Feature —

Studio for Unsolicited Architecture

Sander Zweerts de Jong

“We gaan iets nieuws doen”, dat waren de eerste woorden van Ole Bouman, directeur van het NAi , tijdens de opening van de Studio for Unsolicited Architecture op 21 oktober jongstleden. Ietwat onheilspellende woorden, refererend aan de beginwoorden van Jos Staatsen (destijds voorzitter van het sectiebestuur betaald voetbal) bij de start van sportzender Sport7, dat zoals bekend slecht afliep.

Het getuigt van lef en zelfverzekerdheid om deze woorden opnieuw te gebruiken. En de kans is aanwezig dat de toekomst voor de Studio voor Unsolicited Architecture (gevestigd in het Schieblock in Rotterdam) een stuk rooskleuriger is, want misschien is een dergelijke studio wel het middel om de soms wat starre Nederlandse bouwwereld opent te breken. Het Nederlands Architectuurinstituut wil naast een stimulerende, archiverende en representerende functie, ook een meer agenderende rol vervullen in de maatschappij. Met de gelanceerde Studio voor Unsolicited Architecture (SUA) zetten ze een nieuwe stap in deze richting.

De studio van het NAi moet een plek worden waar vernieuwende ontwerpideeën de kans krijgen om verder ontwikkeld te worden. Het NAi zal daarbij zelf actief op zoek gaan naar projecten die zij interessant vindt, maar ontwerpers kunnen ook zelf met projecten komen. Deze projecten kunnen ondersteuning krijgen van experts uit het veld en ervaren mensen uit de financiële, juridische en bestuurlijke wereld. Op deze manier worden plannen verder aangescherpt, uitgebouwd en marktklaar gemaakt. De SUA zal zelfstandig niets realiseren, maar als intermediair optreden tussen ontwerpers en marktpartijen. Daarbij richt het NAi zich op projecten die bij kunnen dragen aan een duurzamere samenleving en urgente maatschappelijke problemen centraal stellen. Deze projecten worden geadopteerd en onder de aandacht gebracht van marktpartijen en overheid.

Om tijdens de openingsavond in ieder geval direct een inkijkje te geven om wat voor een soort plannen het in de praktijk zou kunnen gaan werden drie ontwerpen gepresenteerd door drie verschillende architectenbureaus. Projecten met een avontuurlijk karakter. Die niet gebiedspecifiek zijn, maar op meerdere plaatsen gerealiseerd zouden kunnen worden, en die nog in verschillende stadia van ontwikkeling zijn.

Deze cases werden vervolgens door een referentenpanel bestaande uit Henk Ovink, Anne Hemker en Bart Schrijnen in een nauwkeuriger kader geplaatst. Het panel reageerde direct op het plan, legde de vinger op de zwakke elementen en deed aanbevelingen om het te verbeteren. Het werd een aantrekkelijke avond.

2by4 architects presenteerde een concept voor het wonen op bedrijventerreinen. 45% van de Nederlanders werkt op een bedrijventerrein, maar tot nu toe wordt er relatief weinig gewoond. Toch bieden bedrijventerreinen een aantal aantrekkelijke mogelijkheden om te wonen, er is veel ruimte, een goede infrastructuur, relatief goedkope grond, vaak grenzen ze aan een groen buitengebied en er zijn interessante woon/werkmogelijkheden.

Het panel vond het een interessant idee, maar miste een belangrijke factor: de eindgebruiker. Is er voldoende interesse om op bedrijventerreinen te wonen? Dat zou verder onderzocht moeten worden. Ook alle wetgeving en regulering was een punt van zorg.

Rietveld Landscape presenteerde het Nieuw Amsterdams Park, een tijdelijk drijvend park opgebouwd uit een dertigtal duwbakken, gelegen in het IJ in Amsterdam. In elk van de duwbakken kan een eigen habitat ontwikkeld worden, bedoeld voor verschillende subculturen. Via bovenlangse paden kunnen mensen kennis nemen van elkaars cultuur en ervoor kiezen om daar onderdeel van te worden, of er alleen kennis van te nemen.

Een ambitieus plan met veel potentie, zo beschreef het panel dit plan, maar wees erop dat het ontwikkelen van een uitgekiende programmering op een zo groot en divers gebied, wel gepaard moest gaan van een zeer ervaren programmeur en projectleider. Ander commentaar had betrekking op de hoeveelheid van dertig duwbakken, “Begin nu eens met één boot”. Maar volgens Ronald Rietveld zat de kracht nu juist in de diversiteit.

Als laatste presenteerde van Bergen Kolpa Architects Park Supermarkt, een ontwikkelingsmodel voor een Landschappelijke Supermarkt in de Randstad, waarbij voedselverbouwing en recreatie samengaan. Er wordt een nieuw landschap gecreëerd, opgebouwd uit verschillende kavels, waarop een grote diversiteit aan gewassen wordt verbouwd, en meteen ook verkocht. Gebruik makend van vernieuwende agrarische technieken kan bijvoorbeeld rijst verbouwd worden op verspringende terrassen of Tilapiavis gekweekt in grote bassins.

Het panel vond dit project spannend, maar vroeg zich af waar het nu eigenlijk een alternatief voor biedt. Op welke manier maakt het een gebied leuker, beter, goedkoper en duurzamer?  Daarnaast zagen zij vooral toekomst in samenwerking met de al in het gebied aanwezige partners.

De avond gaf enig inzicht in wat de Studio for Unsolicited Architecture zou kunnen worden: Uitdagende projecten verder op weg helpen. Maar er bleven bij mij ook wel vragen bestaan, met name over hoe de studio nu precies gaat functioneren in de praktijk. Hoe ver gaat zij in de ‘adoptie’ van een plan? Is het uiteindelijk toch niet meer dan het uitzetten van extra expertise, en een vernieuwde lobby? Of zal de studio zich werkelijk vastbijten in projecten, net zo lang totdat zij daadwerkelijk gerealiseerd zijn. En als dat het geval is, hoeveel avontuurlijke ontwerpen kan de studio dan aan? En waar zullen de prioriteiten liggen?

Het is duidelijk dat het NAi al enige tijd bezig is met het creëren en ontwikkelen van een extra rol voor het instituut. Vorig jaar zijn zij gestart met een meerjarige missie onder de noemer ‘Architectuur als Noodzaak’ waarbij zij architectuur willen inzetten voor grote maatschappelijke vraagstukken. Daarbij wil zij niet alleen maar langs de zijlijn toekijken maar als architectuurinstituut actief bijdragen aan een duurzame toekomst. De Studio for Unsolicited Architecture is daarin een volgende stap.

Het is interessant omdat het NAi met deze studio wel eens voorbeeldfunctie zou kunnen gaan vervullen voor andere (culturele) instellingen. Een pioniersrol dus voor de Studio for Unsolicited Architecture, in het niet slechts een onderzoekende of presenterende rol vervullen, maar ook een meer agenderende en aanjagende functie. Het wordt interessant om te zien welke bijzondere projecten het NAi met deze studio als aanjager daadwerkelijk zal realiseren. De SUA als testcase voor verandering.