Feature —

Groeten uit Tilburg

Pieter Bedaux

‘Trendy Tilburg’ kopte de Volkskrant 10 jaar geleden. Na decennialange beledigingen werd Tilburg ineens gelauwerd om zijn culturele levendigheid en no-nonsense politiek. Ook op het gebied van architectuur scoorde de stad hoog. Het lelijke eendje van Nederland kreeg de naam ‘Rotterdam van het Zuiden’ opgespeld. Niet gek voor een stad die jarenlang bekend stond als ‘de Aldi onder de steden’ of ‘de 150 meter tussen het station en 013′, zoals Loesje het omschreef. Hoe staat het met Tilburg 10 jaar na deze veelbelovende wederopstanding?

Tilburg is niet een stad die een duidelijk beeld oproept. Het heeft geen karakteristiek middeleeuws stadscentrum, geen opmerkelijke monumenten of pleinen, noch kent het een sterk ‘icoon’ of beeldmerk. De stad is niet concentrisch opgebouwd maar is een zogenaamde netwerkstad, een aaneenschakeling van kleine nederzettingen. In 1809 verleende Lodewijk Napoleon aan deze boerengehuchten, herdgangen genaamd, stadsrechten vanwege de aanwezige textielnijverheid. Dit is opmerkelijk wanneer je naar de verschijningsvorm van Tilburg kijkt die in het niets lijkt op de toen gebruikelijke vestingsteden. Het feit dat Tilburg niet aan het standaardbeeld van een stad voldoet maar een aaneenschakeling van dorpen is, maakt misschien dat Tilburg door de jaren heen met een bepaalde dedain behandeld is.

Tilburg moet je kennen, wordt vaak gezegd, net als Rotterdam. Het is voor een bezoeker niet bepaald aantrekkelijk om de stad te verkennen. Bij aankomst op het station, dat overigens wel een prachtig exemplaar is van architect Van der Gaast, word je direct op een vierbaans weg uitgespuwd en aan je lot overgelaten. Architectenbureau Cepezed, dat bij de transformatie van het station en het omringende gebied is betrokken, beschrijft het treffend op hun website: ‘Het bestaande stationsgebied in Tilburg kent een aantal belangrijke, met elkaar samenhangende zwakheden […] het is er lastig oriënteren en er is weinig ruimte voor voetgangers. Ook is er een moeizame ruimtelijke relatie tussen stad en station […]  Alles bijeen is het stationsgebied onoverzichtelijk en is de sfeer er wat onaangenaam.’
In 2011 komen in het gebied ten noorden van het spoor de werkplaatsen van de NS vrij. De gemeente heeft grootse plannen om het gebied aan deze zijde van het station bij de stad te betrekken. Het plan wordt door sommigen met enige scepsis tegemoet gezien. Ondanks verwoede pogingen van Jo Coenen, Riek Bakker en Bert Dirrix zou het ontbreken aan een sterke visie.

De Spoorlaan en omgeving zijn er in de afgelopen jaren niet op vooruit gegaan. Na de gloriejaren van Tilburg aan het eind van de vorige eeuw kenmerkt de nieuwbouw zich, zeker in dit gebied, door fantasieloze hoogbouw met weinig gevoel voor de stedenbouwkundige setting. Zo staat er de ooit hoogste woontoren van Nederland en de zogenaamde vogelkooitjesflat; een vierkante toren lukraak behangen met glazen doosjes (‘vogelkooitjes’) die als balkons dienst doen. Het is jammer dat de weg die met het Interpolisgebouw (Abe Bonnema) en met de Cenakeltorens (Bedaux de Brouwer) was ingeslagen om een aantrekkelijke skyline te maken, niet is doorgezet.

