Feature —

De touwtjes van LEVS

Willemien van Duijn

Op het eerste gezicht leek de lezing van Jurriaan van Stigt op 5 oktober in de Brakke Grond een uiteenzetting van het oeuvre van bureau LEVS. Het verhaal, doorspekt met Godfather-citaten, had echter een tweede laag, dat van de architect als marionet in een soms maffiose bouwwereld. Van Stigt stelde: “een architect moet zichzelf in de spiegel kunnen blijven aankijken”.

Jurriaan komt uit een architectennest, zoon van Joop en broer van André van Stigt. Hij is opgegroeid onder een paars plafond, een huis met zilveren kozijntjes en 60 centimeter smalle deurtjes, de maat der dingen. Gevormd door alle architectuurdiscussies die plaats vonden in de huiskamer van huize Van Stigt was het eerste jaar dat hij in Delft studeerde een grote teleurstelling. “Er was in Delft verdomd weinig ruimte voor andersdenkenden. Er was een ongelofelijke angst voor techniek en ik dacht: is dit nu het vak?”
In die tijd woonde Van Stigt om de hoek bij Frits van Dongen. “Ik vond het helemaal niets waar hij mee bezig was” maar juist daarom besloot hij om bij Van Dongen te gaan werken, want “Keep your friends close but your enemies closer”. Van Stigt heeft uiteindelijk twee jaar gewerkt voor Van Dongen en heeft er veel geleerd. Dit tekent de werkwijze van het bureau, dat in 1989 werd opgericht door Marianne Loof en Jurriaan van Stigt en sinds 2005 ook Adriaan Mout als partner kent. Want zo stelde Van Stigt: “We hebben het vak geleerd door alle facetten ervan te doorleven”.

Gedurende de avond werden er zeven filmpjes getoond, van scènes uit de films The Godfather en The Fountainhead tot een go-see bij fotograaf Helmut Newton zoals onlangs uitgezonden bij Zomergasten met Erwin Olaf. Bij de drie genoemde fragmenten refereerde Van Stigt aan de positie van de architect. Hij grijpt een citaat uit The Godfather aan:
“Luca Brasi held a gun to his head, and my father assured him that either his brains or his signature would be on the contract.” om architecten op te roepen vaker een duidelijk standpunt in te nemen tegenover opdrachtgevers: Let’s make them an offer they can’t refuse.”
De scene uit The Fountainhead waarin Howard Roark met opgeheven hoofd bedankt voor een grote opdracht als dat betekent dat hij zichzelf moet verloochenen staat tegenover de “go-see“ van een jong model bij Helmut Newton. Of zoals Van Stigt het laatstgenoemde fragment omschrijft: “Dat is zoals het er de laatste jaren aan toegaat. Het is minder romantisch, je moet je rokje optillen. Bij aanbestedingen is dit hoe het voelt.” Daar voegt hij aan toe: “Dat is niet cynisch bedoeld, zo is het nu en daar moeten we wat mee. Welke rol hebben we als architect? Je moet je dansje doen maar je wilt jezelf niet verloochenen. We zijn voodoo-architecten geworden. Mooie plaatjes maken bij een VO/DO-tje en dan komt het daarna allemaal wel goed.”

Hoe moet het dan? Een schetsje van Loof toont symbolisch hoe het bureau wenst te werken. De verschillende partijen binnen een ontwerpproces zijn geschetst als vloeistoffen in reageerbuisjes. Tijdens het proces komen al deze stofjes bij elkaar. Dan zijn er drie mogelijkheden, de stoffen mengen zich of de stoffen stapelen zich, maar wat LEVS nastreeft is dat er meer gebeurt, namelijk dat er “chemie ontstaat” in de zin dat personen een positieve uitwerking op elkaar hebben. De architect speelt in dat proces een sleutelrol.

