Opinie —

Tolerantie werkt, aan de Boomdijk en in Shutka

Piet Vollaard

De recente ontwikkelingen rond de gedwongen uitzetting van Roma in Frankrijk hebben de Roma in Nederland ontzettend ongerust gemaakt. Begrijpelijk, want ook hier is tolerantie even niet meer en vogue. Uit persoonlijke ervaring weet ik dat het ook anders kan. Geef de Roma een eigen wettelijk geregelde plek, en laat ze rustig, geholpen door een empatische overheid, hun cultuur behouden en zo stap voor stap integreren.

Ik ben geboren en getogen in Klaaswaal, een dorp midden op de Hoeksche Waard, onder de rook van Rotterdam. In de periode dat ik daar opgroeide (eind ’50 tot midden ’70 ) heb ik de positie van en omgang met zigeuners op het eiland zien veranderen. Overigens noemden wij de zigeuners, wat op zichzelf al een minder prettige benaming is, in het lokale dialect ‘fanten’, die woonden in een ‘fantenkast’. Geen idee waar dat vandaan komt, maar ik weet wel dat het beledigend overkwam en vaak ook zo bedoeld was. In feite gaat het in Zuid Nederland en ook bij ons op het eiland vaak om één van de vijf Roma-stammen: de Sinti.

Mijn oudste herinnering aan Sinti is de ‘scharensliep’; een ambulante messen- en scharenslijper die een keer per jaar bij ons in het dorp aan alle deuren langskwam. Niet iedereen was daar blij mee, discriminatie is van alle tijden en streken, maar mijn moeder wel. Mijn moeder maakte al haar kleren zelf, en goed en scherp gereedschap is het halve werk, dus die scharensliep had aan haar een goede klant. Op een gegeven moment kwam hij niet meer langs, het zal begin jaren zestig zijn geweest. Langzamerhand werd de ambulante handel waar veel Sinti van leefden door de opkomende warenhuizen verdrongen. Op ons eiland was de combinatie van de aanleg van de Heinenoordtunnel en het winkelcentrum Zuidplein in Rotterdam de doodsteek. Een tweede inkomstenbron van rondtrekkende Sinti, helpen bij de oogst, verdween in dezelfde periode door de opkomst van het machinaal oogsten, zelfs bij de kleinste boeren. De huidige werkeloosheid onder oudere Sinti is aan het verdwijnen van deze primaire inkomstenbronnen te wijten.

De Boomdijk
In ons dorp hadden we een echt ‘zigeunerkamp’. Aan een van de dijken die het eiland doorsnijden woonde de familie Van Wanrooy. De situatie waaronder deze familie woonde is kenmerkend voor toenmalige tolerantie ten opzichte van Sinti, ondanks de verbale en soms feitelijke discriminatie die er ook was. De Van Wanrooys hadden, een kilometer of zoiets buiten het dorp, hun wagens aan weerszijden van de smalle weg over de Boomdijk geplaatst. Die Boomdijk deed zijn naam overigens eer aan: drie rijen grote iepen aan weerszijden van de weg. Vanwege de iepziekte zijn ze inmiddels grotendeels gekapt. Als je over de dijk moest dan was het passeren van het kamp een gebeurtenis op zichzelf. Je reed eigenlijk door de open woonkamer van de familie. Links en rechts wagens, meubilair, starende mannen en geparkeerde auto’s, en over de nog geen vijf meter brede weg rennende kinderen en overstekende moeders. Onder aan de dijk, tussen de wagens en soms half over de weg lagen stapels oud ijzer en kisten met lompen. De Van Wanrooys leefden van de oud ijzer- en lompenhandel. Een iets te brede tractor moest vaak hele stukken omrijden omdat er weer te veel oud ijzer op de weg lag, vrachtwagens begonnen er al helemaal niet aan. Als je toch de kortste weg over de dijk nam, dan had je even het gevoel dat je door een strikt privédomein reed, waar je getolereerd werd, maar niet meer dan dat. Een gevoel dat de Sinti zelf waarschijnlijk buiten hun kamp overal hadden. Als opgroeiende jongen kreeg ik steeds meer waardering voor de houding van de Van Wanrooys. Ik zag het (misplaatst romantisch natuurlijk) als een vorm van actief verzet tegen het gezag, en als een heroïsche claim op vrije grond.

