Feature —

Groeten uit de Bijlmer

Floor Tinga

Een zomerse vrijdagmiddag in de Bijlmer. Door de grote hoeveelheid groen is het eigenlijk één groot park met veel grasvelden waar je gemoedelijk je picknickkleedje kunt uitleggen. Op straat maken mensen gezellig een kletspraatje…

Maar wacht eens even, bij de Bijlmer denk je toch vooral aan beton en anonimiteit? Nog altijd voert het imago van de hoogbouwflats en criminaliteit de boventoon, terwijl delen van de Bijlmer ondertussen meer weg hebben van een gezinsvriendelijke vinexwijk.

Gebouwd naar de modernistische idealen van de functionele stad, zou de Bijlmermeer dé droom van middenklasse gezinnen zijn. Deze maakbare wijk opgetrokken uit de polder, werd echter een glorieuze mislukking van de stadsuitbreiding in de twintigste eeuw. In de loop der jaren werd de Bijlmer een pleisterplaats voor migranten en illegalen. De utopie van licht, lucht en ruimte werd wreed verstoord door de harde realiteit van werkloosheid, criminaliteit en gebrek aan sociale controle. Deze tuinwijk van de toekomst werd een no-go area.

Maar de Bijlmer kent ook echte believers, mensen die van meet af aan geloven in de wijk. Jenny van Dalen is zo’n bewoner. Vol enthousiasme leidt ze sinds dertien jaar groepen rond in haar Bijlmer, die ze steevast de groenste wijk van Nederland noemt. Hoewel Jenny natuurlijk ook weleens overvallen is door een jochie die een pistool in haar rug duwde, is ze ervan overtuigd dat dit op iedere plek kan voorkomen. De Bijlmer is volgens haar een heerlijke en rustige plek om te wonen. Tijdens onze ontmoeting probeert ze mij meerdere malen te verleiden om de wijk als nieuwe thuisbasis te kiezen. Op zo’n moment dringt zich de vraag op: draagt deze enthousiaste dame een roze bril, of is mij te veel wijsgemaakt dat de Bijlmer een probleemwijk is?

Jenny neemt mij mee op sleeptouw door de groene hoven die zo kenmerkend zijn voor de Bijlmer. Onder het fietsen vertelt Jenny af en toe iets over de veranderingen die allemaal hebben plaatsgevonden sinds de Bijlmer in de jaren ’90 werd vernieuwd. Zo heeft laagbouw een deel van de eentonige hoogbouw vervangen en zijn wegen verlaagd waardoor de wijk meer een kleinschalig en divers uiterlijk heeft gekregen. Ook komen we door het Bijlmermuseum, waar het hart met de bekende honingraatflats nog fier overeind staat. Buiten in de parken spelen kinderen of zitten mensen gezellig buiten te picknicken. Precies zoals de architect en stedenbouwkundige Siegfried Nassuth het bij de aanleg van de Bijlmer in 1966 waarschijnlijk voor zich zag. De parken tussen de flats waren immers bedoeld als collectief groen, waar mensen na hun werk konden recreëren.

En inderdaad: de Bijlmer is erg gemoedelijk. Misschien komt dit ook doordat ik mij in het kielzog van Jenny begeef. Om de paar meter staan we stil omdat ze een bekende tegen komt. Hierdoor krijg ik het gevoel mij in een dorp te bevinden, in plaats van in een rauwe banlieue. Toegegeven, het winkelcentrum onder de parkeergarage bij het beruchte Kraaiennest dat binnenkort wordt afgebroken, is overduidelijk verwaarloosd. Een kunstwerk van Peter Stel, gemaakt in het kader van het kunstfestival Open Source, probeert de gevel van het verpauperde winkelcentrum nog enig aanzien te geven. Maar reden om bang te zijn heb ik niet. Nog altijd stoppen we regelmatig om bij te kletsen met bekenden, en iedereen die we spreken is blij om in deze groene achtertuin van Amsterdam te wonen.

De wijk is ook aanzienlijk opgeknapt nadat de oude Bijlmerflats gerenoveerd zijn en nieuwe huur en koopwoningen zijn toegevoegd. Door de stempel probleemwijk zijn er allerhande fondsen uit sociale en fysieke potjes beschikbaar gesteld om het aanzien van de Bijlmer een beetje op te krikken. Zo opende onlangs het Bijlmer Parktheater, een ellipsvormig gebouw met een markante gevel, ontworpen door Paul de Ruiter. Daarnaast wordt het Bijlmerpark grondig onder handen genomen door Mecanoo architecten, die het voorheen drassige park omtovert tot een landschap met uitkijkheuvels, esplanaden, natuurtuinen en sportvelden.

Hoewel er vast nog wel de nodige grootstedelijke problemen spelen, heeft de vernieuwing de wijk hierdoor zichtbaar verbeterd. Zo is door de voorheen beruchte flat Gliphoeve weer tot begaanbaar terrein is verklaard. Toch blijft ook hier het cliché bestaan: hoe hard je ook investeert in stenen, de echte verbetering begint bij jezelf. Als een evangelist weet Jenny het negatieve imago van de Bijlmer om te buigen naar iets positiefs. Of dit nu terecht is of niet, doet er eigenlijk niet meer toe. Niet dat ik nu gelijk mijn koffers pak en mij in ‘Nieuw Grunder’ settel, maar mij heeft ze in ieder geval overtuigd.