Nieuws —

Bij nader inzien: Het Tanurdzic-paleis te Novi Sad

Annemieke Hendriks

Het Tanurdzic-paleis in het Servische Novi Sad torst een kosmopolitisch verleden met zich mee. Het multifunctionele gebouw was geïnspireerd op de Duitse Bauhaus-architectuur, en leefde verder onder fascistisch, communistisch en maffioos-kapitalistisch bewind. De mensen die er kwamen waren Hongaars, Joods, Servisch, en veelal dit alles tegelijk, zoals de schrijver Aleksandar Tisma. Hij trok voor het bouwwerk van George Tabakovic een literair monument op: Je kon je er goed voor razzia’s verbergen.

‘Het Mercurius is het meest in het oog springende gebouw van Novi Sad.’ Zo luidt de eerste regel van Het boek Blam van Aleksandar Tisma uit 1972. Het is niet het hoogste gebouw van de stad, vervolgt Tisma, en evenmin het fraaiste. De opdrachtgever was een handelaar die het als winstobject liet bouwen. ‘En toch, door die ene ronde hoek die als de achtersteven van een oceaanstomer uitkomt op het Centrale Plein, door die gevel die langs de brede, rechte boulevard tot een imposante hoogte van vier verdiepingen verrijst, helemaal boven door een teruggetrokken, op het dek van een schip lijkende mansarde, en dan aan de grond ook nog eens afgebiest met een eindeloze rij winkels, waaronder zelfs een warenhuis, een bioscoop en een hotel met restaurant en bar, is het Mercurius het onbetwiste middelpunt van de stad.’

Hoofdpersoon Miroslav Blam woont in een van de mansardewoningen onder het dak. Hij is overlevende van de Holocaust, net als de grote Europese auteur Aleksandar Tisma zelf, die hem schiep. Novi Sad is Tisma’s Heimat. En hij woonde in de jaren voor zijn dood in 2003 zelf in de multifunctionele moloch. Voor zijn Blam heeft hij het gebouw van levensbelang gemaakt.

De verscholen daketage, die via ondoorzichtige trapportalen en andere sluiproutes te bereiken is, werd Blams redding, zo suggereert deze verwarde ziel zelf althans, tijdens de zogenaamde ‘Koude Dagen’ in 1942. Toen hielden Hongaarse fascisten een razzia in de stad en vermoordden ze twaalfhonderd merendeels joodse burgers aan de Donau-oever. De spoken van het verleden laten Blam niet met rust. Vanuit het naoorlogse heden van het boek fantaseert hij hoe hij zich bij een nieuwe razzia in het gebouw onzichtbaar zou weten te maken.

Voor de naoorlogse Joegoslaven heette het gebouw Tanurdziceva Palata, het Tanurdzic- of Tanuri-paleis – naar de opdrachtgever Nikola Tarnurdzic. ‘Mercurius’ was de naam van diens handelsfirma, schrijft Tisma. Maar wie weet heeft de schrijver dat verzonnen, want buiten Het boek Blam bestaat de bijnaam ‘Mercurius’ uitsluitend voor een ander gebouw in het stadscentrum: een weelderig bankpaleis, waarbovenop de god Mercurius prijkt.

Dat neo-barokke bankgebouw van rond 1900 heeft in elk geval veel meer van een vooroorlogs paleis dan het Tanurdzic. Het baliemeisje van de toeristeninformatie, die in de ‘achtersteven’ van het schip aan het Centrale Plein troont – tegenwoordig eerder ‘de voorsteven’ – maakt haar onderkomen doodleuk uit voor een wanproduct van het naoorlogse communisme. Weet zij veel dat het Tanurdzic al in 1933-1934 werd gebouwd en dat architect Tabakovic zich daarbij liet inspireren door de Duitse Bauhaus-architectuur uit de jaren twintig?

Het VVV-meisje heeft helemaal geen oog heeft voor de schoonheid van het gebouw waarin ze werkt. Het lukt haar niet de flair ervan te zien door de afgebladderde roestbruine gevel heen. De brede galerijen aan de achterzijde, met de blik richting Donau, heeft ze vast nooit waargenomen. Laat staan dat ze haar beroemdste stadgenoot, Aleksandar Tisma, heeft gelezen, en naar het dak boven zich heeft getuurd om een blik op te vangen van de ‘op het dek van een schip lijkende mansarde’.

Haar toeristenbureau zweert bij het Hongaars-Habsburgse verleden van Novi Sad en bij het Servische heden van de stad. De woelige tijdperken daartussenin krijgen minder aandacht. Het genoemde barokke bankgebouw wordt ’s avonds in blauw licht gezet. Ook de eveneens van rond 1900 stammende Hongaars-katholieke kerk met het bonte Zsolnay-keramiek op de torenspits wordt gekoesterd. De kerk staat op het Plein van de Vrijheid: Tisma’s ‘Centrale Plein’ waarop de VVV uitkijkt. Het Servische aandeel in de bouwkunst van Novi Sad bestaat vooral uit het splinternieuwe hoofdgebouw van de Servische aardoliemaatschappij.