Er werd in ons dorp niet moeilijk gedaan over de familie. De kinderen kwamen soms naar school, vaak niet. Twee zusjes waren de trots van het dorp omdat ze landelijke bekendheid verwierven als accordeonvirtuozen. In de loop van de tijd kwamen er Van Wanrooys in het dorp wonen, soms trokken ze weer terug naar het kamp. De privéclaim op de openbare weg is gebleven. Ook nu nog woont een deel van de familie op het kamp aan de Boomdijk. Het ziet er een stuk netter uit, maar de publieke woonkamer midden op de dijkweg is gebleven. De familie heeft inmiddels een bloeiend recycling bedrijf, ‘gespecialiseerd in het in- en verkopen van alle oude metalen ferro of non-ferro’ volgens de website, Aan alle wettelijke regels (nou ja, bijna alle) wordt voldaan. Het gaat de Van Wanrooys goed. Ik ben niet vaak trots op mijn geboortedorp, daar is nauwelijks aanleiding voor, maar deze vanzelfsprekende tolerantie en de daaruit voortvloeiende integratie is voorbeeldig en een bewijs dat – als je maar geduld hebt en als je de Roma maar de ruimte geeft– het vanzelf goed komt.

Shutka
Ik heb in de loop van de tijd meerdere Roma nederzettingen bezocht. Vooral in zuidoost Europa is de woonsituatie van dit volk mensonterend, en een schande voor Europa. Toch zag ik ook daar tenminste één voorbeeld hoe het ook anders kan. Vlakbij Skopje – de hoofdstad van Macedonië en onder architectuurfijnproevers  bekend om de gebouwen van Kenzo Tange en andere Metabolisten – ligt de autonome deelgemeente Shutka, de grootste Roma-gemeenschap in Europa (de naam is afgeleid van vuilnis, maar de bewoners zien het als een geuzennaam, de officiële naam is Šuto Orizari).  In Shutka wonen ongeveer 15.000 Roma. Het is de enige plaats waar Romani, naast het Macedonisch, de officiële taal is. Erduan Iseini, de Roma burgemeester, is een begrip onder alle Roma. Hij zorgde er voor dat er een middelbare school in de gemeenschap werd gebouwd. Natuurlijk wordt het dorp, zoals zoveel dorpen in zuidoost Europa– ook niet-Roma dorpen en steden –beheerst door de lokale maffia. Het is er fijn belastingvrij shoppen, elk computerprogramma, elke CD of DVD die je maar kunt bedenken wordt ter plekke van het internet geplukt (ook Roma gaan mee met de digitale revolutie), voor je gebrand en van een kleurig gekopieerd hoesje voorzien. De Roma cultuur en de bijzondere bewoners van Shutka is overigens prachtig in beeld gebracht in de documentaire The Shutka book of Records (zie link onderaan).
In Shutka heerst nog steeds armoede, maar het is nette armoede, in de beste betekenis. Omdat de grond niet illegaal is, kunnen er huizen worden gebouwd. En dat gebeurt ook. Meestal bescheiden stenen ‘bungalows’ (eenkamerwoningen met een grote veranda aan de straat), maar in toenemende mate ook echt grote, uitbundig gedecoreerde woonhuizen. De bewoners van die huizen zijn rondtrekkende bouwvakkers. Ze werken – net zoals ‘onze’ Polen – in de omringende rijkere landen zoals Oostenrijk, Italië, Griekenland en Turkije. Met het geld dat ze daar verdienen bouwen ze de grote huizen in Shutka. Aan de decoratie kun je zien waar het geld verdiend is: Tiroler dennenboompjes, Griekse zuilen, Italiaans terracotta etcetera. Shutka is de enige plek die ik heb bezocht, waar Roma trots op zijn, en waar je als bezoeker – juist omdat men met recht trots is op het dorp – niet onmiddellijk met argwaan wordt bekeken. Je bent op bezoek en bezoek wordt open en gastvrij ontvangen.

