Feature —

Zoektocht naar Onze Natuur

Aldo Trim

Het beloofde een mooie avond te worden. De zon had fel geschenen die 1e van juli, de dag waarop in de Academie van Bouwkunst in Amsterdam de jaarlijkse Midsummernight Lecture gehouden werd. Uitgenodigd was de Italiaanse architect Cino Zucchi, die eerder verstek moest laten gaan vanwege verplichtingen voor een belangrijk project. Na een drankje in het aangename binnenhof van de academie gaf hij een lezing met de titel ´A City is (not) a Tree: New Models of Urban Space´.

Cino Zucchi wil de aandacht vestigen op de ‘crisis’ waarin de hedendaagse stad verkeert. Een crisis die mede veroorzaakt is door de tendens onder ontwerpers om de stad te benaderen met natuurlijke referenties als blauwdruk en met een artificieel landschap als stedenbouwkundig ideaal. Hij verwondert zich over deze fascinatie voor natuurlijke beelden en hoe deze bijna blindelings als model voor stedelijke uitbreidingen en herstructureringen worden gebruikt. Dit, terwijl in de praktijk blijkt dat een dergelijke aanpak vaak een anti-stedelijk leven tot gevolg heeft omdat isolatie en clustering worden bevordert. ´Iedereen houdt van de historische stad, ze representeert de samenkomst van mensen. Het is een door mensen gemaakt object, maar we lijken maar niet te begrijpen hoe ze écht werkt.´ Dit zegt Zucchi met de overbekende Nolli kaart van Rome op de achtergrond, waarna hij switched naar een beeld van een gebarsten keramisch oppervlak om aan te tonen hoe veel overeenkomsten er kunnen zitten tussen een stedelijke structuur en een materiaal.

De vergelijkingen welke Zucchi gebruikt zijn een bekende truc, maar waar ze volgens mij aan voorbijgaan is dat de historische stad door de eeuwen heen op basis van behoefte is gegroeid en nooit met een eindbeeld in het achterhoofd is ontstaan. Zij kan dus ook niet op die manier beoordeeld worden. Je kunt stellen dat in de historische stad niets overbodig was en alle elementen met elkaar verband hielden; de stadsmuur met de kerk, de gracht met de waag en de smidse met de stallen. In contrast tot het compacte van de historische stad staat de complexiteit van de gelaagde metropool. Zucchi zegt hierover: ´Deze kan niet beschreven worden in klassieke termen, er moet een gepast vocabulaire ontwikkeld worden. Essentieel is het overlappen van functies.´ Zijn stelling is dat de hedendaagse stad, gebaseerd op het functionalistische denken, er niet in slaagt om dynamisch te worden omdat er scheiding van functies en bevolkingsgroepen optreedt.

Ter verduidelijking is een parallel te trekken met wat Wouter Vanstiphout vertelde tijdens zijn entreerede op de TU Delft in het kader van de leerstoel ´Ontwerp en Politiek´. Hier gaf Vanstiphout een analyse van de sociale onrusten in jaren ´50 wijken verspreid over Europa die zijn gebouwd volgens het modernistisch denken. Hij toonde aan dat veel van deze wijken uitermate gevoelig zijn voor onvrede die vaak ontstaat door een katalyserend evenement als overheidsoptreden of herstructurering. Misschien kunnen we hieruit concluderen dat het ontwerp invloed heeft op de stabiliteit en het vertrouwen van de samenleving. Zou het de eenduidige open setting van de leefomgeving zijn die segregatie en gebrek aan identificatie tot gevolg heeft?