De plannen die Van Stigt laat zien tonen daarnaast een zekere zorgvuldigheid ten aanzien van de plek en de gebruikers maar tevens ten aanzien van de technische detaillering. Een voorbeeld is het rioolgemaal in Alkmaar. Beperkingen zijn bij dit project ingezet als ontwerpmiddel. Kenmerkend voor dit soort gebouwtjes is doorgaans dat het gebouw omzoomd wordt door een hek. De omheining gaat daardoor werken als een barrière tussen het groengebied en het gebouwtje zelf. De architecten hebben het hek opgenomen in de ontwerpopgave en de plattegrond zo vormgegeven dat het hek de gevel is geworden. Achter de eerste gevel bevindt zich een tweede gevel die het daadwerkelijke programma, de installaties omsluit.

Als uitgangspunt hanteert LEVS: wat is er op de plek, wat speelt er op de plek en wat kunnen wij er aan bijdragen. Het kritisch regionalisme zoals omschreven in Moderne architectuur, een kritische geschiedenis van Kenneth Frampton, is voor LEVS een leidraad en betekent voor hen “de constellatie die er al is te verbinden door middel van een nieuwe constellatie en architectuur te maken zonder vooringenomen dogma’s”.
Volgens Frampton “manifesteert het kritisch regionalisme zichzelf als een bewust gebonden architectuur, die in plaats van de nadruk te leggen op het gebouw als een vrijstaand object, de nadruk legt op de plek die tot stand gebracht moet worden door de constructie die op de bouwplek verrijst. (…) Het zal er met andere woorden naar streven eigentijdse, plaatsgebonden cultuur te ontwikkelen zonder al te hermetisch te worden” Deze grondslag van hun ontwerpen toont Van Stigt in een groot aantal projecten. Wellicht is de vertaling van het kritisch regionalisme soms wat iel, maar de architect stelt dat het niet gaat om het maken van een product, het gaat om de belevenis.

In Den Helder bouwde LEVS de jeugdinrichting Doggershoek. Een precaire opgave, het ontwerpen van een gebouw waarin kinderen opgesloten worden, aldus Van Stigt. Als icoon van Den Helder heeft het bureau de forten genomen die Napoleon rond 1800 liet bouwen. Er zijn in die tijd drie forten gebouwd ten oosten, zuiden en westen van de stad. De jeugdinrichting is een vierde verdedigingswerk, met een omgekeerde functie. Het bureau heeft er alles aan gedaan om een prettige leefomgeving voor de kinderen te maken, die hun dagen binnen de muren van het bolwerk moeten doorbrengen. De drager van het plan is een kloostergang van 400 meter lang als bindend element. De gang ontsluit de woonunits, het sportgebouw,de voorzieningen en drie hoven.

Het is dit project dat de achtergrond vormt voor “maffiapraktijken” waar het bureau zelf mee te maken kreeg. Bouwfraude. Het blijkt dat er in de aanbestedingsprocedure sprake is geweest van prijsafspraken tussen de aannemers waardoor tussen de geraamde bouwkosten en de prijs van de laagste aanbieder 50% verschil zat. De hoogste aanbieder had de aanneemsom bijna verdubbeld. Dat er gefraudeerd werd wist het bureau al vrij snel omdat geen van de aanbieders de prijs had opgevraagd van de speciaal voor het project ontwikkelde baksteen. Het architectenbureau is er in geslaagd het project te bouwen voor 30 miljoen, “slechts” 2 miljoen meer dan de in eerste instantie geraamde bouwkosten. Pas na afronding van de parlementaire enquête mocht het bureau naar buiten treden over deze pijnlijke schaduw die over het Helderse project hangt.

Jurriaan van Stigt roept architecten echter op om optimistisch te blijven, ook wanneer het veel energie kost om aannemers te overtuigen dat wat het bureau ontworpen heeft ook maakbaar. De spreker toont het beeld van een mockup van een gevel voor woningbouwproject De Zilverling in Amsterdam (Geuzenveld) en vertelt dat ze de gevel in het voortraject bouwen zodat de aannemer aan de hand daarvan zijn prijs kan bepalen. Zo houdt LEVS de touwtjes in handen.