Nieuws —

Synagoge Liberaal Joodse Gemeente – SeARCH

Redactie

Deze zomer is in Amsterdam een nieuwe synagoge naar ontwerp van SeARCH in gebruik genomen. Het belangrijkste element in het ontwerp is de ‘zevenarmige’ leegte van de grote Sjoel die uit het rechthoekige bouwblok is gesneden.

[projecttekst SeARCH]

Het verspreide bestaan van de Joodse gemeenschap en de instabiele relatie tussen het Jodendom en andere geloven hebben het ontwikkelen van een uitgesproken ‘eigen’ bouwstijl verhinderd. Dit in tegenstelling tot de ontwikkeling van een zeer zelfbewuste en sterke Joodse identiteit.
Ceremoniële tradities en rituelen geven weinig aanknopingspunten voor de verschijningsvorm van een synagoge. En waar de identiteit van een kerk of moskee nogal eens gebeiteld is in steen, schittert deze bij een synagoge veelal door afwezigheid. In deze sjoel is de klassieke parallel opstelling teruggebracht met in het midden de as tussen Biema (spreekgestoelte) en Aron Hakodesj (kast met Torarollen), wijzend naar het oosten ofwel Jeruzalem. Deze traditionele opstelling, die jarenlang niet in gebruik was in de oude sjoel, en het gebruik van helder daglicht zijn de belangrijkste uitgangspunten voor het ontwerp. De leegte, de onbenoembare Joodse identiteit (nesjomme) met een subtiel maar complex karakter, speelt bovendien een grote rol.

Binnen een neutraal volume, een rechthoekige ‘massa’, bepaald door een zo efficiënt mogelijk gebruik van de kavel en de besteedbare gelden, geeft een uitholling, de ‘leegte’ van de grote Sjoel, identiteit aan het gebouw. De Sjoel bestaat uit een centrale ruimte met uitbreidingen aan weerszijden onder dubbele balkons. Deze twee ‘zijarmen’, samen met de vier balkons en één centraal boven de Biema geplaatste vide, doen denken aan de Menora, de zevenarmige kandelaar. De menora (het licht) symboliseert het brandende braambos dat Mozes zag op de berg Sinaï en is het oudste en belangrijkste symbool voor het Jodendom. Op de eerste dag van de schepping schiep God het licht. Zonder licht is er geen leven.
Het gebouw staat op een klein eiland in het water dat de Zuidelijke Wandelweg scheidt van de bekende begraafplaats  Zorgvliet. Over anderhalf jaar worden de gebouwen aan de westzijde gesloopt om ook hier plaats te maken voor water tot aan een nieuw aan te leggen kade, haaks op de Zuidelijke wandelweg.
De al aangelegde brug naar het eiland voert naar de hoofdentree op de begane grond. Hier bevinden zich de verhuurbare ruimten en grote (feest)zaal met keuken en een mikwe (reinigingsbad). Een brede trap leidt naar de azara (ontvangstruimte) op de eerste verdieping. Hieraan gekoppeld is de bestuurskamer annex bibliotheek. Vanuit de azara betreedt men via de met bladgoud bekleedde deuren (als gift van alle bouwpartners aan de LJG),  met rondom oude gevelstenen uit de voormalige synagoge aan de Jacob Soetendorpstraat, de grote sjoelruimte. De tweede en derde verdieping bieden ruimte aan kantoren en leslokalen en geven tevens toegang tot de twee balkons van de sjoel.
Het tegelpatroon in de gevel is gelegd in een patroon met Davidssterren en als een kleed gedrapeerd over het gebouw.     Op de noord gevel is met kleinere tegels een tekst in het Hebreeuws aangebracht. De tegels vertonen grote gelijkenis met de matse, het ongerezen, platte brood dat men in alle haast meenam op de vlucht vanuit Egypte.

architect
SeARCH

adres project
Zuidelijke Wandelweg 41 in Amsterdam

functie
Gemeenschapscentrum annex synagoge voor de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, NL, 05-nu

opdrachtgever
Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam (LJG)

datum 1e schets
2005


in gebruik name
juli 2010

tot hoeverre in proces betrokken
van schetsontwerp tot en met esthetische directievoering  plus een deel van het interieurontwerp (de grote gordijnen in de de sjoel zijn een ontwerp van Petra Blaisse / Inside-Outside )

m2
3.000

m3
15.000

bouwsom
4,9 miljoen inclusief vaste del interieur, installaties, aanvullende (veiligheids)eisen en landschap

trots op
De unieke opzet van de sjoel, op dit moment de grootste liberale synagoge van Europa, met aan weerszijden twee balkons en het over de volle breedte onderbroken dakvlak. Zo ontstond een verwijzing naar het brandende bosje dat weer symbool stond voor de zevenarmige kandelaar, de ‘Menora’. Deze ‘doorsnede van de leegte’ geeft een duidelijke identiteit aan een verder eenvoudige doosvorm. Bijna 1.000 bezoekers zitten maximaal 11 meter van de rabbijn of voorzanger verwijdert en de sjoel voelt intiem met 75, met 200 en ook met 1.000 mensen.

volgende keer anders:
Wij kenden het gezegde ‘twee joden, drie meningen’ niet. Men houdt vanouds van discussies. Niets als feit aanvaarden, alles ter discussie stellen*.
Het probleem met zo’n unieke opdracht is dat je ook tot het uiterste wil gaan in het bedienen van je opdrachtgever. Dit was een bijkans onmogelijke opgave waarbij ambities, veiligheidseisen en te veel meepratende, zeer veeleisende leden met allemaal een eigen mening gepaard worden aan een te krap budget.
Dit keert zich uiteindelijk tegen je maar het enige alternatief is een zakelijker opstelling en geen realisatie van het ontwerp. Ook dat gun je de LJG Amsterdam niet maar we zijn wijzer geworden.

*Ronny Naftaniel, 3 november 2000, NRC Handelsblad