Opinie —

Culturele Armoede

Michiel Raats

Dit is een oproep aan de vormgevers van de ruimte waarin we allemaal wonen, werken, studeren… laat je horen! Dit is een oproep vóór diverse en veelzijdige steden, vóór een internationaal vestigingsklimaat van formaat, vóór een fundament onder de kennisinfrastructuur. Dit is geen verhaal over links of rechts, geen verhaal over ‘de ander’, en het is evenmin een verhaal over eenvoudige oplossingen. Dit is een oproep aan de vakgemeenschap om een positie in te nemen; voor culturele armoede of tegen culturele armoede?

Dirck van Delen – beeldenstorm in een kerk – 1630

Het kabinet Rutte heeft in het regeerakkoord een bezuiniging van maar liefst 200 miljoen euro op de culturele sector ingeboekt. Uiteraard een schijntje op de totale 18 miljard euro aan bezuinigingen, maar een ongekende klap voor de sector zelf. Van diverse kanten wordt inmiddels positie ingenomen tegen de plannen. Muzikanten speelden in de spits op station Den Haag Centraal, acteurs uitten hun ongenoegen op diverse podia, en diverse topbestuurders gaven (on)gevraagd hun mening in de media.
Tot nu toe is het doodstil vanuit de hoek van architecten en stedenbouwers. Zelfs de branche-organisaties als de BNA en BNSP namen het regeerakkoord slechts de maat op ‘zuiver’ ruimtelijke voornemens, danwel het ontbreken daarvan.

Dit verbaast mij zeer. Zijn wij architecten en stedenbouwers niet begaan met het lot van de culturele infrastructuur van ons land? Hebben we niet het gevoel dat wij eveneens deel uitmaken van de culturele sector? Ook al staan wij wellicht ietwat houterig op een podium en zit er meer muziek in onze tekeningen dan dat we uit een instrument zouden halen.
Als ik me niet vergis waren het juist architecten, stedenbouwers en planners die de afgelopen jaren het belang van de creatieve sector welhaast te pas en te onpas benadrukten naar opdrachtgevers, overheden en elkaar. Een plan vinden waarin geen ruimte werd gelaten voor kunstenaars, ateliers of andere culturele ontplooiing was waarachtig een zoektocht. We lazen allemaal Richard Florida en Jane Jacobs (opnieuw) en onderstreepten het belang van de culturele infrastructuur voor bijvoorbeeld de kenniseconomie en het internationaal vestigingsklimaat in ons land.

En nu…nu zijn we stil. Staan we aan de zijlijn, het hoofd enigszins afgewend van de arena. Alsof wij er niets mee te maken hebben, alsof de eerdere argumenten in de prullenbak kunnen. Geen van beide is waar. Immers, we hebben er van alles mee te maken. Wij geven nadrukkelijk dagelijks vorm aan de wereld om ons heen. Daarbij worden wij beïnvloed door ‘de cultuur’ om ons heen, die wij op onze beurt met onze voorstellen daadwerkelijk en vaak fysiek weer beïnvloeden. Daardoor zijn we per definitie actor geworden in de culturele infrastructuur. Daarnaast zijn velen van ons eveneens consument van de culturele sector. We raken geïnspireerd door de passie, kunde en creativiteit die ons wordt voorgeschoteld.
En dan blijft er nog het punt dat we zelf de pleitbezorgers van cultuur en creativiteit waren en niet zelden nog altijd zijn. De argumenten die we gebruikten zijn namelijk wel degelijk legitiem, mits we niet op elke problematische hoek een atelierruimte voor een kunstenaar willen maken in de hoop dat hij of zij wonderen gaat verrichten. Een gevarieerd palet aan culturele uitingen en mogelijkheden is van groot belang voor de levendigheid en leefbaarheid van de stad. Voor de (internationale) concurrentiepositie  van ons land en de fundamentele benodigdheden van een kenniseconomie speelt -naast tal van andere zaken- ditzelfde culturele palet een aanzienlijke rol. De eerder aangehaalde topbestuurders uitten hun bezorgdheid over het teruglopende culturele klimaat omdat ze onderschrijven dat het ondernemingsklimaat en de culturele barometer een relatie met elkaar hebben.

Het wordt tijd dat wij onze stem laten horen. Wellicht vanuit iets ouderwets als ‘solidariteit’ of simpelweg omdat we er niet om heen kunnen dat ook wij tot de culturele sector gerekend moeten worden. Als liefhebber van ‘cultuur’ of als cultureel ondernemer. De komende weken wordt er in toenemende mate aandacht gevraagd voor cultuur…ik hoop dat architecten, stedenbouwers, planologen, universiteiten en academies, branche-organisaties en architectuurcentra een bijdrage van formaat leveren!