Zoals gezegd hebben de jaren ’90 de stad veel goeds gebracht. Onder de burgemeesters Brokx en Stekelenburg wist de stad grote en goede projecten te realiseren zoals het Kunstcluster, Popcentrum 013 en Museum de Pont. Deze gebouwen blijven ook nu een must voor een bezoek aan de stad. De Pont is en blijft de grootste schat die Tilburg herbergt en is misschien wel het mooiste museum voor hedendaagse kunst van Nederland. Rondom de Pont liggen naar een stedenbouwkundig plan van Benthem Crouwel een aantal bijzondere projecten van andere sterren uit het vorige decennium als Neutelings Riedijk, Uytenhaak en Arets. Iets verderop ligt het Textielmuseum, dat onlangs is uitgebreid en gerenoveerd door Cepezed. Het textielmuseum wordt op deze site ‘het leukste museum van Nederland’ genoemd, mede vanwege het feit dat het een ‘museum in bedrijf’ is. Buiten het museum staat het zogenaamde Groeimonument; een kunstwerk dat Next Architects ter ere van het 200 jarig bestaan van de stad hebben ontworpen. In dezelfde straat ligt het Erasterrein van AWG,  een aantal pakhuisachtige woonblokken rondom een verstild binnengebied. Het is bewonderenswaardig hoe subtiel AWG dit forse programma in de stad heeft weten in te passen.

Een ander interessant gebied is te vinden rondom het paleis van Willem II. Ooit lag hier een levendige volkswijk, maar Tilburgs beruchte oud-burgemeester C. Becht, bijgenaamd Cees de Sloper, liet in de jaren '60 van de vorige eeuw 270 woningen neerhalen om plaats te maken voor een modern winkel- en zakencentrum. Volgens sommige Tilburgers heeft hij de halve binnenstad met de grond gelijk gemaakt. Van de Broek en Bakema hebben hier een zogenaamd kernwandgebouw gerealiseerd, een langwerpige betonnen flat die zich dwars door de stad een weg lijkt te hebben gebaand. Voor het omliggende gebied heeft Jo Coenen later een stedenbouwkundig plan gemaakt om een aantal bestaande losse gebouwen tot een ensemble te smeden. Hier staan onder meer het kantongerecht van Jos. Bedaux en de schouwburg van Holt en Bijvoet. Atelier Pro heeft onlangs aan dit gebied het Factorium toegevoegd, een nieuwe dans- en muziekschool. Stuk voor stuk prachtige gebouwen die het bezoek meer dan waard zijn.
Een aantal jaar geleden heeft Tilburg ook een flinke herstructureringsoperatie ondergaan rond het Pieter Vreedeplein. In de tijd dat Spaanse bureaus in heel Nederland gevraagd werden om mediterrane pleinen aan te leggen, heeft ook Tilburg de architecten Bonell i Gill uit Barcelona gecontracteerd voor dit gebied. De heren Bonell i Gill constateerden echter terecht dat Tilburg de laatste stad is die op een mediterraan plein zit te wachten. Er werd een stedenbouwkundig plan ontworpen dat door de grijze tonen van de donkere baksteen goed opgaat in het weerbarstige karakter van de stad.

Qua architectuur is de stad er de laatste jaren misschien niet op vooruit gegaan, maar nog steeds is er op het gebied van kunst en cultuur veel te beleven. Onder aanvoering van coryfeeën als Gummbah en Leonard & Jeroen is het fenomeen absurdisme een eigen leven gaan leiden. Dit jaar is er zelfs een absurdistisch festival georganiseerd. Een soortgelijke humor is ook terug te vinden op de Hasseltse rotonde, waar John Körmeling het ronddraaiende huis heeft gemaakt. Dit kunstwerk is in Tilburg zo in de smaak gevallen dat Körmeling de opdracht heeft gekregen om een ophaalbrug te ontwerpen in de Piushaven, een ander gebied dat de komende jaren flink op de schop gaat. Dit absurdisme komt voort uit zelfspot en zwartgalligheid die de stad bij de mensen losmaakt. Tilburgers drijven graag de spot met zichzelf, maar o wee als iemand anders dat doet.