Feature —

Groeten uit Blauwestad

Kees de Graaf

Wie aan Oost-Groningen denkt, ziet CPN-vlaggen boven schier eindeloze graanvelden wapperen. Wie aan Blauwestad denkt, krijgt beelden van lege kavels aan een groot meer op het netvlies. Dat op beide percepties wel het nodige valt af te dingen, blijkt bij een tochtje door het Oldambt-gebied. Voor de liefhebber van oude en nieuwe architectuur valt er in ieder geval genoeg te zien.

Onze tocht begint langs de A7, net buiten de oostelijke stadsrand van Groningen, waar de stadsmarkering The Joker van John Hejduk er na twintig jaar nog goed bij staat (beter dan zijn Wall House aan het Hoornse Meer). Van hieruit naar het oosten rijdend lost de stad op en opent het landschap van het Oldambt zich. Eindeloze graan- en aardappelvelden, met hier en daar een technische installatie die herinnert aan de gasbel die zich onder de oppervlakte bevindt – en waarmee Nederland de afgelopen decennia een belangrijk deel van zijn welvaart in stand wist te houden, maar dat terzijde. Het is een gebied dat geen grote ontwikkelingen kent zoals we die in de Randstad aantreffen. Geen Vinex of grootschalige infrastructuur dus, de Groningse stadsuitbreiding Meerstad en de Blauwestad daargelaten (daarover later meer). De vernieuwing vindt hier op een kleinere korrel plaats. Een goed voorbeeld is het herstel van steenfabriek De Toekomst in Scheemda. Pal langs de A7 was dit jarenlang een indrukwekkende ruïne, die nu net op tijd van de ondergang wordt gered. Werken aan de toekomst, door behoud van het verleden – letterlijk en figuurlijk. Aannemer Simon Benus Bouw maakt van de gelegenheid gebruik om van het project één grote leerlingbouwplaats te maken.

Lekker sfeertje
Een paar afslagen verder doemt Blauwestad op, het met veel ambities ingezette project tussen Winschoten, Finsterwolde en Midwolda. De aanleiding is bekend: de economie in dit deel van Groningen liep terug, van een bijzonder woon- en recreatiegebied werd een stevige impuls voor de arbeidsmarkt verwacht. Na de aanvankelijke lof en bewondering (het project won onder meer de rijksprijs De Gouden Piramide in 2005) is de berichtgeving van de laatste tijd uiterst somber. Marktpartijen haken af, kavelverkoop stagneert, provincie Groningen zit met de brokken. En van het concept (stedenbouw: De Zwarte Hond) zou ook niet veel meer deugen. Typisch Nederlands: eerst vinden we het allemaal geweldig, maar als het tegenzit is het allemaal drie keer niks.
Wie ter plekke gaat kijken, constateert dat er inderdaad nog veel kavels onverkocht zijn. Er heerst echter ook een lekker vakantiesfeertje. Er wordt zelfs gezwommen in het vele water dat de wooneilanden omringt. Toegegeven, in sommige deelplannen staan de woningen wat te dicht op elkaar, maar qua architectuur is er voldoende leuks te zien. Het recept voor de toekomst is niet zo moeilijk: laat dit gebied zich in alle rust de komende jaren verder ontwikkelen. Groen en water zijn er al volop c.q. zijn in aanbouw; die kavels lopen vanzelf wel vol. De kabels liggen al in de grond, de brievenbus staat klaar. Slow developing, dit is het voorland voor de hele Nederlandse bouwpraktijk. Geduld!

Uitbundig hout
Op de terugweg naar Groningen maken we nog even een kleine Abstecher via Slochteren. Hier bevindt zich namelijk een ander architectonisch pareltje: een nieuw gemeentehuis ontworpen door het Groningse architectenbureau Zofa. De architecten noemen het zelf een ‘veredelde schuur’, waarin hout en glas elkaar afwisselen. Ook in het interieur is uitbundig met hout gewerkt. Het gebouw voegt zich moeiteloos in de historische structuur van de Hoofdweg. Over historie gesproken, die vinden we even verder volop in de Fraeylemaborg. Een prachtig stenen gebouw, compleet met park in Engelse landschapsstijl. In het naastgelegen restaurant De Boerderij kan de tocht door het Oldambt passend worden afgesloten; tussen de middag bijvoorbeeld met een fijne Groninger mosterdsoep. Versterkt en verkwikt geeft dat de energie om er nog een mooie fietsroute aan vast te knopen, bijvoorbeeld de ‘Rust en ruimte in Oost-Groningen’-route van de ANWB. Want vanaf het zadel ervaar je de geweldige ruimte van dit eeuwenoude landschap toch het best.