Juist het nu wat vergeten Interbellum was in Novi Sad, de belangrijkste stad van de tot 1920 geheel Hongaarse regio Vojvodina, een tijdperk van rijke culturele kruisbestuiving. Neem architect Tabakovic, de schepper van Tanurdzic’ paleis. Zijn voornaam spreekt al boekdelen: hij wordt aangeduid als Djordje en Dorde, George en Djurica. Tabakovic was in 1897 als zoon van een joods-Servische architect in Arad geboren, een stad in de Hongaarse laagvlakte die na de Eerste Wereldoorlog bij Roemenië kwam. In hetzelfde gebied ligt Novi Sad of Ujvidek, zoals de Hongaarse naam luidt, maar dat kwam in 1920 bij het koninkrijk van de Zuid-Slaven. De band met Hongarije en Midden-Europa bleef: Tabakovic studeerde bijvoorbeeld architectuur in Boedapest en Parijs, raakte in de ban van het modernisme en zou er een van de belangrijkste Joegoslavische representanten van worden.

Hongaarse ansichtkaart van Novi Sad begin jaren '40, met Hotel Rex, het latere Putnik-hotel, in het paleis.
Hongaarse ansichtkaart van Novi Sad begin jaren ’40, met Hotel Rex, het latere Putnik-hotel, in het paleis.

Zijn Tanurdzic-paleis was in 1934 min of meer af, maar nog zonder de korte zijvleugel. Pas in 1940 kon hierin het hotel Rex worden geopend. Er bestaat een Hongaarse ansichtkaart met een foto van Rex. De boulevard heette toen Horthy-Avenue, is te lezen: naar het fascistische Hongaarse staatshoofd. Dat betekent dat de foto tussen 1940 en 1944 moet zijn gemaakt, toen de Hongaren Novi Sad hadden heroverd – wat de familie van Blam/Tisma met de dood moest bekopen.

Na de Tweede Wereldoorlog was de Bauhaus-esthetiek in Tito’s Joegoslavische volksrepubliek niet meer en vogue. Tabakovic werd noodgedwongen decorbouwer en docent. Het Tanurdzic-paleis verloor zijn glans, echter niet zijn levendigheid. Tisma beschreef ‘het Mercurius’ immers als middelpunt van de stad, met zijn winkels en warenhuis, ‘… een bioscoop en een hotel met restaurant en bar…’

In dat warenhuis zit nu de VVV. In de bioscoop, die net als het hotel ‘Rex’ heette, konden wel zevenhonderd mensen. De culturele elite verschanste zich ook graag in het hotelrestaurant – dé plek om te kijken en gezien te worden. Een sensatie vormden rond 1960 de filmopnamen voor de Amerikaans-Joegoslavische co-productie Square of Violence, een oorlogsdrama met partizanen-touch waarvoor het Plein van de vrijheid met hakenkruizen werd behangen. De cast en crew hielden zich in en rond het hotel op.

Later heette dat hotel Putnik, ‘Reiziger’. Toen het in Novi Sad in 1999 weer oorlog was, met bombardementen van de Navo, deed Putnik dienst als zenuwcentrum van de Servische politie. Het paleis bleef desondanks overeind staan.

Novi Sad 2010, hier zetelt het bestuur van de Servische provincie Vojvodina (foto Annemieke Hendriks)
Novi Sad 2010, hier zetelt het bestuur van de Servische provincie Vojvodina (foto Annemieke Hendriks)

Geraakt werd een ander modernistisch ‘schip’, dat iets verderop staat. Novi Sad heeft er namelijk nóg een. Dit gebouw is een chique witte variant op Tabakovic’ kunstwerk, en een paar jaar jonger. Het provinciebestuur van Vojvodina zetelt er. De bewoners waren woedend om de vernielingen – voor het gemak vergetend dat Servische nationalisten er al de ruiten van hadden ingegooid. Het provinciale parlement koestert namelijk zijn etnische minderheden. Het fiere pand is inmiddels hersteld. Volgens het stadsgidsje, dat dit gebouw in tegenstelling tot het Tanurdzic vermeldt, had architect Brasovan een Donau-cruiseschip voor ogen. Of een meeuw. Er staat niet bij dat hij ook het paleis van collega Tabakovic, ‘om de hoek’, als referentie moet hebben gehad.

Een paar jaar geleden brandde het wat shabby hotel Putnik alsnog af. De Servische politie had het, zo weten Novi-Sadjers te vermelden, aan een drugsbaron overgedaan, die net zo zoek is als oorlogsmisdadiger Mladic. Zijn zetbazen zouden er de brand in hebben gestoken om het goedkoop te bemachtigen en, met verzekeringshulp, iets chics achter de herstelde gevel op te trekken. Afgelopen zomer heropende Putnik achter een stuk gevel dat licht afsteekt bij de rest van het Tanurdzic. Bovenin zijn de mansardewoningen tot luxe suites omgevormd. Je hebt er een fantastisch uitzicht op het Plein van de Vrijheid.