Recensie —

New Orleans aan de Maas

Marina van den Bergen

Het wil maar niet vlotten op de Wilheminapier in Rotterdam Zuid. Al jaren lang is de lucht gevuld met bouwplaatsgeluiden en af is het nog lang niet. Begin november was er eindelijk weer reden voor een feestje, New Orleans, de hoogste woontoren van Nederland ontworpen door de Portugese architect Álvaro Siza werd opgeleverd, én het nieuwe theater LantarenVenster dat in de plint van het complex zit, werd in gebruik genomen.

De Wilheminapier, Rotterdams hoop op betere tijden, een toplocatie die het centrum over de Maas moet brengen. Dat was in ieder geval eind jaren tachtig de gedachte toen Teun Koolhaas de eerste ruwe schetsen van zijn masterplan presenteerde. De ontwikkeling van Kop van Zuid, waar de Willeminapier onderdeel van uitmaakt, stond niet op zichzelf, ook elders in Nederland werden voormalige industrieterreinen en -gebieden getransformeerd tot nieuwe stadswijken. Kwaliteitsteams werden samengesteld, PPS constructies opgetuigd. Mogelijk door een gebrek aan directe context en uit economische overwegingen waren de masterplannen uit die periode tamelijk formeel van opzet. En omdat men niet wilde, of kon werken, met een tabula rasa, werden objecten die herinnerde aan de historie van de locatie geïntegreerd in het masterplan – om er net zo makkelijk weer uit te verdwijnen wanneer ze toch in de weg bleken te zitten. Buitenlandse architecten werden ingevlogen om hun kunsten met Hollandse budgetten uit te voeren.

Terwijl Kop van Zuid zich ontwikkeld heeft tot een veelzijdige en levendige stadswijk, is de laatste fase en het meest ambitieuze deel van het project nog steeds volop in ontwikkeling. Er valt natuurlijk een lans te breken voor slow development: op deze wijze kan beter ingespeeld worden op ontwikkelingen, het voorkomt een plotselinge ontwrichting van de woningmarkt – niet onbelangrijk voor een onderkoelde woningmarkt als de Rotterdamse, en vanuit een educatief oogpunt bekeken, de architectuur op de pier is te lezen als een geschiedenis van architectuurmodes. Echter het grote nadeel van deze slow development is dat er tot nu toe weinig aan de openbare inrichting is gedaan. Het grote gebaar dat de bonte verzameling aan gebouwen bij elkaar houdt, ontbreekt. Er bestaan fraaie schetsen met kaden vol bomen en bankjes en het is te hopen dat deze niet pas geplant en geplaatst gaan worden wanneer het laatste project is opgeleverd, want dan kan het nog heel lang gaan duren; met de ontwikkeling van OMA's Rotterdam is men na een stop van ruim twaalf jaar inmiddels begonnen, de verwachting is dat torens die Cruz y Ortiz ontwierpen voor de zuidzijde op zijn vroegst pas in 2021 ontwikkeld zullen worden, dan is er ook nog het perceel tussen het World Port Center en de Cruise terminal, en niet te vergeten het nu nog vervallen Pakhuismeesteren, waarover de verkoopbrochure beloofd: "2009. Opstaan met een kop thee: PHM jouw tijd, jouw plek."
Het onlang opgeleverde New Orleans heeft ook een eigen geschiedenis. In een publiek interview vertelde Álvaro Siza dat New Orleans bij de start van het proces uit twee torens had bestaan. Door een verandering van het programma werd in 2005 een toren geschrapt. Maar welke van de twee moest het worden? Met pretogen stelde Siza het dilemma te hebben opgelost door kop of munt te gooien. Door het lot bleef de oostelijke toren gespaard, aldus Siza, waardoor New Orleans duidelijk zichtbaar is vanaf de Coolsingel.

Wanneer over honderd jaar een onderzoeker zich buigt over de ontwikkeling van de pier zal deze tot geen andere conclusie kunnen komen dat New Orleans ontworpen en ontwikkeld is in de hoogtijddagen voorafgaande aan de Grote Crisis van 2008. Siza ontwierp een statige woontoren met een stevige plint en een elegante beëindiging. Het complex oogt als een moderne interpretatie van de New Yorkse wolkenkrabbers uit het begin van de vorige eeuw. Het is Siza's contexualisme, een verwijzing naar de stad waar twee miljoen landverhuizers tussen 1901 en 1914 vanaf de Wilheminapier heen voeren. 
Alles is uit de kast getrokken om het moto van opdrachtgever Vesteda, 'kwaliteit is te huur', waar te maken. Het gebouw is stijlvol, verfijnd en nergens protserig, een beetje zoals well-to-do New Yorkers er aan het begin van de vorige eeuw uit zagen. De materialisatie is tactiel – het is nagenoeg onmogelijk om langs de geelkleurige natuurstenen gevelbekleding of het satijnzacht ogend marmer in de lobby lopen zonder het even aan te raken – de detaillering is ingetogen. Vorm, kleur en het gevelmateriaal lijken tijdloos waardoor het naastgelegen Montevideo er opeens wel heel erg 2000 uit ziet. In het wooncomplex zijn tal van collectieve voorzieningen voor bewoners zoals een volledig ondergrondse parkeergarage voor auto's en fietsen, een fitnessruimte, zwembad, sauna, een riant dakterras en drie gastenverblijven. De koop- en huurwoningen zelf hebben een verdiepingshoogte van bijna 3 meter en zijn voorzien van een balkon. En als kersen op de taart, maakten Siza en beeldend kunstenaar Berend Strik nieuwe werken voor de collectieve ruimten en de 50 volledig ingerichte short-stay appartementen.

In de plint bevindt zich het film- en muziektheater LantarenVenster. De verplaatsing van het theater vanuit de binnenstad is onderdeel van het Rotterdamse beleid om cultuur naar Zuid te brengen en wordt ingezet om van de Wilhelminapier een hoogwaardig en levendig woon- en werkgebied te maken; het Nieuwe Luxor en het Nederlands Fotomuseum gingen LantarenVenster al voor. Het nieuwe theater bestaat uit vijf filmzalen en een multifunctionele zaal. De lat ligt hoog: LantarenVenster moet hét jazzpodium van de stad Rotterdam en de regio Zuid en Midden Nederland worden, met een programmering voor jong en oud. Het totale interieur (de muziek- en filmzalen, foyer, kantoor etc.) is ontworpen door Buro M2R. Siza zei dat hij het theater mooi vond, maar gaf toe dat hij het eigenlijk best zelf had willen ontwerpen.

Vrijdagavond acht uur. De trottoirs zijn verlaten, de regen slaat met felle striemen in het gelaat. Nee, een levendige stadswijk waar het zowel overdag als 's avonds goed toeven is, is de Wilheminapier ondanks de restaurants, Hotel New York, het museum en de theaters (nog) niet. Maar is dat eigenlijk erg?