Shutka is, zoals de woonplek van de Van Wanrooys in mijn geboortedorp, een voorbeeld van een geslaagde integratiestrategie op het gebied van wetgeving en ruimtelijke ordening. Geef de Roma vrije grond, bestuurlijke autonomie en de vrijheid om naar eigen inzicht en volgens de eigen cultuur te handelen, en de integratie kan zich stapje voor stapje voltrekken. Gemakkelijk, menswaardig en economisch voordelig. Ik zou Sarkozy aanraden gewoon een paar van de vele leegstaande dorpen in Frankrijk aan de toeristenmarkt te onttrekken en aan de ‘misdadigers’ te geven, dat is goedkoper en in PR-opzicht vele malen slimmer dan de huidige keiharde uitzettingen.

Ypenburg
Een derde, minder gelukkig voorbeeld uit eigen ervaring is het vinex-kamp in Ypenburg. Gisteren ben ik er nog even langs gefietst. Recht tegenover de vrolijk gekleurde Hageneiland huisjes van MVRDV staat een lange muur. Boven de muur steken hier en daar wat puntdaken uit. Achter de muur bevindt zich een van de woonwagenkampen die in alle vinexwijken volgens strikt bepaalde quota zijn gebouwd. Het is een rationeel geordende stedenbouw: een groenstrook in het midden met hier en daar vuilniscontainers en speeltoestellen, links en rechts lange rijen kleine en grotere woningen, allemaal van witte steenstrips, maar met een merkwaardig smalle, langgerekte vorm: versteende woonwagens. De aan- en uitbouwen, de decoratie, de terrastegels en de coniferen: het is allemaal van de bekende Vinexkwaliteit.

De wijk ligt er op een zonnige zaterdagmiddag, net als alle vinexwijken, totaal verlaten bij. In de verte zitten drie mannen op de stoeprand. Als ik naar ze toe loop wordt ik geen moment uit het oog verloren. Op mijn vriendelijk bedoelde “Mag ik u wat vragen?” is het argwanende antwoord: “Waarom?”. Ik heb even geen woorden terug. Maar als ik vertel dat ik in Shutka ben geweest en dat ik wil kijken hoe de woonsituatie van Roma in mijn eigen omgeving is, breekt het ijs enigszins. De oudste van de drie steekt een sigaar op en lijkt bereid met me te praten. Nee, ze zijn hier niet vrijwillig komen wonen. Families zijn uit elkaar gehaald, wonen in verschillende vinexwijken. Die muur, daar zijn ze niet blij mee, maar het is ook een geluidsmuur, dus… Zelf aan je woning verbouwen, ja dat doen ze wel, maar het mag niet, en het gebeurt dus steeds minder. Op mijn vraag of het na een paar jaar wonen toch niet een beetje prettig is hier, draait de man zijn hoofd weg, tikt zijn sigaar af aan de stoeprand en mompelt: “Het went nooit. … Nooit went het.” De andere twee knikken zwijgend.

Tolerantie werkt
Shutka en de Boomdijk zijn helaas uitzonderingen. Tolerantie is een vies woord aan het worden. Integratie is een dogma van de ‘linkse kerk’. ‘Onze’ cultuur is de beste, wie zich daar niet bij aansluit heeft een probleem.
Gezien de recente ontwikkelingen met de kabinetsformatie is het niet ondenkbaar dat Nederland het beleid van Frankrijk zal volgen (en eerder Italië, laten we dat niet vergeten. Het speelde niet zo in het nieuws, maar de uitzettingen van Roma enige jaren terug uit hun decennialange woonplaatsen langs de Tiber waren net zo goed mensonterend). Ook al zijn er vergeleken met zuidoost Europa in het westen nauwelijks serieuze problemen met Roma, het is een gemakkelijke politiek die de onderbuikgevoelens van potentiële stemmers goedkoop prikkelt. Dat het best anders kan, dat het niet gedwongen hoeft zoals volgens het recente beleid, zal de moraalridders van het ‘schone en veilige’ Fort Europa een zorg zijn.
Inmiddels maakt de Roma gemeenschap in Nederland zich ernstig zorgen, en niet ten onrechte. Daarom een waarschuwing – pathetisch, vooralsnog misplaatst, ik weet het, maar toch:
Blijf met je rotpoten van onze Roma af!