Feature —

Goed voorbereid de crisis in

Floor Tinga

Is het mogelijk een zelfvoorzienend paradijs te creëren in de stad? Voor het Haagse stadsdeel Escamp ontwierp de Britse kunstenaar Nils Norman ‘Eetbaar Park’, een project bestaande uit twee permacultuurtuinen en een duurzaam paviljoen. De opening van Eetbaar Park vormde voor opdrachtgever Stroom een aanleiding om een symposium te wijden aan permacultuur binnen de stedelijke context.

Nils Norman, Eetbaar Park, 2010 - Foto: Stroom Den Haag
Nils Norman, Eetbaar Park, 2010 – Foto: Stroom Den Haag

De kantine van de amateurtuindersvereniging 'Nut en Genoegen' zat stampvol met curatoren, kunstenaars, architecten, biologen, ruraal sociologen én tuinliefhebbers. Centraal stond de vraag welke bijdrage een methode als permacultuur kan leveren aan een ecologische en sociaal gezonde stad. In tijden van economische crisis, krimp en klimaatverandering, kan duurzaamheid het verschil maken.

Permacultuur werd in de jaren '70 van de vorige eeuw door de Australische onderzoekers Bill Mollison en David Holmgren op de kaart gezet als antwoord op de landbouwmethode van monocultuur. Door de principes van het ecosysteem na te bootsen, wordt de grond niet uitgeput maar juist ten volle benut. Volgens beeldend kunstenaar Nils Norman komt permacultuur voort uit een utopische traditie, zoals geschetst door de humanist Thomas More. More die in zijn boek Utopia (1516) zelfvoorzienende landbouw als basis van de economie beschouwde. Het klinkt als een contradictio in terminis, maar het tot uitvoer brengen van een utopie is wat Norman met zijn Eetbaar Park wil bereiken.

Het werk van Norman kenmerkt zich door een kritische houding ten aanzien van stadsplanning en grootschalige stadsvernieuwing. Zoals zijn 'Monument to Civil Disobedience' (1997), een ontwerp waar hij voorstelt boomhutten te bouwen voor zwervers die destijds met een avondklok uit een park in Manhattan werden geweerd. Naast de toevluchtsoorden bezit het voorstel een ingenieus systeem waarmee de zwervers nachtelijke indringers (lees: politie) op afstand kunnen houden. In plaats van bij te dragen aan de opwaardering van het park, draait Norman de rollen bewust om.
Ook permacultuur kan volgens Norman worden ingezet als politiek middel voor bewoners. De zelfvoorziening die het bewerkstelligt, staat immers symbool voor onafhankelijkheid. Om de emancipatie van burgers te bevorderen omvat het project naast tuinen op de locatie van Nut en Genoegen en de Stadsboerderij de Heijerhoeve, ook een duurzaam paviljoen waar educatie over permacultuur wordt gegeven.

Dat een utopisch ideaal zoals permacultuur zijn vruchten kan afwerpen, toont de film 'Borders in our Mind' van de Haagse kunstenaar Annechien Meier en de filmmaker Gaston Wallé. Samen bezochten ze Cuba, waar de staat ten tijde van de oliecrisis de bevolking op grote schaal heeft gesteund in het duurzaam produceren van voedsel. Permacultuur heeft daarna een hoge vlucht genomen en wordt tot op de dag van vandaag nog door veel Cubanen met volle overtuiging toegepast; op parkeerdekken, patio's en daken van woningen, overal kun je weelderige moestuinen tegenkomen. In Cuba is hierdoor een enorme bron van kennis ontstaan over voedselproductie in de stad. Net als Norman experimenteert Meier als kunstenaar met permacultuur in Den Haag. Het Panderplein, dat voorheen als parkeerplaats en hangplek gebruikt werd, heeft nu een transformatie ondergaan als moestuin en ontmoetingsplek voor de buurt.

In het verlengde van het duurzame tuinieren, presenteerden ook enkele architectenbureaus duurzame oplossingen voor de gebouwde omgeving. Jan Jongert van 2012 architecten vertelde over het Recyclicity project, waarmee steden door hergebruik kunnen transformeren tot een ecosysteem. In de Recyclicity wordt sloopafval verwerkt tot nieuw bouwmateriaal, verandert een lege flat in een champignonkwekerij of kan een kerk worden omgetoverd tot “parkerkgarage”.
Het publiek zat weer klaarwakker in zijn stoel toen de architect Thomas Rau het vuurtje lekker hoog opstookte door duurzame moestuinen in de stad af te schrijven als halve maatregelen. Om echt het verschil te maken, dient volgens Rau de basishouding van mensen veranderd te worden. Kennis van de natuur vormt volgens hem de sleutel. Want stelt Rau, de Romeinen wisten al hoe je een gebouw zonder energie kon koelen, dus waarom weten wij dat niet meer? In het ontwerpvoorstel voor het nieuwe Dans en Muziekcentrum in Den Haag dat hij samen met de ontwerpers van de Powerhouse Company maakte, zijn mensen tot de energie-opwekkers van het gebouw gebombardeerd. Naast het opvangen van lichaamswarmte door plafondpanelen, wordt de ontlasting van de bezoekers via een biovergister omgezet in warmte en elektriciteit. Overschot aan koude lucht wordt eveneens opgeslagen, om 's winters te leveren aan een ijsbaan op het Spuiplein dat bietensap als natuurlijke koelvloeistof hanteert. Het zelfvoorzienende gehalte in de gepresenteerde ontwerpvisies van de architecten is groot en heeft dan ook veel gemeen met permacultuur.

Hoewel de utopische paradijsjes van zelfvoorziening nu nog maar speldenprikken zijn, kleurt Den Haag steeds groener. Ze gaat goed voorbereid de crisis in.