de opera, die gaat over het gevangen nemen van de zon en het daardoor ontstaan van een nieuw tijdperk zonder religie en achterhaalde concepten van tijd en ruimte.

Het meest interessante deel van de tentoonstelling gaat over PROUN: Lissitzky stelt deze werken als het stadium tussen schilderkunst en architectuur. Het is een transformatie van het suprematisme door sterker nadruk te leggen op de werkelijkheid, maar dan zonder concrete of tastbare gebruiksvoorwerpen te maken. De PROUN-schilderijen en tekeningen bestaan uit volumes en schijven in neutrale kleuren, die architectonische vormen suggereren. De kunstenaar is niet langer een “nabootser”, maar een constructeur van een nieuwe wereld van de dingen. "We zagen al dat het oppervlak van PROUN geen schilderij meer is, maar een bouwwerk wordt, dat men van alle kanten moet bekijken, van boven moet bezien en van onderen onderzoeken. We hebben Proun in beweging gebracht en winnen daarmee een veelvoud aan projecties; we staan ertussenin en schuiven ze uiteen. De beeldingen die Proun tegen de ruimte in stelling brengt zijn van materiële en niet van esthetische aard. Dit materiaal is allereerst de kleur. Kleur als energietoestand wordt als de zuiverste toestand van de materie opgevat. In de rijke goudmijnen van de kleuren hebben we juist die aders aangeboord die het minst zijn verontreinigd met subjectieve eigenschappen. Het suprematisme kwam pas tot voltooïng toen het zich bevrijdde van het individualisme van oranje, groen, blauw, enz. en uitkwam bij zwart en wit. Bij zwart en wit zagen we de zuiverheid van pure energie."

De PROUN-schetsen vinden een driedimensionaal hoogtepunt in de PROUN-ruimte die in het Van Abbe is nagebouwd op basis van een litho uit 1923. "Materiële vormen bewegen langs bepaalde assen in de ruimte; langs de diagonalen en spiralen van trappen, de loodrechte lijnen van de liftschacht, de horizontalen van spoorrails, de rechte of gebogen lijnen van vliegtuigen; de materiële vorm moeten worden ontworpen met het oog op haar beweging in de ruimte; dat is constructie. Vormen die niet constructief zijn bewegen niet, staan niet – maar vallen; ze zijn rampzalig." Malevich en Lissitzky gebruikten verschillende gezichtspunten in één werk, waardoor vormen lijken te gaan zweven. Ze bedachten nieuwe perspectieven voor een nieuwe maatschappelijke structuur en gebouwen waarin burgers vrij kunnen vliegen in een eindeloze ruimte. De techniek ontwikkelde zich zo explosief dat het gebruik van de kosmos snel binnen handbereik leek. Lissitzky’s werken waren gericht op een collectieve manier van leven, opgesteld in een constructieve taal die nadrukkelijk open stond voor aanpassing, doorontwikkeling en gebruik door anderen. Het was een soort protoarchitectuur en -stedenbouw, door een ieder naar believen aan te passen en te gebruiken.

El Lissitzky heeft in zijn geschriften meer dan eens benadrukt dat zijn technieken een proces waren; niet gericht op eindproducten, maar op voorstellen of fasen in een proces tot het vervaardigen van boeken, reclame, propaganda of architectuur. Hij was zeer bewust van de ontwikkeling van materialen en constructiemogelijkheden: “Ik ga dit werk niet afmaken, maak jij het maar af”.

De maquettes en beelden die nu te zien zijn in Eindhoven, zijn een driedimensionale uitwerking van zijn tweedimensionale ontwerpen en volgen zo gedeeltelijk zijn visie. Zo staat er een manshoge maquette van de Wolkenbügel en sculpturen van de operakostuums. Ze voelen overbodig. De tekeningen en schetsen zijn gevoelig in materiaal en verhoudingen, maar de speciaal voor deze tentoonstelling gemaakte objecten zijn veelal lomp. Een aantal kleine maquettes van de PROUNS zijn wel heel inzichtelijk en kunnen villa’s, steden of openbare gebouwen zijn. De tentoonstelling is een fascinerend overzicht op het grensvlak van architectuur en kunst waaruit een enorme positieve toekomstdrang spreekt.

Omdat de mogelijkheid vrij te kunnen werken onder het communistische systeem steeds verder afnam, vertrok Lissitzky na het herstellen van de diplomatieke verhoudingen tussen de Sovjet Unie en het Westen in eerste instantie naar Duitsland. Hij organiseerde in 1922 in Berlijn de eerste overzichtstentoonstelling van Russische kunst. El Lissitzky heeft later in Europa als Russisch cultureel ambassadeur een enorme invloed gehad op bijvoorbeeld het Bauhaus, waar hij onder andere samenwerkte met Walter Gropius (die architectuur de moeder aller kunsten noemde), maar ook in Nederland heeft hij intensief contact gehad met J.J.P. Oud en Gerrit Rietveld. De bekende Wolkenbügel heeft hij met Mart Stam ontworpen.

Het overzicht van de prachtige schetsen, affiches, kleine maquettes, schilderijen en de enorme internationale invloed die El Lissitzky op de architectuur had, zijn een aandachtige beschouwing waard en maken de reis naar Eindhoven zeker “worth a trip”!