Zucchi gelooft in de onvoorspelbaarheid van stedelijke ruimte, ruimte die meervoudig gebruik kent op verschillende momenten van de dag. Zoals we een onverwachte schoonheid zien in dingen die nooit écht zijn ontworpen. Deze notie is geëvolueerd tot een symbiose van landschapsarchitectuur en infrastructuur, tot het componeren van het beeld dat waargenomen wordt via de voorruit van de auto. ´We houden zo van de auto, omdat hij de mogelijkheid biedt om te genieten van het landschap vanuit onze private en veilige mobiele kamer.´
De liefde voor infrastructuur die Zucchi beschrijft heeft geleid tot een aantal negatieve gevolgen voor binnensteden, zo goed verwoord door bijvoorbeeld Jane Jacobs. Maar de werkelijke problemen traden naar mijns inziens juist op in de buitenwijken waar niemand bij machte was om tegen grootse planning in het geweer te komen. Robert Moses is in staat geweest om met de prachtig aangelegde parkways New York te verbinden met het achterland en even zo goed de stad van binnen op brute wijze uiteen te rukken. In de jaren ´40 en ´50 werd de Bronx volledig ingekapseld in snelwegen die spectaculaire uitzichten over de rivier en Manhattan boden maar de bewoners afsloten van de rest van de stad. Wat voor deze modernisering al een kwetsbaar stadsdeel was, werd daarna het meest problematische in de Verenigde Staten. Op TED staat een aangrijpende oproep van de activiste Majora Carter uit de Bronx tot het vergroenen van de publieke ruimte om de leefkwaliteit te vergroten. Het is wrang dat buurtbewoners om groen schreeuwen terwijl de problemen deels ontstonden door planners die een “landschappelijke” beleving wilden bieden.

Het spanningsveld dat heerst tussen stads- en landschapsontwerp is volgens Zucchi vergelijkbaar met de groeiende commercie. Dit toont hij in zijn lezing aan door een straat in een historische stad en een modern winkelcentrum naast elkaar te plaatsen. Waar de eerste moet vercommercialiseren om te overleven, wil de tweede een historisch beeld uitstralen om publiek te trekken, om authentiek te lijken. ´In het modernistische ideaal draait het meer om schoonheid dan om waarheid, het is als met pre-washed spijkerbroeken…´ Een zelfde constatering doet hij als hij ziet hoe de mens zijn omgeving graag als natuur ontwerpt en tegelijkertijd in de natuur zoekt naar voor hem herkenbare elementen; een gezicht in een steen, een boot in de wolken.

Op het moment dat het publiek aan Zucchi´s lippen hangt maakt hij een rare wending. Plotseling lijkt het een geijkte bureaupresentatie van recente projecten te worden die weinig tot geen relatie heeft met het voorgaande. Maar na een tijd begint duidelijk te worden dat zijn werk een sterke cinematografische waarde heeft. De beweging die de ontwerpen maken, hun inbedding in de bestaande structuur en de beelden die gepresenteerd worden sluiten wel degelijk aan bij wat hij vertelde over natuurlijke elementen in de stad. Ook hij probeert verzachting aan te brengen in een typisch Italiaanse omgeving van grote bouwblokken en gebroken asfalt door middel van projecten met een meer organische verschijning. Deze eigenschappen zijn goed zichtbaar in het buurtpark in San Donà di Piave en het nieuwe hoofdkantoor voor Lavazza in Turijn.

Als Zucchi erin was geslaagd zijn bureaupresentatie beter aan te laten sluiten op zijn overdenkingen met betrekking tot onze hang naar het landschappelijke, was het een nog sterker en beklijvend verhaal geweest, dat raakvlakken heeft met andere discussies die er op dit moment leven aangaande de stad. Het is jammer dat een echt slotpleidooi achterwege bleef. Naar aanleiding van de lezing zou deze kunnen zijn dat we nog meer moeten ontwerpen vanuit de kleinste korrel en accepteren dat de stad wel degelijk iets natuurlijks is. Namelijk een lichaam dat langzaam groeit en krimpt, al naar gelang de behoefte toeneemt of verdwijnt. Dit is de natuur van de mens en daarom is de stad als zijn habitat een landschap, dit hoeft in ontwerp niet specifiek benadrukt te worden.